Het regeerakkoord van de nieuwe regering-De Croo bevat een groot hoofdstuk over democratische vernieuwing. In overleg met burgers, de academische wereld en de samenleving zal nagedacht worden over de hervorming van ons democratisch systeem. Ook de toekomst van de Senaat zal aan bod komen. Laat dit een oproep zijn om de semantische discussie tussen behoud of afschaffing van onze tweede kamer te overstijgen en te bouwen aan een Senaat 3.0, een deelstatenkamer waarbinnen het samenwerkingsfederalisme kan zegevieren.

2 juni 2016. We bevinden ons in de Mobiliteitscommissie van het Vlaams Parlement. Karin Brouwers (CD&V) raadt de minister aan om eens grondig te kijken naar de 25 aanbevelingen voor een sterker geïntegreerd vervoersplan en -aanbod uit een recent informatieverslag van de Senaat. De aanbevelingen zouden zo maar eens een bron van inspiratie voor verdere acties ter aanvulling van het gevoerde beleid of een waarschuwing voor eventuele valkuilen kunnen zijn.

Senaat is de sleutel van het samenwerkingsfederalisme.

'Pure tijdverspilling', zo luidt het bij Annick De Ridder (N-VA): 'Wat we zelf doen, doen we beter'. Bovendien moeten het Vlaams Parlement en de Kamer van Volksvertegenwoordigers zich - wat het mobiliteitsbeleid betreft - ontfermen over de bevoegdheden waar zij voor bevoegd zijn. Nothing more, nothing less.

Wel, laat mobiliteit nu net een typevoorbeeld zijn van een transversale materie waarbij de bevoegdheden van de federale overheid, de gewesten en zelfs de gemeenschappen elkaar voortdurend doorkruisen. Ieder voor eigen deur laten keren kan wel mooi klinken, maar blijkt in de praktijk niet altijd evident. Net voor die materies waarin het beleid van de ene overheid dat van een andere overheid kan beïnvloeden, zijn de informatieverslagen in het leven geroepen: soft law-instrumenten om de samenwerking tussen deelstaten en de federale staat te bevorderen.

En die Senaat, of je het nu wilt of niet: de instelling is er. Met slechts een handvol bevoegdheden, maar zoals goede huisvaders/moeders kunnen hier best de meest efficiënte en zorgvuldige invulling aan worden gegeven. Wanneer je als Vlaams parlementslid een rapport met aanbevelingen - waaraan je nota bene zelf (al dan niet actief) aan hebt meegewerkt- in handen krijgt, kan je hiermee twee zaken doen. Ofwel de Senaat en haar werking totaal negeren en afdoen als tijdsverspilling (destructieve houding) of aan de slag gaan met de constructieve input en deze vervolgens op basis van inhoudelijke argumenten al dan niet te volgen (constructieve houding).

De Senaat als 'Zondebok'

De partijen die de Senaat liever kwijt zijn dan rijk - en zo zijn er heel wat - dreigen te belanden in cirkelredenering. Men pleit in dure socialmedia-campagnes voor de afschaffing van deze 'overbodige' instelling. Van hieruit neemt men een uiterst destructieve houding aan ten aanzien van alles wat er in en rond Senaat gebeurt. Wanneer je negeert wat de binnen deze instelling gebeurt, met inbegrip van degelijk onderbouwde adviezen ter bevordering van complementair beleid, dan is de instelling zelf niet overbodig. Zij wordt daarentegen van binnenuit uitgehold door een gebrek aan politieke bereidheid om de Senaat te gebruiken als hoeksteen binnen ons samenwerkingsfederalisme. Critici noemen de Senaat een dure instelling. Buiten de werking en diensten valt dit best mee. Er is amper politiek personeel - gemeenschapssenatoren genieten immers geen bijkomende vergoeding naast hun parlementaire wedde. Iets wordt pas een nodeloze kost wanneer de bereidheid om invulling te geven aan de instelling ontbreekt.

De toekomst van de Senaat?

De zesde staatshervorming heeft de Senaat een stuk uitgehold op het vlak van bevoegdheden. Men wou de Senaat immers omvormen tot een echte deelstatenkamer waar gemeenschappen kunnen overleggen op het federale niveau. Bij een volgende staatshervorming zal de (grondwettelijke) bevoegdheid van de instelling terug op de onderhandelingstafel belanden. Samen met de critici zullen wij dit zeker toejuichen, weliswaar om andere redenen.

Het is overigens vreemd dat partijen die pleiten voor een confederaal model, gekant zijn tegen een instelling die het potentieel meedraagt om een toekomstig forum te bieden voor formeel medebeslissingsrecht van de deelstaten. Zij willen duidelijk een Senaat 0.0.

Laat ons daarentegen net nadenken over een Senaat 3.0, waarbij een grondige heropwaardering krijgt om zijn functie als ontmoetingskamer van de gemeenschappen en gewesten optimaal te kunnen benutten.

Hoe ziet een Senaat 3.0 er dan concreet uit? Vooreerst moet de Senaat terug initiatieven kunnen nemen tot het aannemen en bereiken van een draagvlak voor samenwerkingsakkoorden en gezamenlijke wetgeving. Ook lijkt de Senaat het orgaan bij uitstek om gemengde verdragen goed te keuren, waarbij de gemeenschappen en gewesten de nodige garanties krijgen.

Als ontmoetingskamer tussen gemeenschappen en gewesten moet de Senaat vervolgens ook de inbreng van de deelstaten in toekomstige grondwetsherzieningen waarborgen. Wat ons betreft mag de instelling hier zelfs een proactieve houding in opnemen. Een echte deelstatenkamer verdient ook een vertegenwoordiging van de gewesten. Er zijn verschillende mogelijkheden om de inspraak van deelstaten te organiseren: een paritaire samenstelling (zoals in de VS) waar deelstaten op voet van gelijkheid beslissen, of op basis van het inwonersaantal (zoals Spanje en Duitsland).

Hoe dan ook zijn de tien gecoöpteerde senatoren voor ons passé composé. België is het enige land waar niet-verkozen politici door coöptatie alsnog in het pluche kunnen belanden. Een aanfluiting van de vereiste democratische legitimiteit en een smet op het blazoen van de hervorming van de Senaat.

Ten slotte mag de Senaat, op eigen initiatief, best reflecteren over de mogelijke toekomstopties voor een betere werking van ons land. Om samenwerking en constructieve dialoog tussen de gemeenschappen en de gewesten te bevorderen is de Senaat voor ons de uitgelezen plaats. De bevoegdheid inzake fundamentele grondwetswijzigingen moet hoe dan ook behouden blijven. De deelstaten verdienen hierover immers hun zeg.

De Senaat 2.0 is wel degelijk meer dan alleen een praatbarak. Of tenminste: dat kan ze zijn met een beetje goede wil. En die wil ontbreekt vandaag de dag. Vandaag- misschien meer dan ooit - heeft ons Belgisch samenwerkingsfederalisme nood aan een sterke tweede kamer. In een confederale staat, die anderen bepleiten, is dat nut er misschien nog net iets meer. In afwachting van een Senaat 3.0 is het aan de Senatoren om recht te staan. 'Minder symboolpolitiek, meer samenwerken' is dan ook onze boodschap aan de politici.

Robin De Cubber is Nationaal Bureaulid van JONG CD&V.

Dennis Fransen is doctorandus publiek recht UHasselt en voorzitter JONG CD&V Limburg.

Het regeerakkoord van de nieuwe regering-De Croo bevat een groot hoofdstuk over democratische vernieuwing. In overleg met burgers, de academische wereld en de samenleving zal nagedacht worden over de hervorming van ons democratisch systeem. Ook de toekomst van de Senaat zal aan bod komen. Laat dit een oproep zijn om de semantische discussie tussen behoud of afschaffing van onze tweede kamer te overstijgen en te bouwen aan een Senaat 3.0, een deelstatenkamer waarbinnen het samenwerkingsfederalisme kan zegevieren.2 juni 2016. We bevinden ons in de Mobiliteitscommissie van het Vlaams Parlement. Karin Brouwers (CD&V) raadt de minister aan om eens grondig te kijken naar de 25 aanbevelingen voor een sterker geïntegreerd vervoersplan en -aanbod uit een recent informatieverslag van de Senaat. De aanbevelingen zouden zo maar eens een bron van inspiratie voor verdere acties ter aanvulling van het gevoerde beleid of een waarschuwing voor eventuele valkuilen kunnen zijn. 'Pure tijdverspilling', zo luidt het bij Annick De Ridder (N-VA): 'Wat we zelf doen, doen we beter'. Bovendien moeten het Vlaams Parlement en de Kamer van Volksvertegenwoordigers zich - wat het mobiliteitsbeleid betreft - ontfermen over de bevoegdheden waar zij voor bevoegd zijn. Nothing more, nothing less.Wel, laat mobiliteit nu net een typevoorbeeld zijn van een transversale materie waarbij de bevoegdheden van de federale overheid, de gewesten en zelfs de gemeenschappen elkaar voortdurend doorkruisen. Ieder voor eigen deur laten keren kan wel mooi klinken, maar blijkt in de praktijk niet altijd evident. Net voor die materies waarin het beleid van de ene overheid dat van een andere overheid kan beïnvloeden, zijn de informatieverslagen in het leven geroepen: soft law-instrumenten om de samenwerking tussen deelstaten en de federale staat te bevorderen.En die Senaat, of je het nu wilt of niet: de instelling is er. Met slechts een handvol bevoegdheden, maar zoals goede huisvaders/moeders kunnen hier best de meest efficiënte en zorgvuldige invulling aan worden gegeven. Wanneer je als Vlaams parlementslid een rapport met aanbevelingen - waaraan je nota bene zelf (al dan niet actief) aan hebt meegewerkt- in handen krijgt, kan je hiermee twee zaken doen. Ofwel de Senaat en haar werking totaal negeren en afdoen als tijdsverspilling (destructieve houding) of aan de slag gaan met de constructieve input en deze vervolgens op basis van inhoudelijke argumenten al dan niet te volgen (constructieve houding).De partijen die de Senaat liever kwijt zijn dan rijk - en zo zijn er heel wat - dreigen te belanden in cirkelredenering. Men pleit in dure socialmedia-campagnes voor de afschaffing van deze 'overbodige' instelling. Van hieruit neemt men een uiterst destructieve houding aan ten aanzien van alles wat er in en rond Senaat gebeurt. Wanneer je negeert wat de binnen deze instelling gebeurt, met inbegrip van degelijk onderbouwde adviezen ter bevordering van complementair beleid, dan is de instelling zelf niet overbodig. Zij wordt daarentegen van binnenuit uitgehold door een gebrek aan politieke bereidheid om de Senaat te gebruiken als hoeksteen binnen ons samenwerkingsfederalisme. Critici noemen de Senaat een dure instelling. Buiten de werking en diensten valt dit best mee. Er is amper politiek personeel - gemeenschapssenatoren genieten immers geen bijkomende vergoeding naast hun parlementaire wedde. Iets wordt pas een nodeloze kost wanneer de bereidheid om invulling te geven aan de instelling ontbreekt.De zesde staatshervorming heeft de Senaat een stuk uitgehold op het vlak van bevoegdheden. Men wou de Senaat immers omvormen tot een echte deelstatenkamer waar gemeenschappen kunnen overleggen op het federale niveau. Bij een volgende staatshervorming zal de (grondwettelijke) bevoegdheid van de instelling terug op de onderhandelingstafel belanden. Samen met de critici zullen wij dit zeker toejuichen, weliswaar om andere redenen. Het is overigens vreemd dat partijen die pleiten voor een confederaal model, gekant zijn tegen een instelling die het potentieel meedraagt om een toekomstig forum te bieden voor formeel medebeslissingsrecht van de deelstaten. Zij willen duidelijk een Senaat 0.0.Laat ons daarentegen net nadenken over een Senaat 3.0, waarbij een grondige heropwaardering krijgt om zijn functie als ontmoetingskamer van de gemeenschappen en gewesten optimaal te kunnen benutten.Hoe ziet een Senaat 3.0 er dan concreet uit? Vooreerst moet de Senaat terug initiatieven kunnen nemen tot het aannemen en bereiken van een draagvlak voor samenwerkingsakkoorden en gezamenlijke wetgeving. Ook lijkt de Senaat het orgaan bij uitstek om gemengde verdragen goed te keuren, waarbij de gemeenschappen en gewesten de nodige garanties krijgen.Als ontmoetingskamer tussen gemeenschappen en gewesten moet de Senaat vervolgens ook de inbreng van de deelstaten in toekomstige grondwetsherzieningen waarborgen. Wat ons betreft mag de instelling hier zelfs een proactieve houding in opnemen. Een echte deelstatenkamer verdient ook een vertegenwoordiging van de gewesten. Er zijn verschillende mogelijkheden om de inspraak van deelstaten te organiseren: een paritaire samenstelling (zoals in de VS) waar deelstaten op voet van gelijkheid beslissen, of op basis van het inwonersaantal (zoals Spanje en Duitsland). Hoe dan ook zijn de tien gecoöpteerde senatoren voor ons passé composé. België is het enige land waar niet-verkozen politici door coöptatie alsnog in het pluche kunnen belanden. Een aanfluiting van de vereiste democratische legitimiteit en een smet op het blazoen van de hervorming van de Senaat.Ten slotte mag de Senaat, op eigen initiatief, best reflecteren over de mogelijke toekomstopties voor een betere werking van ons land. Om samenwerking en constructieve dialoog tussen de gemeenschappen en de gewesten te bevorderen is de Senaat voor ons de uitgelezen plaats. De bevoegdheid inzake fundamentele grondwetswijzigingen moet hoe dan ook behouden blijven. De deelstaten verdienen hierover immers hun zeg.De Senaat 2.0 is wel degelijk meer dan alleen een praatbarak. Of tenminste: dat kan ze zijn met een beetje goede wil. En die wil ontbreekt vandaag de dag. Vandaag- misschien meer dan ooit - heeft ons Belgisch samenwerkingsfederalisme nood aan een sterke tweede kamer. In een confederale staat, die anderen bepleiten, is dat nut er misschien nog net iets meer. In afwachting van een Senaat 3.0 is het aan de Senatoren om recht te staan. 'Minder symboolpolitiek, meer samenwerken' is dan ook onze boodschap aan de politici.Robin De Cubber is Nationaal Bureaulid van JONG CD&V.Dennis Fransen is doctorandus publiek recht UHasselt en voorzitter JONG CD&V Limburg.