Vorige week nog, enkele dagen nadat 75.000 mensen in Brussel betoogden voor een ernstig klimaatbeleid, stemde België tégen een Europese richtlijn die landen oplegt minder energie te verbruiken. Volgens de Belgische regering zijn ingrijpende energiebesparingen 'niet op een kosteneffectieve wijze te verwezenlijken'. Een Europese studie naar de kosten én opbrengsten van energiebesparingen vertelt nochtans net het tegenovergestelde, namelijk dat de energiebesparingen die Europa lidstaten oplegt "zéér kosteneffectief" zijn en dat de opbrengsten na enkele jaren al veel groter zijn dan de kosten.

Transitie naar duurzame economie kan alleen slagen als we werk maken van betere herverdeling van welvaart.

De houding van de Belgische regering vertelt iets over een nieuwe perceptie- en informatie-oorlog die op ons af komt: is de grote transitie, weg van fossiele brandstoffen, naar een koolstofvrije economie wel betaalbaar? En vooral: wie zal daar de rekening van betalen? Zullen dat diegenen zijn die de klimaatverandering veroorzaakt hebben, of zal het - zoals dat bij de bankencrisis het geval was - de bevolking zijn die de rekening gepresenteerd krijgt? De vraag stellen is ze beantwoorden. Het protest van de gele hesjes tegen de verhoging van de dieselprijzen in Frankrijk - door Macron aangekondigd als een maatregel die kadert in de strijd tegen de klimaatverandering - toont aan dat mensen het niet pikken dat de kosten van klimaatactie op hen afgewenteld worden. De actievoerders zijn lang geen klimaatsceptici, maar ze zullen het wel worden als beleidsvoerders er niet in slagen de transitie eerlijk te laten verlopen.

Om de maatregelen die nodig zijn om het Klimaatakkoord van Parijs uit te voeren, zullen beleidsvoerders een maatschappelijk draagvlak moeten creëren bij de bevolking. Daarover wordt woensdag, op vraag van de Europese sociaal-democraten ook gedebatteerd in het Europees parlement. Onze kernboodschap zal zijn: de transitie zal enkel en alleen kans op slagen hebben als het een 'rechtvaardige transitie' is, een begrip dat internationaal bekend staat als Just Transition. Het begrip plaatst sociale rechtvaardigheid in het hart van alle beleidsmaatregelen die genomen worden op weg naar een duurzame samenleving.

'Just Transition' plaatst mensen weer centraal in het debat. Want dat we de economie moeten 'vergroenen', wordt inmiddels ook - met uitzondering van populisten als Trump - erkend door niet-progressieve partijen zoals de christendemocraten of de liberalen. Het verschil met socialisten is, dat zij die transitie louter zien als een kans om bedrijven een nieuwe concurrentiepositie te geven, nieuwe markten te openen en nieuwe vormen van winstbejag na te streven. Met de 'vergroening van de economie' kan er geld verdiend worden, is de redenering. Zij weigeren, met andere woorden, de sociale dimensie te zien van de transitie naar een duurzaam economisch model. Nochtans heeft zo'n transitie geen kans van slagen, als er niet gelijktijdig en met even grote inzet gewerkt wordt aan de omslag naar een duurzaam sociaal model. Géén groene revolutie, zonder een stevige sociale, rode sokkel.

In Frankrijk protesteren de gele hesjes omdat de lonen de stijgende levensduurte niet volgen, omdat Macron hakt in de sociale zekerheid en in sociale dienstverlening zoals degelijk openbaar vervoer, of in ons land omdat de kosten voor gewone burgers voor zowat alles gestegen zijn, terwijl het maandelijks inkomen nagenoeg gelijk is gebleven. De protesten gaan in essentie over groeiende ongelijkheid in Europa, over de 5 procent superrijken die in Europa 40 procent van de private rijkdom bezitten, terwijl de rest van de bevolking de rekeningen gepresenteerd krijgen.

De sociale crisis die mensen aan den lijven ondervinden, is intens verweven met de ecologische crisis waarmee we ook geconfronteerd worden. Uitbuiting van mensen en uitbuiting van de planeet maken deel uit van hetzelfde verhaal. Niet alleen zijn dezelfde mechanismen verantwoordlijk voor de aftakeling van het sociaal weefsel als van het leefmilieu, beiden versterken ze elkaar en doen de ongelijkheid toenemen.

De transitie nu op een rechtvaardige manier ingezet worden. Want wie de toekomst niet maakt, moet hem ondergaan.

Een Rechtvaardige Transitie moet een antwoord bieden op de gevoelens van onzekerheid, angst en pessimisme bij de bevolking, die koren op de molen zijn van extremistische partijen in heel Europa. Er moeten op voorhand maatregelen genomen worden die mensen de zekerheid geven dat ze er niet alleen voor staan, maar integendeel de vruchten zullen plukken van de transitie naar een duurzame economie. Op die manier moeten we een nieuw 'Borinage'-scenario vermijden dat na de sluiting van de Henegouwse mijnen een hele streek in armoede stortte, met gevolgen die tot vandaag voelbaar zijn. We weten dat de omslag naar een klimaatneutrale en circulaire economie noodzakelijk is. Daarom moet die transitie nu op een rechtvaardige manier ingezet worden. Want wie de toekomst niet maakt, moet hem ondergaan.

Zeer inspirerend is het werk dat mijn partijgenoot Norbert De Batselier destijds heeft gedaan. Hij is er als minister voor economie, energie en leefmilieu in geslaagd in twee legislaturen de laatste steenkoolmijnen in Vlaanderen en de fosfaatindustrie te sluiten, de grindindustrie uit te faseren, het eerste mestactieplan en het eerste sluitingsplan voor vervuilende verbrandingsovens te te lanceren. Die 'transitie' ging gepaard met een doorgedreven reconversieplan, met de oprichting van het IWT en het VITO, Vlaamse wetenschapsinstellingen die nieuwe technologieën op vlak van hernieuwbare energie en materialen ontwikkelden, én met programma's om de maatschappelijke effecten van nieuwe technologieën in te schatten. De Batselier begreep toen al dat transitie te vaak louter door een economische bril werd bekeken en dat, zoals hij het in 1991 al in zijn beleidsbrief schreef, "de bezorgdheid voor die sociale en maatschappelijke dimensie" grotendeels afwezig was. Die sociale dimensie moet opnieuw centraal staan.

Mensen die werken in de klassieke, vervuilende industrieën, de wegwerpeconomie of de automobielsector gebaseerd op verbrandingsmotoren, moeten de zekerheid krijgen dat zij niet aan hun lot worden over gelaten.

Mensen die werken in de klassieke, vervuilende industrieën, de wegwerpeconomie of de automobielsector gebaseerd op verbrandingsmotoren, moeten de zekerheid krijgen dat zij niet aan hun lot worden over gelaten. We moeten daarom dringend sociale Fondsen voor Rechtvaardige Transitie oprichten om er ondermeer voor te zorgen dat die werknemers opleidingen en herscholingen kunnen krijgen.

Zekerheid bieden heeft niet enkel betrekking op jobs. Het gaat ook over andere maatregelen zoals het recht op energiezuinig wonen, ook als huurder, op basismobiliteit en basisbereikbaarheid, op gratis toegang tot publieke goederen zoals onderwijs, gezondheidszorg of moderne communicatie zoals internet... Op Europees niveau moet de Pijler van Sociale rechten eindelijk omgezet worden in bindende wetgeving, zodat Europese werknemers zich écht beschermd weten. Het principe van 'Just Transition' moet bovendien verankerd worden in alle beleidsprocessen die te maken hebben met de overgang naar een klimaatneutrale en circulaire economie, zowel op Europees als op lidstaatniveau. Essentieel daarbij is dat maatregelen niet boven de hoofden van mensen genomen worden, maar dat overheden hun bevolking actief betrekken bij de transitie. Dat betekent de opstart van een vernieuwde sociale dialoog met burgers, vakbonden, NGO's en werkgevers.

We moeten vooral beseffen dat zonder een betere herverdeling van welvaart, zonder ernstige minimumlonen, zonder sociale bescherming, zonder goede publieke dienstverlening er geen enkel realistische kans bestaat om de transitie naar een duurzame economie te maken. Het verzet zal massaal zijn en de gele hesjes zullen langzaam donkerbruin kleuren.

Vorige week nog, enkele dagen nadat 75.000 mensen in Brussel betoogden voor een ernstig klimaatbeleid, stemde België tégen een Europese richtlijn die landen oplegt minder energie te verbruiken. Volgens de Belgische regering zijn ingrijpende energiebesparingen 'niet op een kosteneffectieve wijze te verwezenlijken'. Een Europese studie naar de kosten én opbrengsten van energiebesparingen vertelt nochtans net het tegenovergestelde, namelijk dat de energiebesparingen die Europa lidstaten oplegt "zéér kosteneffectief" zijn en dat de opbrengsten na enkele jaren al veel groter zijn dan de kosten. De houding van de Belgische regering vertelt iets over een nieuwe perceptie- en informatie-oorlog die op ons af komt: is de grote transitie, weg van fossiele brandstoffen, naar een koolstofvrije economie wel betaalbaar? En vooral: wie zal daar de rekening van betalen? Zullen dat diegenen zijn die de klimaatverandering veroorzaakt hebben, of zal het - zoals dat bij de bankencrisis het geval was - de bevolking zijn die de rekening gepresenteerd krijgt? De vraag stellen is ze beantwoorden. Het protest van de gele hesjes tegen de verhoging van de dieselprijzen in Frankrijk - door Macron aangekondigd als een maatregel die kadert in de strijd tegen de klimaatverandering - toont aan dat mensen het niet pikken dat de kosten van klimaatactie op hen afgewenteld worden. De actievoerders zijn lang geen klimaatsceptici, maar ze zullen het wel worden als beleidsvoerders er niet in slagen de transitie eerlijk te laten verlopen.Om de maatregelen die nodig zijn om het Klimaatakkoord van Parijs uit te voeren, zullen beleidsvoerders een maatschappelijk draagvlak moeten creëren bij de bevolking. Daarover wordt woensdag, op vraag van de Europese sociaal-democraten ook gedebatteerd in het Europees parlement. Onze kernboodschap zal zijn: de transitie zal enkel en alleen kans op slagen hebben als het een 'rechtvaardige transitie' is, een begrip dat internationaal bekend staat als Just Transition. Het begrip plaatst sociale rechtvaardigheid in het hart van alle beleidsmaatregelen die genomen worden op weg naar een duurzame samenleving.'Just Transition' plaatst mensen weer centraal in het debat. Want dat we de economie moeten 'vergroenen', wordt inmiddels ook - met uitzondering van populisten als Trump - erkend door niet-progressieve partijen zoals de christendemocraten of de liberalen. Het verschil met socialisten is, dat zij die transitie louter zien als een kans om bedrijven een nieuwe concurrentiepositie te geven, nieuwe markten te openen en nieuwe vormen van winstbejag na te streven. Met de 'vergroening van de economie' kan er geld verdiend worden, is de redenering. Zij weigeren, met andere woorden, de sociale dimensie te zien van de transitie naar een duurzaam economisch model. Nochtans heeft zo'n transitie geen kans van slagen, als er niet gelijktijdig en met even grote inzet gewerkt wordt aan de omslag naar een duurzaam sociaal model. Géén groene revolutie, zonder een stevige sociale, rode sokkel.In Frankrijk protesteren de gele hesjes omdat de lonen de stijgende levensduurte niet volgen, omdat Macron hakt in de sociale zekerheid en in sociale dienstverlening zoals degelijk openbaar vervoer, of in ons land omdat de kosten voor gewone burgers voor zowat alles gestegen zijn, terwijl het maandelijks inkomen nagenoeg gelijk is gebleven. De protesten gaan in essentie over groeiende ongelijkheid in Europa, over de 5 procent superrijken die in Europa 40 procent van de private rijkdom bezitten, terwijl de rest van de bevolking de rekeningen gepresenteerd krijgen. De sociale crisis die mensen aan den lijven ondervinden, is intens verweven met de ecologische crisis waarmee we ook geconfronteerd worden. Uitbuiting van mensen en uitbuiting van de planeet maken deel uit van hetzelfde verhaal. Niet alleen zijn dezelfde mechanismen verantwoordlijk voor de aftakeling van het sociaal weefsel als van het leefmilieu, beiden versterken ze elkaar en doen de ongelijkheid toenemen.Een Rechtvaardige Transitie moet een antwoord bieden op de gevoelens van onzekerheid, angst en pessimisme bij de bevolking, die koren op de molen zijn van extremistische partijen in heel Europa. Er moeten op voorhand maatregelen genomen worden die mensen de zekerheid geven dat ze er niet alleen voor staan, maar integendeel de vruchten zullen plukken van de transitie naar een duurzame economie. Op die manier moeten we een nieuw 'Borinage'-scenario vermijden dat na de sluiting van de Henegouwse mijnen een hele streek in armoede stortte, met gevolgen die tot vandaag voelbaar zijn. We weten dat de omslag naar een klimaatneutrale en circulaire economie noodzakelijk is. Daarom moet die transitie nu op een rechtvaardige manier ingezet worden. Want wie de toekomst niet maakt, moet hem ondergaan.Zeer inspirerend is het werk dat mijn partijgenoot Norbert De Batselier destijds heeft gedaan. Hij is er als minister voor economie, energie en leefmilieu in geslaagd in twee legislaturen de laatste steenkoolmijnen in Vlaanderen en de fosfaatindustrie te sluiten, de grindindustrie uit te faseren, het eerste mestactieplan en het eerste sluitingsplan voor vervuilende verbrandingsovens te te lanceren. Die 'transitie' ging gepaard met een doorgedreven reconversieplan, met de oprichting van het IWT en het VITO, Vlaamse wetenschapsinstellingen die nieuwe technologieën op vlak van hernieuwbare energie en materialen ontwikkelden, én met programma's om de maatschappelijke effecten van nieuwe technologieën in te schatten. De Batselier begreep toen al dat transitie te vaak louter door een economische bril werd bekeken en dat, zoals hij het in 1991 al in zijn beleidsbrief schreef, "de bezorgdheid voor die sociale en maatschappelijke dimensie" grotendeels afwezig was. Die sociale dimensie moet opnieuw centraal staan.Mensen die werken in de klassieke, vervuilende industrieën, de wegwerpeconomie of de automobielsector gebaseerd op verbrandingsmotoren, moeten de zekerheid krijgen dat zij niet aan hun lot worden over gelaten. We moeten daarom dringend sociale Fondsen voor Rechtvaardige Transitie oprichten om er ondermeer voor te zorgen dat die werknemers opleidingen en herscholingen kunnen krijgen. Zekerheid bieden heeft niet enkel betrekking op jobs. Het gaat ook over andere maatregelen zoals het recht op energiezuinig wonen, ook als huurder, op basismobiliteit en basisbereikbaarheid, op gratis toegang tot publieke goederen zoals onderwijs, gezondheidszorg of moderne communicatie zoals internet... Op Europees niveau moet de Pijler van Sociale rechten eindelijk omgezet worden in bindende wetgeving, zodat Europese werknemers zich écht beschermd weten. Het principe van 'Just Transition' moet bovendien verankerd worden in alle beleidsprocessen die te maken hebben met de overgang naar een klimaatneutrale en circulaire economie, zowel op Europees als op lidstaatniveau. Essentieel daarbij is dat maatregelen niet boven de hoofden van mensen genomen worden, maar dat overheden hun bevolking actief betrekken bij de transitie. Dat betekent de opstart van een vernieuwde sociale dialoog met burgers, vakbonden, NGO's en werkgevers. We moeten vooral beseffen dat zonder een betere herverdeling van welvaart, zonder ernstige minimumlonen, zonder sociale bescherming, zonder goede publieke dienstverlening er geen enkel realistische kans bestaat om de transitie naar een duurzame economie te maken. Het verzet zal massaal zijn en de gele hesjes zullen langzaam donkerbruin kleuren.