Opinie

Mathieu Blondeel

‘Wat kunnen Europese leiders nog doen om bij te dragen aan een onderhandelde vrede?’

Mathieu Blondeel Onderzoeker aan de Warwick Business School in het Verenigd Koninkrijk

‘Het adagium luidt “if you want peace, prepare for war.” Het is exact deze ingesteldheid die de verhoging van de defensiebudgetten en oorlogsretoriek in Europa inspireert’, schrijft Mathieu Blondeel. ‘De onbezonnenheid van de sancties, gekoppeld aan een manifest gebrek aan diplomatie tussen Rusland en het Westen, is alarmerend.’

Het wordt ondertussen almaar duidelijker dat de huidige spiraal van sanctie- en geweldsescalatie enkel kan leiden tot een lang uitgesponnen oorlog in Oekraïne of zelfs tot een catastrofale confrontatie tussen Rusland en het Westen. Daarom wordt het hoog tijd om na te denken over wat Europese leiders moeten doen om bij te dragen aan een onderhandelde vrede.

Wat kunnen Europese leiders nog doen om bij te dragen aan een onderhandelde vrede?

De vraag werd afgelopen weken al meerdere malen gesteld: Waar blijft de (Belgische) vredesbeweging? Het kan zijn dat er inderdaad een gebrek aan ‘sense of urgency’ onder de bevolking leeft, maar de vraag verdoezelt eerder een pijnlijke waarheid. Oorlog is bij uitstek ondemocratisch en de inspraak van ‘de straat’ is in tijden van oorlog, samen met de waarheid, het eerste slachtoffer.

De vergelijking werd al gemaakt met de anti-rakettenbetogingen in de jaren ’80, die alleen al in België honderdduizenden mensen op de been brachten. Maar er wordt niet vermeld dat die raketten er uiteindelijk wel kwamen, ondanks het oorverdovende protest. Hetzelfde geldt voor de wereldwijde manifestaties tegen de invasie in Irak in 2003. Zelfs het “grootste georganiseerde protest in de geschiedenis” kon de invasie, en daaropvolgende jaren van crisis in het Midden-Oosten, niet afwenden.

We leven vandaag in een democratie, dat klopt, en oorlog lijkt het laatste relict uit een tijd waarin we gedwee de grillen van onze leiders moesten volgen. Democratie bestaat namelijk bij de gratie van pacificatie van breuklijnen in de samenleving. Neem nu de sociaal-economische breuklijn. Die overkomen we door allerhande overlegorganen te institutionaliseren (bijvoorbeeld de Groep van 10) en constant op zoek te gaan naar een compromis tussen werkgever en werknemer. Dit gebeurt niet zonder slag of stoot, maar het lukt wel.

Maar hoe pacificeer je oorlog? Het lijkt haast onmogelijk, want vormen oorlog en pacificatie geen tegenspraak in termen? Een militair apparaat in oorlog kan enkel werken als bevelen van hogerhand strikt worden opgevolgd. Er is geen ruimte voor tegenspraak, (zelf)reflectie en compromis. Het staat met andere woorden volledig haaks op de essentie van een democratie.

Ook vandaag willen politieke leiders elk hun Churchill-moment te claimen. Ben Weyts sloeg onlangs de hoofdvogel af door aan te kondigen Russische studenten te zullen weren. Maar dat is natuurlijk Vlaamse kolder. Veel gevaarlijker is het dat Polen actief burgers ronselt om te gaan strijden in Oekraïne of op eigen houtje gevechtsvliegtuigen wil leveren aan de Oekraïners. Als NAVO-lid kunnen ze ons zo allemaal meesleuren in een oorlog. Waar kunnen wij, als burger, hierover meebeslissen?

Toch werden er in de nevelen van de oorlog afgelopen dagen ook voorzichtige diplomatieke openingen gemaakt tussen Rusland en Oekraïne. Zo lieten de Russen al varen dat ze Oekraïne willen ‘de-nazificeren’ (lees: de regering afzetten), gaf Zelenskiy aan dat er gesproken kon worden over de gecontesteerde gebieden én dat NAVO-lidmaatschap niet langer aan de orde is.

In tussentijd blijven we vanuit het Westen Moskou de duimschroeven aandraaien, zonder enig idee wat een exitstrategie uit deze escalerende sanctiepolitiek zou kunnen zijn. De onbezonnenheid van de sancties, gekoppeld aan een manifest gebrek aan diplomatie tussen Rusland en het Westen, is alarmerend. Ook onze leiders moeten openlijk aangeven dat:

  • Een offensieve militaire interventie, bijvoorbeeld door een ‘no-fly zone’, contraproductief is. Hoe pijnlijk dit ook moge zijn, op die manier worden we meegezogen in een conflict waarvan we het einde niet kennen. Grootschalige humanitaire hulpverlening moet prioriteit zijn.
  • Ze actief willen meewerken aan een diplomatiek akkoord tussen Rusland en Oekraïne, met compromissen langs beide zijden. Daarvoor moeten alle diplomatieke kanalen openblijven.
  • Ze bereid zijn om per direct bepaalde sancties terug te draaien indien er een akkoord wordt gevonden.

Het adagium luidt “if you want peace, prepare for war.” Het is exact deze ingesteldheid die de verhoging van de defensiebudgetten en oorlogsretoriek in Europa inspireert. Maar dit is al te simplistisch en zelfs gevaarlijk. Veel beter zouden we een ander cruciaal idee in gedachten houden: “If you only prepare for war, it’s war you’ll get.

Dr. Mathieu Blondeel is Research Fellow aan de Warwick Business School (UK), waar hij onderzoek doet naar de geopolitiek van de energietransitie.

Partner Content