Klokkenluider achter Uber Files treedt uit de schaduw

© David Levene/The Guardian
Kristof Clerix
Kristof Clerix is redacteur bij Knack

In een exclusief interview met onze mediapartner The Guardian legt de Ier Mark MacGann (52), Ubers voormalige toplobbyist, uit waarom hij meer dan 124.000 interne documenten van Uber aan de Britse krant heeft gelekt.

Lees hier alles over Uber Files, een internationaal onderzoek waaraan in België KnackDe Tijd en Le Soir hebben meegewerkt.

De UberFiles tonen hoe het Amerikaanse techbedrijf Uber kon uitgroeien van een eenvoudige start-up in Silicon Valley tot een wereldwijde techreus. Maar aan het internationale succesverhaal zit een donker randje, zo blijkt uit het interne documentenlek dat de lobbystrategieën en dubieuze praktijken van Uber blootlegt. The Guardian deelde de gelekte documenten met het Internationaal Consortium van Onderzoeksjournalisten (ICIJ) en 42 partnermedia waaronder Knack, De Tijd en Le Soir.

In een interview met de Britse krant treedt Mark MacGann nu naar buiten als klokkenluider achter de UberFiles.

Bodyguards in België

Voor de Ier in 2014 bij Uber aan de slag ging, had hij onder meer gewerkt voor pr-bureau Weber Shandwick and Brunswick, Euronext en de organisatie DigitalEurope. Bij Uber werd hij als ‘head of public policy’ verantwoordelijk voor de relaties met de politieke overheden in Europa, het Midden-Oosten en Afrika. In België legde hij onder meer contacten met leden van de Europese Commissie maar ook met ministers van de federale, Vlaamse én Brusselse regering.

Ubers komst naar België leidde tot veel boosheid in de Brusselse taxisector. De spanningen liepen in 2015 zo hoog op dat MacGann in ons land bescherming kreeg van bodyguards. In augustus 2016 eindigde zijn samenwerking met Uber. Maar ook daarna nog werd hij geviseerd. In september 2017 werd MacGann aan het Brusselse Zuidstation zelfs klemgereden door enkele boze taxichauffeurs. Na zijn vertrek bij Uber raakte MacGann nog verstrikt in een dispuut met zijn voormalige werkgever over zijn bezoldiging. Die kwestie werd minnelijk geschikt.

Wat was precies uw opdracht bij Uber?

MacGann: Ik werd door Uber ingehuurd om een team te leiden dat onze strategie moest ontwikkelen en uitvoeren om te lobbyen bij regeringen in Europa, Afrika en het Midden-Oosten. Om de markt te kunnen betreden en te kunnen groeien, ook al stonden de regels in de meeste gevallen Uber niet toe om activiteiten te ontplooien.

Was u – samen andere leidinggevenden bij Uber – zich er destijds van bewust dat het bedrijf openlijk de wet aan zijn laars lapte in steden en landen met een taxireglement?

MacGann: In de meeste landen onder mijn jurisdictie was Uber niet toegestaan, niet geautoriseerd en niet legaal.

Was het dan Ubers strategie om willens en wetens de wet te overtreden en vervolgens de wet te veranderen?

MacGann: De mantra die men steeds herhaalde was de mantra van de top: niet om toestemming vragen, gewoon lanceren, opschieten, chauffeurs werven, naar buiten treden, de marketing doen – en dan zullen mensen wakker worden en zien hoe geweldig Uber is.

Was het moeilijk om voor Uber ontmoetingen vast te leggen met presidenten, premiers en andere toppolitici?

MacGann: Nooit eerder in mijn carrière was het zo gemakkelijk om toegang te krijgen tot hooggeplaatste leden van de regering, regeringsleiders en staatshoofden. Het was bedwelmend. Ik denk dat Uber op dat moment zowat het populairste jongetje uit de klas was in de techwereld, misschien zelfs in de hele zakenwereld. Investeerders en politici vielen bijna over elkaar heen om Uber te ontmoeten en te horen wat we te bieden hadden.

In de gelekte data vonden we veel voorbeelden van ontmoetingen tussen Uber en Britse ministers. Maar die meetings zijn nooit publiek gemaakt. Waarom?

MacGann: Misschien waren dat gewoon administratieve vergissingen. Of misschien was het beter om sommige dingen stil te houden. Ik weet het niet, dat moet u aan de politici vragen.

Wat denkt u dat het antwoord is?

MacGann: Het was in niemands belang dat die informatie naar buiten kwam.

Dus eigenlijk ging het om geheime bijeenkomsten?

MacGann: Dit zijn de gezellige netwerken die al zo lang bestaan. Ze veranderen van vorm maar blijven bestaan. Toegang tot macht is niet iets dat gedemocratiseerd is.

De voormalige ceo van Uber Travis Kalanick reageerde op stakingen van taxichauffeurs door een tegenprotest te gelasten. Toen leidinggevenden van het bedrijf waarschuwden dat dat zou kunnen leiden tot aanvallen op Uber-chauffeurs, antwoordde Kalanick: ‘Ik denk dat het het waard is. Geweld garandeert succes.’ Wat bedoelde hij daarmee?

MacGann: Ik denk dat hij bedoelde dat de enige manier om regeringen zover te krijgen dat ze de regels veranderen, en Uber te legaliseren en toe te staan om te groeien, zoals Uber dat wilde, zou zijn om de strijd te blijven voeren, om de controverse brandend te houden. En als dat betekende dat Uber-chauffeurs in staking zouden gaan, dat Uber-chauffeurs op straat zouden demonstreren, dat Uber-chauffeurs Barcelona zouden blokkeren, Berlijn zouden blokkeren, Parijs zouden blokkeren, dan was dat maar zo.

Is dat niet gevaarlijk?

MacGann: Natuurlijk is het gevaarlijk. Het is ook, op een bepaalde manier, erg egoïstisch. Want hij was niet de man op straat die werd bedreigd, aangevallen, in elkaar geslagen en in sommige gevallen neergeschoten.

Als het publieke gezicht van Uber in Europa werd u zelf ook een doelwit voor taxichauffeurs die woedend waren over hun inkomstenverlies.

MacGann: Ik kreeg beledigingen op Twitter. Ik werd uitgescholden op luchthavens, treinstations … in die mate dat taxichauffeurs me volgden. Ze achterhaalden waar ik woonde, ze bonkten op de deur, ze plaatsten foto’s online van mij met vrienden, met kinderen van mijn vrienden. Ik kreeg zelfs doodsbedreigingen op Twitter. Dus zei Uber: ‘Oké, we moeten je beschermen.’ Ze dwongen me om altijd bodyguards te hebben als ik mijn huis verliet. En dat was de hele tijd, aangezien ik de hele tijd op reis was.

Houdt u Uber verantwoordelijk voor die bedreigingen?

MacGann: Ik houd Uber verantwoordelijk voor het feit dat het bedrijf zijn gedrag niet veranderde. De reactie op het geweld tegen een van zijn senior executives was om de man lijfwachten te geven. Er was geen verandering in gedrag. Geen verandering in tactiek. Geen verandering in toon. Het was: blijf vechten, hou het vuur brandende.

Had u niet meer kunnen doen in de tijd dat u bij Uber werkte? U had deze praktijken intern kunnen aanklagen.

MacGann: Dit was geen cultuur waarin je kon opstaan en vraagtekens plaatsen bij de beslissingen van het bedrijf, zijn strategie of praktijken. Dus uiteindelijk realiseerde ik me dat ik geen invloed had, dat ik mijn tijd verspilde bij het bedrijf. Dat gevoel, op dat punt in mijn carrière, gecombineerd met het feit dat ik me niet alleen zorgen maakte over mijn eigen veiligheid, maar ook over de veiligheid van mijn familie en mijn vrienden, maakte dat ik ontslag nam.

Hoe reageert u op de kritiek dat u de documenten hebt gelekt uit wraak tegen uw ex-werkgever?

MacGann: Mensen moeten kijken naar de feiten die ik aan het licht help brengen. In het verleden heb ik inderdaad grieven gehad met Uber. Wat ik doe is niet makkelijk, maar ik geloof dat dit het juiste is.

Voelt u zich medeverantwoordelijk voor het leven dat Uber-chauffeurs nu leiden?

MacGann: Ja. Ik ben deels verantwoordelijk. Dat is mijn motivatie om te doen wat ik doe, namelijk klokkenluider zijn. Het is duidelijk niet gemakkelijk. Maar ik was er bij in die tijd; ik was degene die met regeringen sprak; ik was degene die dingen bij de media doordrukte; ik was degene die mensen vertelde dat ze de regels moesten veranderen omdat chauffeurs er beter van zouden worden en mensen zoveel economische kansen zouden krijgen. Toen bleek dat dit niet het geval was, hadden we de mensen dus een leugen verkocht. Hoe kun je een zuiver geweten hebben als je niet opstaat en je eigen bijdrage levert aan de manier waarop mensen vandaag worden behandeld?

Dus gaat dit voor u over het goedmaken?

MacGann: Het gaat over goedmaken. Het gaat over het juiste doen. Als datgene waarvan ik regeringen, ministers, premiers, presidenten en bestuurders probeerde overtuigen, vreselijk en onwaar bleek te zijn, dan is het mijn plicht om terug te gaan en te zeggen: ‘Ik denk dat we een fout hebben gemaakt.’ In de mate dat mensen willen dat ik help, wil ik een rol spelen in het proberen te corrigeren van die fout.

Partner Content