‘Uitgestorven? Nee, de neanderthaler zit in elk van ons’

Neanderthalers hebben vaak seks gehad met de moderne mens, zo blijkt uit de studie van hun genoom.

Svante Pääbo won net als zijn vader de Nobelprijs voor Geneeskunde. Maar toch denkt de geneticus niet dat er een Nobelprijs-gen bestaat. Het neanderthalergen is er wél en dat kan ons leven nog altijd in gevaar brengen.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Met zijn ontdekkingen over de menselijke evolutie verwierf de Zweed Svante Pääbo wereldfaam. Hij wordt beschouwd als de grondlegger van de paleogenetica, de wetenschap die zich bezighoudt met de analyse van genetische informatie uit fossielen of prehistorische overblijfselen. Pääbo is al 25 jaar directeur van het Max Planck-Instituut voor Evolutionaire Antropologie in Leipzig.

Was u verrast toen u telefoon kreeg uit Stockholm?

Svante Pääbo: Het was in het Zweeds, en dat maakte mij argwanend. We hebben hier in het Max Planck-Instituut een Zweedse medewerker, en even dacht ik dat hij voor de grap een van zijn vrienden had laten bellen. Maar het werd snel duidelijk dat het echt was. En ja, het was een complete verrassing, want ik had me er al mee verzoend dat er geen Nobelprijs bestaat voor evolutionair onderzoek.

Wat betekent het voor uw discipline dat u nu toch een Nobelprijs krijgt?

Pääbo: Het is natuurlijk geweldig voor de paleogenetica. Het begon allemaal als een hobby, er werd vaak wat lacherig over gedaan. Ondertussen bestuderen vele onderzoeksgroepen wereldwijd prehistorisch DNA. De Nobelprijs is de bevestiging dat ons onderzoeksgebied ernstig wordt genomen.

Komt uw onderzoek de mensheid ten goede, zoals dat volgens het testament van Alfred Nobel vereist is?

Pääbo: Paleontologen worden vooral door nieuwsgierigheid gedreven. Ons onderzoek kun je vergelijken met een archeologische opgraving, alleen graven wij in het genoom. Indirect kan dat de mensheid ten goede komen.

Op welke manier precies?

Pääbo: Toen we gensequenties bestudeerden die we van neanderthalers hebben geërfd, ontdekten we bijvoorbeeld dat er een verband is tussen het neanderthaler-gen en gevoeligheid voor covid.

Hoezo?

Pääbo: In het begin van de pandemie heeft een internationaal team onderzocht welke genetische variaties in het menselijk genoom het risico beïnvloeden dat iemand ernstig ziek wordt. Al snel ontdekten ze een sterk signaal op chromosoom 3. Daar verdubbelde een bepaalde variant het sterfterisico bij besmette personen. Toen we die variant onderzochten, bleek hij tot onze verbazing van de neanderthaler te komen.

De erfenis van de neanderthaler kan dus 40.000 jaar nadat die is uitgestorven nog altijd onze dood betekenen?

Pääbo: Inderdaad. Op basis van de officiële statistieken en de frequentie van de risicovariant kun je stellen dat ongeveer een miljoen extra covidsterfgevallen te wijten waren aan deze neanderthaler-variant.

De Nobelprijs wordt wel uitgereikt in Zweden, maar gaat zelden naar Zweedse wetenschappers. De voorlaatste keer was 40 jaar geleden, toen won uw vader, Sune Bergström. Was dat voor u een stimulans?

Pääbo: Nee. Mijn vader speelde geen grote rol in mijn leven. Hij had twee families. Wij waren niet zijn officiële maar zijn geheime familie. Ik groeide op bij mijn moeder. Mijn vader kwam op zaterdag een paar uur langs, terwijl zijn officiële familie dacht dat hij aan het werk was.

Herinnert u zich de prijsuitreiking aan uw vader?

Pääbo: Ik was blij dat ik in Uppsala studeerde, en niet aan het Karolinska Instituut, waar hij werkte. Ik had een andere naam en niet veel mensen wisten dat we familie waren. Ik heb de plechtigheid op televisie gezien.

Vond u het moeilijk om uw beroemde vader geheim te houden voor uw collega’s?

Pääbo: Nee, niet echt. Ik vond het wel erg dat zijn andere, officiële zoon niet van ons bestaan afwist. We hadden daar verhitte discussies over. Ik dreigde ermee dat ik zijn familie zou opzoeken en alles zou vertellen. Mijn vader zei toen dat hij dat zelf zou doen, maar dat is nooit gebeurd.

Als vader en zoon de Nobelprijs krijgen, vraagt u zich dan als geneticus af of dat in de genen zit? Bevat uw erfelijk materiaal een soort Nobelprijs-gen?

Pääbo: Nee. Sociale factoren zijn veel belangrijker. Mijn moeder, die scheikundige was, heeft mij veel sterker beïnvloed. Zij heeft mij groot respect voor de wetenschap meegegeven. De biologische voorwaarden om een goede onderzoeker te worden moeten er natuurlijk zijn, maar of je die mogelijkheden ook benut, dat wordt bepaald door de omgeving waarin je opgroeit. Ik droomde er ook van om piloot te worden. Als mijn moeder me in die richting gestimuleerd had, zat ik nu misschien in de cockpit van een vliegtuig.

Wat was in uw carrière het eurekamoment?

Pääbo: Toen een van mijn doctoraatstudenten in München me eind 1996 belde. Hij had in het bot van een neanderthaler mensachtig DNA gevonden dat duidelijk niet van een moderne mens kwam. Plots besefte ik dat we voor het eerst een stuk genetisch materiaal hadden ontdekt van een uitgestorven menselijke vorm.

Het duurde nog eens veertien jaar voordat u het volledige neanderthalergenoom aan de wereld kon presenteren. En net daarvoor maakte u een ander kantelmoment mee…

Pääbo: Ja, alweer had een van mijn promovendi tot diep in de nacht in het lab gezeten. Hij belde me op omdat hij DNA had gevonden dat nog nooit eerder was gezien. Hij had het genoom in een fossiel vingerbot uit Siberië in kaart gebracht, en alles leek erop dat hij op een splitsing van de menselijke stamboom was gestuit die veel verder terugging in de tijd. We dachten dat het om de Homo erectus ging, en dat zou revolutionair zijn geweest. Maar algauw bleek dat het om een zustergroep van de neanderthaler ging, tegenwoordig bekend als de denisova-mens.

De Homo denisova werd in 2010 als spectaculaire ontdekking gevierd. Maar voor u was het dus eerder een teleurstelling?

Pääbo: Dat zeg ik niet. Maar het was inderdaad niet wat we aanvankelijk gedacht hadden.

Het ontcijferen van het genoom van de neanderthaler is wellicht uw grootste wetenschappelijke triomf. Wat hield die ontdekking precies in?

Pääbo: Allereerst dat de verschillen met ons genoom niet enorm groot zijn. Wij zijn vooral geïnteresseerd in genveranderingen die voorkomen bij alle moderne mensen, maar niet bij neanderthalers en denisovamensen. We hebben ongeveer 30.000 verschillen gevonden. Ter vergelijking: tussen twee mensen die nu leven, bijvoorbeeld tussen u en mij, zijn er ongeveer 3 miljoen genetische verschillen.

Het verschil tussen mensen en neanderthalers is dus vele malen kleiner dan het verschil tussen u en mij?

Pääbo: We hebben het natuurlijk alleen over de 30.000 verschillen met de neanderthalers die álle moderne mensen hebben.

En die zijn veel belangrijker dan de 3 miljoen waardoor u en ik van elkaar verschillen?

Pääbo: Precies. Of laten we het zo zeggen: onder die 30.000 zitten er waarschijnlijk enkele die erg belangrijk zijn. Zij vormen de biologische basis voor wat ons tot moderne mensen maakt. En nu willen we natuurlijk weten welke dat zijn.

Wat hebt u al ontdekt?

Pääbo: Eerst moeten we de functie van die 30.000 verschillen analyseren, en dat is zeer moeizaam werk. We zijn begonnen met de eenvoudigste. Dat zijn de verschillen waarbij een eiwit in het menselijk genoom is gecodeerd dat is gewijzigd ten opzichte van de neanderthaler. Zo zijn er een honderdtal.

Kunt u de functie van die honderd verschillen beschrijven?

Pääbo: Van een tiental al wel. Een voorbeeld? Een paar weken geleden hebben we samen met de groep van Wieland Huttner uit Dresden een artikel gepubliceerd in Science. Daarin rapporteren we over een enzym dat bij de mens gewijzigd is. We kunnen aantonen dat door die wijziging neurale stamcellen zich beter kunnen vermenigvuldigen. In de loop van de hersenontwikkeling worden dus meer zenuwcellen gevormd.

De moderne mens heeft dus meer zenuwcellen dan de neanderthaler. Is hij dan ook slimmer?

Pääbo: Niet noodzakelijk. Om dat te weten te komen, moeten we onderzoeken of genetische wijzigingen die kenmerkend zijn voor de moderne mens ook tot gewijzigd gedrag leiden. Daarvoor importeren we wijzigingen bij muizen, om te zien of ze zich anders gedragen in contact met soortgenoten. Zijn ze bijvoorbeeld beter in staat om taken op te lossen? Of zien we andere afwijkingen?

Zal dat experimenteel onderzoek ons een antwoord geven op de vraag waarom de moderne mens de strijd met de neanderthaler heeft gewonnen?

Pääbo: Ik hoop dat we die vraag ten minste gedeeltelijk kunnen beantwoorden. Maar ik hou niet van uitspraken die een oordeel inhouden. Die leiden gemakkelijk tot cirkelredeneringen en vaak ronduit fascistoïde argumentaties. Wie ‘superieur’ is, de ‘overwinnaar’ in de struggle for life, wordt dan op de een of andere manier als ‘beter’ beschouwd.

© Gettyimages

Toen de moderne mens ongeveer 120.000 jaar geleden vanuit Afrika naar Eurazië oprukte, stuitte hij op de inheemse neanderthalers of denisova-mensen. Kunt u als genetisch onderzoeker nagaan hoe die ontmoeting verliep?

Pääbo: We weten zeker dat de menselijke vormen zich vermengden. Kinderen van wie de ouders een neanderthaler en een moderne mens waren, integreerden succesvol in de gemeenschap. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat de neanderthalers verdwenen omdat ze door grotere populaties moderne mensen geassimileerd werden.

Welke aanwijzingen zijn dat?

Pääbo: Een verrassend groot deel van de moderne mens die 40.000 jaar geleden in Europa leefde is verwant met neanderthalers. Blijkbaar hebben moderne mensen dus vaak seks gehad met neanderthalers. Het is mogelijk dat duizenden jaren lang nieuwe immigranten uit Afrika kwamen, zodat de neanderthalers uiteindelijk genetisch opgeslorpt werden.

Dat betekent dat de neanderthalers helemaal niet zijn uitgestorven, maar dat ze nog altijd onder ons zijn?

Pääbo: Ja, in zekere zin wel. Minstens 50, en misschien wel 60 of 70 procent van het neanderthaler-genoom is nog ergens aanwezig in mensen die nu leven. In die zin zijn de neanderthalers dus niet uitgestorven. Maar we spreken nog altijd over ‘uitsterven’ omdat de morfologie van de neanderthaler, zijn typische skeletvorm, niet meer voorkomt.

Hebben de neanderthalers zich vreedzaam vermengd, of ging het er eerder bloedig aan toe?

Pääbo: Daar geven genen geen informatie over. De voorstelling die wij daarvan maken, zegt meer over ons mensbeeld dan over de historische waarheid. Wie ziet hoe gruwelijk mensen elkaar vandaag in oorlogen afslachten, is geneigd te denken dat neanderthalers zijn uitgemoord. Terwijl er net zo goed bewijzen van harmonieuze samenlevingsvormen zijn. In het Midden-Oosten zijn bijvoorbeeld 120.000 jaar oude sporen te vinden van de moderne mens, maar ook 60.000 jaar oude sporen van neanderthalers. Dat suggereert dat ze 60.000 lang vreedzaam naast elkaar hebben geleefd – uitgerekend in het Midden-Oosten.

Hebt u al kunnen nadenken over wat de Nobelprijs met uw leven zal doen?

Pääbo: Nee. Tot nu toe kan ik alleen maar zeggen dat mijn leven grondig door elkaar is geschud.

Waarschijnlijk wordt nu ook uw mening gevraagd over veel onderwerpen buiten uw onderzoeksgebied.

Pääbo: Ik probeer dat af te houden. Want dat houdt een risico in: als mensen je telkens opnieuw vragen om je mening te geven, ga je denken dat jouw mening belangrijker is dan die van anderen. Ik hoop dat ik dat kan voorkomen.

Uw onderzoek gaat over de vraag wat mensen menselijk maakt. Misschien moet u ook antwoorden kunnen geven op de vraag waarom mensen oorlogen voeren of waarom het zo moeilijk is om duurzaam te leven?

Pääbo: Misschien kan ik hier en daar wat stof tot nadenken geven. Maar biologie vormt slechts het kader waarop wij vervolgens onze cultuur en onze samenleving bouwen. Dat vind ik erg belangrijk. Als het gaat om de grote uitdagingen van onze tijd, moeten we zoeken naar politieke, ethische en culturele antwoorden. Biologie heeft dan weinig bij te dragen. Ik zeg altijd tegen mijn studenten: als we willen verhinderen dat onze kinderen onder een auto terechtkomen, moeten we niet wachten op een nieuwe mutatie die kinderen bang maakt voor auto’s. Je kunt beter kinderen leren dat ze links en rechts moeten kijken voordat ze de weg oversteken.

Svante Pääbo

1955: geboren in Stockholm, zoon van Nobelprijswinnaar Sune Karl Bergström en de Estse scheikundige Karin Pääbo

1975: studie geschiedenis, egyptologie, Russisch en geneeskunde aan de universiteit van Uppsala

1986: promoveert op celonderzoek, werkt aan de universiteiten van Zürich, Berkeley en München

1997: medeoprichter van het Max Planck-Instituut voor Evolutionaire Antropologie in Leipzig

2022: wint Nobelprijs voor Geneeskunde

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content