Maïka De Keyzer

‘Hoe kunnen we in Vlaanderen op een economisch rendabele manier aan landbouw doen?’

Maïka De Keyzer Docent sociaaleconomische en ecologische geschiedenis aan de KU Leuven

‘Net zoals bij het klimaatprobleem zijn ‘technofixes’, uitsluitend technologische ingrepen om maatschappelijke en complexe problemen op te lossen, zelden voldoende’, schrijft Maïka De Keyzer (KU Leuven). In ‘Tot de bodem’, dat binnenkort verschijnt buigen verschillende experts zich over de toekomst van landbouw in Vlaanderen. We bieden u hier een fragment aan.

Op 30 januari debatteren Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA), Maïka De Keyzer (KU Leuven), Heleen De Smet (Bond Beter Leefmilieu) en Hendrik Vandamme (Algemeen Boerensyndicaat) over de toekomst van landbouw in Vlaanderen. Wetenschapsjournalist Dirk Draulans moderteert.

Deelname is gratis, u kan zich hier inschrijven. Het debat kan na afloop herbekeken worden op Knack.be/totdebodem.

De vraag dringt zich op hoe we in Vlaanderen, Europa of zelfs op planetaire schaal op een duurzame en economisch rendabele manier aan landbouw kunnen doen, en hoe we die landbouw dan vorm moeten geven. Momenteel hanteren Vlaanderen en Europa grotendeels drie hefbomen: technologische innovaties, subsidies gekoppeld aan ecologische voorwaarden en ad-hocmaatregelen om specifieke problemen op te lossen.

In 2020 doneerde toenmalig minister van Landbouw Hilde Crevits nog 4.165.500 euro via de projectoproep innovatiesteun. Crevits getuigde tijdens de uitreiking dat het “van groot belang is dat de land- en tuinbouwers gestimuleerd worden om nieuwe innovatieve concepten toe te passen op hun bedrijf.”

Aan nieuwe innovatieve technieken is er namelijk geen gebrek. In 2020 publiceerdenIngrid de Zwarte en Jeroen Candel het boek ‘10 miljard monden’. Het boek is een bloemlezing van de wetenschappelijke innovaties en oplossingen die voornamelijk aan de Wageningse landbouwuniversiteit worden ontwikkeld. Voor quasi alle huidige problemen in de landbouw worden er innovatieve oplossingen geboden. Het boek staat ook stil bij de maatschappelijke vragen en enkele negatieve kanten van een uitsluitend technologische aanpak, iets dat vele andere boeken, documentaires en beleidsplannen nalaten.

De VPRO-documentaire ‘De boer van de toekomst’ is een goed voorbeeld. De vegetarische slager toont het pad richting een vleesloze wereld zonder afscheid te moeten nemen van onze geliefde kaas en vleesgerechten. Onkruiden te lijf gaan en oogsten zonder zware en logge machines gebeurt binnenkort met artificiële intelligentie en supersonische drones. Het landtekort en de uitstoot van ammoniak kan door hoogtechnologische drijvende veestallen worden opgelost. De optimistische documentaire toont dat voor de wetenschap de grenzen eindeloos kunnen worden verlegd.

(Lees verder onder de cover.)

Maïka De Keyzer (red.), Tot de bodem. De toekomst van landbouw in Vlaanderen, Leuven University Press, 222 blz., 21,50 euro.

Diezelfde optimistische houding vind je terug bij Vlaamse beleidsmakers. Binnenkort kunnen we onze eigen soja telen op Vlaamse akkers, en hoogtechnologische stallen en aangepast voedsel zullen de ammoniakproblemen reduceren.

Maar net zoals bij het klimaatprobleem zijn ‘technofixes’, uitsluitend technologische ingrepen om maatschappelijke en complexe problemen op te lossen, zelden voldoende. Om te beginnen toont historisch onderzoek dat nieuwe technologieën vaak nieuwe problemen met zich meebrengen. Kunstmest was de ultieme oplossing van het mesttekort in de premoderne landbouw, maar heeft tot de huidige stikstofproblematiek geleid. DDT en andere bestrijdingsmiddelen deden onkruid en insectenplagen verdwijnen, maar dragen naast het verlies van habitats enzovoort bij tot de huidige biodiversiteitscrisis. Landbouwmachines kwamen in de plaats van dure arbeiders en hebben productiviteitsproblemen opgelost, maar degraderen onze vruchtbare bodems.

Die valkuilen uit het verleden zijn geen reden om technologische innovaties te weren, maar ze tonen aan dat het geen zaligmakende oplossingen zijn en we altijd beducht moeten zijn voor de nieuwe, onverwachte problemen die ze met zich meebrengen.

De tweede standaardoplossing is wat doorgaans de ‘wortel en stok’-methode wordt genoemd. Dat is de absolute favoriet van zowel de Europese Unie als van onze Vlaamse ministers van landbouw. Sinds de jaren 60 gaat het grootste deel van het Europese budget naar landbouwsubsidies. Het GLB heeft jaarlijks ongeveer 55 miljard euro te spenderen.

Frans Timmermans heeft met zijn Farm to Fork strategy beslist dat het GLB voortaan resoluut moet worden aangewend om een omslag teweeg te brengen richting een duurzame en eerlijke landbouw. Veel subsidies zullen voorwaardelijk worden toegekend. Er worden ecologische doelstellingen geformuleerd waaraan moet worden voldaan om subsidies te kunnen verkrijgen.

Daarnaast worden er maatregelen genomen om vervuilende en onduurzame praktijken te belasten of te ontraden. Die tactiek heeft tot op heden weinig goede resultaten opgeleverd. Hoewel de ‘Farm to Fork’-strategie meer daadkracht uit straalt, blijven de meeste subsidies naar de grootschalige en de klassieke landbouwbedrijven gaan. Bovendien bestaan er nog altijd grote inconsequenties tussen de ‘Farm to Fork’-principes en het GLB. Zo zijn de voorwaarden en vereisten die Farm to Fork voorstelt, niet opgenomen in de nieuwe GLB-overeenkomst.

Ten slotte wenden beleidsmakers zich vaak tot ad-hocmaatregelen in plaats van geïntegreerde oplossingen of een systeemverandering. Een voorbeeld zijn de gerichte campagnes rond biodiversiteit. Tussen 2017 en 2020 leverden Agentschap Natuur en Bos en de Vlaamse Landmaatschappij de middelen en ondersteuning om vogelakkers aan te leggen ter bescherming van bedreigde soorten zoals de inheemse Grauwe Kiekendief.

Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir kon aankondigen dat 326 hectare op een vogelvriendelijke manier werd beheerd. Tegelijkertijd blijft de akkervogelindex problematisch dalen, met slechts een voorzichtige stabilisatie tijdens de laatste jaren. 326 hectare staan namelijk in schril contrast met de trends qua bestrijdingsmiddelen en verlies van habitats elders.

Daarom is een fundamentele transformatie van ons landbouwsysteem nodig. Hetzelfde zien we bij de keuzes qua biodiversiteitsmaatregelen binnen de huidige GLB-grenzen. Boeren kunnen investeren in een breed gamma aan maatregelen om de biodiversiteit op hun land te verbeteren in ruil voor subsidies.

De maatregelen zijn echter niet allemaal even bevorderlijk voor de biodiversiteit. Groenbedekking, vanggewassen of stikstofbindende gewassen worden door Europese rapporten als het minst bevorderlijk bestempeld, en toch maken net die twee strategieën de absolute meerderheid uit van de meeste Europese boeren.

Zeker in België zijn we koplopers. Van de 20% ecologische aandachtsgebieden in ons bouwland is minder dan 1% besteed aan strategieën met een significante impact op biodiversiteit. Belgische boeren kiezen verder resoluut voor groenbedekking of vanggewassen, terwijl andere maatregelen een grotere invloed hebben op biodiversiteit.

Het ontbreken van systeemverandering

Een landbouwcrisis die zich manifesteert op het domein van onder meer ecologie, arbeid, teeltkeuze, commercialisering, beleid, internationale betrekkingen en landbezit, vereist een geïntegreerde aanpak die het systeem fundamenteel hervormt.

In tegenstelling tot ad-hocsymptoombehandelingen of eendimensionale oplossingen, is er nood aan een beleidsplan dat al die invalshoeken integreert en een coherent beleid voorstelt. Het huidige debat wordt echter gekenmerkt door gepolariseerde kampen: landbouw versus natuur, vermarkting versus subsistentie, schaalvergroting versus familiebedrijven, comparatieve voordelen en specialisatie versus diversiteit enzovoort. Zoals Ingrid De Zwarte en Jeroen Candel in ‘10 miljard monden’ al stelden, brengen gepolariseerde debatten zelden de juiste antwoorden. Met dit boek willen we die klassieke tegenstellingen doorbreken.

In plaats van de klassieke breuklijnen tegenover elkaar te blijven zetten hebben we aan een brede waaier van experten gevraagd om vanuit een andere, namelijk progressieve, invalshoek de problematiek te bekijken. Alle auteurs kregen de vraag gesteld wat een progressief landbouwbeleid momenteel verhindert, en wat er volgens hen moet veranderen om dat te verkrijgen. Progressief wordt gedefinieerd als eerlijk, duurzaam, sociaal rechtvaardig en solidair. De kernvraag van dit boek is dan ook: hoe kan een coherent landbouwbeleid landbouw eerlijk, sociaal rechtvaardig, duurzaam en solidair maken?

Maïka De Keyzer (red.), Tot de bodem. De toekomst van landbouw in Vlaanderen, Leuven University Press, 222 blz., 21,50 euro.

Op 30 januari debatteren Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA), Maïka De Keyzer (KU Leuven), Heleen De Smet (Bond Beter Leefmilieu) en Hendrik Vandamme (Algemeen Boerensyndicaat) over de toekomst van landbouw in Vlaanderen. Wetenschapsjournalist Dirk Draulans moderteert.
Deelname is gratis, u kan zich hier inschrijven. Het debat kan na afloop herbekeken worden op Knack.be/totdebodem.

Partner Content