De alternatieve canon: terwijl de regering-Jambon een Vlaamse canon voorbereidt, kijktKnack weg van de alom bekende ankerpunten. Welke feiten en gebeurtenissen zijn onbekend maar onontbeerlijk voor wie de geschiedenis van Vlaanderen écht wil kennen?
...

Voorgesteld door: Anne-Laure Van Bruaene Waarom? Omdat het nationalistische cliché van 'de calvinistische Hollandse volksaard' versus 'het katholieke Vlaamse karakter' niet klopt. Door de Tachtigjarige Oorlog (1568- 1648) vielen de welvarende Zeventien Provinciën van keizer Karel V uiteen. De zeven noordelijke provincies verkregen hun onafhankelijkheid als de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en de overblijvende Zuidelijke Nederlanden bleven onder Habsburgs bestuur. De zwart-wituitleg daarvoor is dat de opstandelingen het sterkst stonden in het Noorden, omdat dat gebied protestants was. Het katholieke Zuiden kwam volgens diezelfde uitleg veel gemakkelijker tot een vergelijk met de nog katholiekere Spanjaarden. De werkelijkheid was veel complexer. De Tachtigjarige Oorlog was een lange keten van brutale oorlogsdaden en wisselende krijgskansen. In 1566 was er de Beeldenstorm, het bloedige regime van de hertog van Alva vond plaats tussen 1567 en 1573, de graven van Egmont en Hoorn werden in 1568 onthoofd, het Spaanse Beleg van Leiden was in 1574 mislukt enzovoort. En in 1577 voegden een aantal zuidelijke steden een nieuw maar vaak vergeten hoofdstuk toe aan dat immer aanslepende conflict. Anne-Laure Van Bruaene: 'De zuidelijke opstandelingen namen het de zittende stadsbesturen kwalijk dat zij de centrale - katholieke, Habsburgse - politiek van harde ketterijvervolging hadden geaccommodeerd. Aanvankelijk wilden de nieuwe machthebbers de belangrijkste Vlaamse en Brabantse steden zelf versterken tegen te verwachte aanvallen van de Habsburgse troepen. Daarom bezetten Gentse milities kleinere steden als Brugge, Kortrijk, Menen, Ieper en Ronse. Maar dat ging gepaard met de calvinisering van Vlaanderen en kort daarna ook Brabant. In Gent, Brugge, Antwerpen en Brussel werden aparte protestantse stadsrepublieken uitgeroepen. De katholieke geestelijkheid werd verjaagd, er waren vernielingen in kerken en kloosters, en uiteindelijk kwam er zelfs een verbod op de katholieke eredienst.' De calvinistische stadsrepublieken zagen het levenslicht in 1577-'78 en verdwenen in 1584 (Brugge en Gent) en 1585 (Brussel en Antwerpen). Tussenin lagen hevige jaren. Van Bruaene: 'In die republieken kun je bredere patronen van radicalisering zien. Fake news circuleerde in de vorm van valse geruchten. De protestantse opstandelingenleider Willem van Oranje werd wel tienmaal doodverklaard door katholieke propagandisten. Tegenstanders werden zwartgemaakt in pamfletten en liederen. In Brugge werd tijdens een officiële festiviteit een vuurwerk met levende katten afgestoken - "kat" was een vilein scheldwoord voor "katholiek". De katholieke belegeraars van de protestantse steden lieten zich niet onbetuigd. Kinderen die buiten de vestingen werden gevat, werden met afgesneden oren terug de stad ingejaagd.' De Habsburgse legers heroverden de genoemde steden een voor een, met als symbolisch eindpunt de Val van Antwerpen. Daarop volgde een exodus naar het Noorden. Toch zou het nog meer dan zestig jaar duren voor het Noorden internationaal als onafhankelijke staat werd erkend. Toen al waren de kortstondige calvinistische republieken zo goed als vergeten. Van Bruaene: 'De nationale geschiedschrijving van België en Nederland heeft altijd geworsteld met dat verhaal. Het leert dat het protestantisme vooral aanhang vond bij de hoogopgeleide middenklasse in de zuidelijke industriesteden. En dat druist regelrecht in tegen de nationalistische clichés van de calvinistische Hollandse volksaard versus het katholieke Vlaamse karakter.'