Op de groepsfoto van de regering-De Croo staan de premier, de vicepremiers, de ministers en een rist staatssecretarissen volgens hun protocollaire rang opgesteld. Alleen komt die officiële pikorde niet overeen met de politieke realiteit. Vooral Georges-Louis Bouchez (MR) heeft zijn partij met een kater opgezadeld. Van zeven ministers in de regeringen-Michel en -Wilmès moest hij terug naar drie regeringsleden. Hij heeft één post behoorlijk ingevuld (David Clarinval op Middenstand) en zich tweemaal danig vergist.
...

Op de groepsfoto van de regering-De Croo staan de premier, de vicepremiers, de ministers en een rist staatssecretarissen volgens hun protocollaire rang opgesteld. Alleen komt die officiële pikorde niet overeen met de politieke realiteit. Vooral Georges-Louis Bouchez (MR) heeft zijn partij met een kater opgezadeld. Van zeven ministers in de regeringen-Michel en -Wilmès moest hij terug naar drie regeringsleden. Hij heeft één post behoorlijk ingevuld (David Clarinval op Middenstand) en zich tweemaal danig vergist. De benoeming van Mathieu Michel, broer en zoon van, tot staatssecretaris kostte hem zelfs bijna de kop. Tot voor zijn benoeming droeg Mathieu als OCMW-raadslid, provincieraadslid en bestendig afgevaardigde in Geldenaken en Waals-Brabant zorg voor het lokale electoraat van de familie. Bouchez stuurde deze bescheiden politicus naar een regeringsfunctie met kapitale bevoegdheden (Digitalisering, Privacy) om het land klaar te maken voor de toekomst. Zelfs voor Franstalige liberalen was dat nepotisme te gortig. De andere miscast is Sophie Wilmès op Buitenlandse Zaken. Bij de verdeling van de portefeuilles had ze te verstaan gegeven dat zij uitkeek naar dit departement, omdat het een eervolle exit is die meer eerste ministers en elder statesmen te beurt is gevallen. Laten we eerlijk zijn: Wilmès is geen van beiden. Tot ze in 2015 de falende Hervé Jamar moest vervangen in de regering, was zij als provincieraadslid en schepen in een faciliteitengemeente een lokale politica. En toen ze in 2019 de demissionaire Charles Michel opvolgde was ze nooit een eerste minister met een volwaardige parlementaire meerderheid of een regeringsleider met gezag. Bovendien zal vicepremier Wilmès ook op Buitenlandse Zaken de eerste minister moeten laten voorgaan. Alexander De Croo koos als kabinetschef de ervaren diplomaat Peter Moors, een oudgediende van Guy Verhofstadt, een veteraan van vele Europese onderhandelingen en nu ex-voorzitter van de FOD Buitenlandse Zaken - in zijn kielzog stapten nog andere diplomaten over naar het kabinet van de premier. Het ziet ernaar uit dat De Croo de belangrijkste buitenlandse - Europese - dossiers naar zich toe zal trekken: EU-steun moet het relancebeleid helpen te financieren, maar dat wordt voorwerp van harde onderhandelingen. Falen is geen optie. Het is daarom nuttig dat ook Begroting in Open VLD-handen is - staatssecretaris Eva De Bleeker staat protocollair achter in de rij, maar zij werkt in onderaanneming van De Croo en de zonodig brutale vicepremier Vincent Van Quickenborne (Justitie). David Clarinval is dus de nieuwe minister van Middenstand, Zelfstandigen, Kmo's en Landbouw. Het is een minder zichtbare ministerspost, maar hij hoort tot de corebusiness van een liberale partij. In een recent verleden werd Sabine Laruelle beschouwd als het geheime wapen van de MR - ze bekleedde deze functie onafgebroken tussen 2003 en 2014. Terwijl de Michels, papa et fils, en Didier Reynders alomtegenwoordig waren in de media, werkte zij in de regeringen-Verhofstadt II en III, -Leterme I en II, -Van Rompuy én -Di Rupo onverdroten aan verbeteringen voor 'haar' doelgroep. Overigens claimden de twee andere Franstalige partijen elk ook ministersposten met bevoegdheden die hun achterban na aan het hart liggen. De PS heeft Economie en Werk (Pierre-Yves Dermagne), Pensioenen en Armoedebeleid (Karine Lalieux) en Defensie (Ludivine Dedonder) - Franstalig België ziet dat vooral als een werkgelegenheidsproject. Ecolo haalde Mobiliteit (Georges Gilkinet) binnen, plus Klimaat, Leefmilieu, Duurzame Ontwikkeling en de Green Deal (Zakia Khattabi) - dat is een stuk sexyer dan het eerder technocratische departement Energie dat toegewezen werd aan haar Groen-collega Tinne Van der Straeten - en daarbij komt nog Gendergelijkheid en Kansengelijkheid voor Sarah Schlitz. Van deze bevoegdheden liggen groene kiezers veel meer wakker dan van de Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven van Petra De Sutter, ook al mag zij zichzelf vicepremier noemen. Bovendien werd de populaire Nationale Loterij haar ook nog ontfutseld door Joachim Coens voor Sammy Mahdi (CD&V). Zelfs de bevoegdheden van SP.A'ster Meryame Kitir (Ontwikkelingssamenwerking, Grote Steden) spreken progressieve kiezers directer aan. Meer dan de rel rond Kristof Calvo is het echte drama voor Groen de 'shitbevoegdheden' (dixit een parlementslid) waarmee voorzitster Meyrem Almaci zich liet afschepen. SP.A-voorzitter Conner Rousseau haalde Frank Vandenbroucke terug. Al in zijn eerste weken lijkt de nieuwe minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid de hoge verwachtingen in te lossen. Zelfs hij laat zich tegenwoordig coachen door de SP.A-communicatie- dienst. Dat is het grote verschil tussen de Vandenbroucke die in 2009 helemaal geïsoleerd stond en de Vandenbroucke 2.0 die in deze covidcrisis 'de tweede eerste minister' kan worden. Zijn kabinetschef algemeen beleid is Inti Ghysels, ex-hoofd van de studiedienst: zo is er een directe lijn tussen de oudere, eigenzinnige minister en de jonge, zelfbewuste partijvoorzitter. Ri De Ridder, topambtenaar van het Riziv, keert terug uit pensioen om als kabinetschef Volksgezondheid het land (en de partij) nog een dienst te bewijzen. Die andere comebackkid,CD&V-voorzitter Joachim Coens (CD&V), koos rigoureus voor vernieuwing, verjonging én voor een verrechtsing - het profiel van Vincent Van Peteghem (vice-premier, Financiën) en Annelies Verlinden (Binnenlandse Zaken) sluit aan bij dat van de (uitgerangeerde) rebellenleiders Pieter De Crem en Hendrik Bogaert. Dat geldt ook voor Sammy Mahdi (Asiel en Migratie). Mahdi is stedelijk en modern, maar pleitte wel al voor het opsporen en liquideren van actieve of voortvluchtige Belgische IS-strijders: 'Geen genade.' Met hun benoeming lanceert Coens Van Peteghem en Verlinden meteen ook als de nieuwe lijsttrekkers voor nieuwe lijsttrekkers voor Oost- Vlaanderen en Antwerpen. Maar vooral vertegenwoordigen zij zijn politieke lijn. Van Peteghem is net als Coens burgemeester van een kleine gemeente (respectievelijk De Pinte en Damme). Als politicus stapte hij ook in de voetsporen van zijn vader. Zijn familie behoort ook tot het katholieke CD&V-kernpubliek - zijn grootoom was de legendarisch conservatieve Gentse bisschop Leonce-Albert Van Peteghem (1916-2004). Verlinden is een topadvocate van het kantoor DLA-Piper die Arco verdedigde. Het zijn twee ministers op wie Coens kan rekenen als de CD&V zich in een één-tegen-zessituatie moet schrap zetten wanneer ethische wetsvoorstellen (abortus, euthanasie) of het Arcodossier op de tafel komen. Inmiddels lijkt het alsof die andere kandidaat-premier, PS-voorzitter Paul Magnette, de grote afwezige is. Dat klopt niet. Hij zorgde ervoor dat een bescheiden staatssecretaris kan uitgroeien tot een van de belangrijkste regeringsleden, al dan niet achter de schermen. Thomas Dermine (Relancebeleid) is als ex-directeur van de studiedienst Institut Emile Vandevelde de eerste vertrouwensman van de PS-voorzitter: tijdens de regeringsonderhandelingen was hij ook de enige sherpa die zelf het woord nam. Toen duidelijk werd dat hij geen kabinetschef van de premier zou worden, pikte de PS voor Dermine een bevoegdheid in waarop de MR had aangedrongen. Bouchez vond dat een regeerakkoord vandaag niet meer moet zijn dan een 'relanceplan'. Als verantwoordelijke voor het relancebeleid kan Dermine de verzamelde overheden (én de sociaaleconomische actoren) van dit land mee aansturen. Hij hoeft niet zelf te schitteren: Thomas Dermine moet ervoor zorgen dat gebeurt wat Paul Magnette wil en wat de PS vooruithelpt.