Onderaan dit artikel vindt u de lijst met alternatieven voor de Vlaamse canon.
...

Het was N-VA-voorzitter Bart De Wever die het idee van een 'Vlaamse canon' dit jaar uit de kast haalde. In zijn startnota voor de Vlaamse regeringsonderhandelingen pleitte hij voor 'een lijst van ankerpunten uit onze cultuur en geschiedenis die Vlaanderen als Europese natie typeren'. Meteen wezen een aantal historici het voorstel af, met voorop Bruno De Wever (UGent). 'De politieke instrumentalisering van de geschiedenis om de Vlaamse identiteit te ondersteunen is een bar slecht idee', zei hij. 'Als historicus zou mijn broer beter moeten weten.' Dat zou inderdaad moeten. Al in februari 2002 had Bart De Wever zich uitgesproken tégen zo'n canon. Dat deed hij in een opiniestuk in De Standaard getiteld 'Maak geen misbruik van de geschiedenis'. 'Geschiedenis laat zich niet canoniseren tot absolute en eeuwige waarheid', schreef hij toen. 'Een officiële versie van het verleden opleggen, als dienstmaagd voor het politieke heden, is typisch voor totalitaire regimes. In een democratie moet de overheid daaromtrent de grootste schroom aan de dag leggen.' In het essay 'Dienstmeid of kritische vriendin?', dat vorige maand verscheen in het tijdschrift Karakter van de Academische Stichting Leuven, verklaart Bruno De Wever samen met collega- historici Tom De Paepe (UGent), Paul Janssenswillen (UAntwerpen) en Karel Van Nieuwenhuyse (KU Leuven) waarom een Vlaamse canon geen goed idee is. 'De startnota baadt in een achterhaald, romantisch geschiedenisbeeld van een eeuwenoude Vlaamse natie, dat een anachronistische visie verraadt', schrijven ze. Volgens de historici projecteert ze onterecht een hedendaags idee van Vlaanderen terug in een ver verleden. 'Vlaanderen is immers een relatief recente constructie, tot stand gekomen binnen het Belgisch staatsbestel na 1830.' Het essay herinnert eraan dat grote delen van het huidige Vlaanderen indertijd behoorden tot het hertogdom Brabant (zoals Antwerpen, Brussel en Leuven) of het graafschap Loon (zoals grote delen van de huidige provincie Limburg) - en dus niet tot het graafschap Vlaanderen. En het gaat niet alleen om het land, maar ook om zijn inwoners. 'Rubens, als Duitse Brabander, de broers Van Eyck, afkomstig uit het graafschap Loon, Bruegel als Brabander, Mercator en andere kanshebbers om het tot de Vlaamse historische canon te schoppen: ze zouden wellicht vreemd opgekeken hebben wanneer ze voor een Vlaams karretje gespannen werden.' Hedendaagse identiteiten aan historische actoren toekennen, zo onderstrepen de historici in Karakter, is 'ahistorisch'. Tegelijk zijn zulke veralgemeningen haast dagelijkse kost. In 2005 behoorden Rubens en co. ook al tot de genomineerden voor De Grootste Belg, terwijl België evenzeer een negentiende-eeuwse constructie is. In een tijd als deze, waarin identiteit hevige emoties oproept, is een canon per definitie een problematische onderneming. Natuurlijk worden bij elke vorm van geschiedschrijving namen en feiten geselecteerd - die selectie is nooit neutraal, zelfs als het niet om een canon gaat. Maar bij een canon wordt zo'n subjectieve keuze 'geofficialiseerd': daarin wortelt het conflict tussen voor- en tegenstanders. Bestaat het risico dat de canon (pik)zwarte bladzijden uit het Vlaamse verleden wegmoffelt? Dat hij de 'historische eigenheid' belichaamt van een land en een volk dat er ooit niet was, of dat in ieder geval ánders was? Dient de canon een Vlaams-nationalistisch project? De auteurs van het Vlaamse regeerakkoord hadden die kritiek verwacht. Het verklaart hun verwijzing naar Nederland, waar deze discussie tien jaar geleden al plaatsvond. Dat gebeurde met dezelfde argumenten, maar de Nederlandse regering heeft doorgezet. Het Vlaamse regeerakkoord stelt bovendien dat de canon 'dynamisch' moet zijn - hij blijft voor aanpassing vatbaar. En zelfs N-VA-kopstuk Theo Francken pleitte er op Twitter voor dat hij wordt toevertrouwd aan een 'onafhankelijke commissie mét aandacht voor zwarte bladzijden uit de Vlaamse geschiedenis'. Tegelijk is de canon 'in de eerste plaats bedoeld ter ondersteuning van het onderwijs en, in aangepaste vorm, van de inburgeringscursus voor onze nieuwkomers'. Hoe onafhankelijk en deskundig de selectie ook verloopt, vrijblijvend zal hij niet zijn. Frits van Oostrom, de hoogleraar literatuurgeschiedenis die de Nederlandse canoncommissie voorzat, verdedigde het project juist daarom. Volgens hem mag het geen vrijblijvende oefening zijn in het opwekken van interesse voor de eigen geschiedenis. Het eigene aan een canon is net dat hij burgerschap kan helpen kneden. 'Als mensen leven en werken in een land,' zei Van Oostrom in augustus op Radio 1, 'spreekt het voor zich dat ze iets weten van de geschiedenis en de cultuur van dat land.' 'Maar', zei Van Oostrom ook, 'dat is nog iets anders dan een identiteit opleggen.' Hij gelooft trouwens niet dat er zoiets als een Nederlandse identiteit bestaat. 'Natuurlijk zijn er kenmerken die dominant zijn in bepaalde landen - het is altijd een leuke sport om het te hebben over de verschillen tussen Nederland en Vlaanderen - maar dat is nog iets anders dan een gebeitelde identiteit die met name nieuwkomers zich eigen zouden moeten maken via een canon. Daar wilden wij helemaal niet aan meedoen.' In juni had Ingrid van Engelshoven (D66), die als minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bevoegd is voor de Canon van Nederland, al aangedrongen op 'een onderhoudsbeurt' van die lijst. Ze verzocht om 'aandacht te besteden aan de verhalen en perspectieven van verschillende groepen in de samenleving, en de schaduwkanten van de Nederlandse geschiedenis voldoende aan bod te laten komen'. Dat is een gevolg van de dynamische invulling van een canon, maar het leidde opnieuw tot discussie en gesteggel. Onvermijdelijk zal de officiële Vlaamse canon verwijzen naar de Rubensen, de Gerard Mercators of Jacob Van Arteveldes. Daarnaast hebben nog zo veel andere personages en gebeurtenissen onze cultuur en geschiedenis bepaald, maar zo goed als niemand kent ze nog. Naar dát vergeten verleden ging Knack op zoek, gegidst door historici van diverse pluimage. Het is onrechtvaardig om uit hun fascinerende bijdragen er maar één uit te pikken, maar Lisa Demets (UGent) brengt ons de Excellente Cronike van Vlaenderen in herinnering. Die werd in 1482 geschreven door Anthonis de Roovere en verhaalt de geschiedenis van het graafschap Vlaanderen. Demets waarschuwt dat die 'middeleeuwse canon avant la lettre' niet meer is dan 'een melancholische terugblik op een roemrijk, gefictionaliseerd verleden'. Eeuwenlang heeft hij ons beeld van het verleden vertroebeld, schrijft ze. Hetzelfde mag, bedoeld of onbedoeld, niet het resultaat zijn van de historische en educatieve onderneming die de nieuwe Vlaamse regering voor ogen heeft.