Mijn verhaal over mijn frustratie dat te weinig mensen echt begaan zijn met het leefmilieu om op korte termijn een groot verschil te maken, heeft een gevoelige snaar geraakt en veel reacties uitgelokt, bemoedigende en andere. Toch voel ik de noodzaak om een en ander te verduidelijken. Waarin mijn visie zich vooral onderscheidt van de meeste andere, is dat ik een ecologische kijk op de problematiek hanteer, en niet een kijk waarin uitsluitend de mens een belangrijke plaats inneemt.
...

Mijn verhaal over mijn frustratie dat te weinig mensen echt begaan zijn met het leefmilieu om op korte termijn een groot verschil te maken, heeft een gevoelige snaar geraakt en veel reacties uitgelokt, bemoedigende en andere. Toch voel ik de noodzaak om een en ander te verduidelijken. Waarin mijn visie zich vooral onderscheidt van de meeste andere, is dat ik een ecologische kijk op de problematiek hanteer, en niet een kijk waarin uitsluitend de mens een belangrijke plaats inneemt.Ecologie impliceert per definitie complexiteit. Zo is recent duidelijk geworden dat armoede ook een probleem is van ongelijkheid en de mogelijkheid tot vergelijking, en niet uitsluitend een kwestie van moeilijke leefomstandigheden. De armen hebben vandaag, net als iedereen, betere leefomstandigheden dan vroeger, alleen is de kloof met de rijken groter geworden. En via de flitsende media kun je je eigen situatie tegenwoordig vergelijken met die van vele anderen en daar conclusies uit trekken.Toen Charles Darwin bijna tweehonderd jaar geleden tijdens zijn reis rond de wereld met de Beagle het Zuid-Chileense eiland Chiloë aandeed, vond hij er de armste mensen die hij tot dan toe had gezien. Toen wij tien jaar geleden die reis overdeden voor Canvas en de Nederlandse VPRO woonden er nog altijd arme mensen, alleen was er een groot verschil met de tijden van Darwin: nu weten de mensen dat ze arm zijn, want ze kunnen vergelijken. Vroeger wisten ze dat niet, wat hun situatie aanvaardbaarder maakte (voor henzelf).In Chiloë werden de jongste twintig jaar pogingen ondernomen om de armoede-impasse te doorbreken door op grote schaal zalm te gaan kweken, waardoor er werkgelegenheid gecreëerd werd. Het project mislukte, omdat men geen rekening had gehouden met de ecologische context. Om te beginnen lokte de zalmenkweek werkzoekers uit heel Chili, waardoor er finaal méér arme mensen op Chiloë waren dan voor het werkgelegenheidsinitiatief. Daarenboven bleek de zalmenkweek het lokale mariene milieu zwaar te vervuilen, en kreeg de kweek met zoveel ziektes en parasieten te kampen (een normale reactie op de vissenversie van overbevolking) dat ze veel minder rendabel was dan verwacht. Goed geprobeerd, maar helaas geen rekening gehouden met de brede context. Het is trouwens een utopie te denken dat we ongelijkheid uit de wereld kunnen bannen - ze zit ingebakken in het systeem, niet alleen het evolutionaire (zonder ongelijkheid geen evolutie), ook het maatschappelijke. Het lijkt zelfs eenvoudiger nieuwe natuur te maken op plaatsen waar ruimte vrij komt dan een nieuw maatschappelijk systeem in de steigers te zetten. Transities zijn nooit gemakkelijk. Er zijn altijd verliezers bij grote veranderingen. Er wordt regelmatig geponeerd dat arme mensen veel minder bijdragen aan de klimaatopwarming dan rijke. Dat is correct, op voorwaarde dat je het aantal kinderen niet mee in rekening brengt. Inzake ecologische voetafdruk weegt het krijgen van een kind héél zwaar door in de eindafrekening. Maar kinderen worden zelden meegerekend als de omgevingsdruk wordt bepaald. Kinderen moeten per definitie een zegen zijn. Zelfs in de millenniumdoelstellingen van de Verenigde Naties en de globale klimaatakkoorden wordt niet gesproken over het nut van het verminderen van het aantal kinderen. Als het niet in onze kraam past wordt de mensheid over het hoofd gezien, maar in alle andere omstandigheden wordt ze op een piëdestal geplaatst, ten koste van de rest. Er zit niet alleen ongelijkheid in het systeem gebakken, ook traagheid. Als vandaag geen enkele vrouw in de wereld nog meer dan twee kinderen zou krijgen (het niveau waaronder een bevolking in principe niet meer aangroeit) zal het nog minstens een halve eeuw duren voor het aantal mensen begint af te nemen, omdat de kinderen die nu geboren worden zich ook nog zullen voortplanten. Als we vandaag stoppen met de uitstoot van broeikasgassen (en dat is lang niet het geval) zal het nog minstens vijftig jaar duren voor de globale opwarming stilvalt, omwille van de traagheid van de reacties. Het is een van de redenen waarom nu ingrijpen op de klimaatopwarming belangrijk is, en waarom het zo frustrerend is dat het belang van efficiënte maatregelen zo tergend traag doordringt. Ook in de besluitvorming zit traagheid ingebakken.Een aangepaste mobiliteit is een van de knelpunten inzake het bereiken van ambitieuze klimaatdoelstellingen. Vooral vliegverkeer veroorzaakt veel vervuiling. Het is te gek voor woorden dat je voor minder geld naar een feest op Ibiza kunt vliegen dan wat een nachtje parking in Antwerpen of Brussel kost. Maar als je het terugdringen van het vliegverkeer in een ecologische context bekijkt, kun je verrassingen verwachten. Zo is het safari- en gorillatoerisme naar Afrika instrumenteel in het in leven houden van enigmatische soorten als de leeuw (naar schatting nog slechts 20.000 exemplaren in het wild) en de berggorilla (nog een duizendtal). Zonder toerisme dat veel geld opbrengt, zijn die dieren gedoemd om snel uit te sterven, want ze zitten dan in de weg van de zich uitbreidende mens die steeds meer ruimte nodig heeft. Hoe bereken je de milieubalans van het niet laten uitsterven van diersoorten versus de impact van een maatschappelijke sector op de klimaatopwarming? Het is een aartsmoeilijke analyse (die uiteraard niet aan de orde is als je geen rekening houdt met andere soorten dan de mens). Een variant daarop is de recente terugval van de interesse in fair trade: de handel in 'eerlijke' producten van boeren in ontwikkelingslanden, waardoor die mensen een leefbaarder bestaan krijgen. Maar fair trade impliceert grote verplaatsingen van producten, en dat strookt niet met het streven naar een geringere uitstoot van broeikasgassen. Vandaag zijn principes als korteketen-economie en lokaal produceren en consumeren aan de orde. Ze sluiten aan bij de visie van (het groeiend aantal) bestrijders van ontwikkelingshulp, die vinden dat we vooral aandacht moeten hebben voor lokale armoede en niet elders geld moeten gaan verspillen. Eigen armoede eerst. Een van de grote breekpunten in de moeizame onderhandelingen over een globaal klimaatakkoord is dat er veel geld van de rijkere wereld naar de ontwikkelingslanden moet gaan om te compenseren dat wij grote historische vervuilers waren en zij ook vooruitgang willen.Het gevolg van een impasse dreigt te zijn dat er steeds meer druk op mensen in ontwikkelingslanden komt om te migreren. Ook zij vergelijken hun situatie met wat ze via de media te zien krijgen. Ook zij komen tot het besluit dat ze niet goed bezig zijn. Zelfs als hun leven ter plaatse verbetert, zal het bij ons lang nóg beter zijn. En als de klimaatopwarming zich op volle kracht zal manifesteren, en alles wijst erop dat het aan het gebeuren is, zullen de leefomstandigheden op veel plekken in de wereld zo dramatisch verslechteren dat mensen bijna verplicht worden te migreren. Ze zullen eerst nog massaler naar de steden trekken dan nu al het geval is, waar ze in sloppenwijken terecht zullen komen. Dan zal een groeiend aantal van hen vertrekken richting beterschap in onze contreien. De huidige vluchtelingencrisis zal klein bier zijn in vergelijking met de stroom aan klimaatvluchtelingen die op ons af dreigt te komen.Als je het echt cynisch bekijkt, zou je in de leegloop van het platteland een Vlaamse betonstop avant la lettre kunnen zien. Het is nu in Frankrijk aan de orde: het zijn vooral mensen op het platteland die in de problemen komen door de stijgende brandstofprijzen, omdat ze voor hun voorzieningen steeds verder moeten, wegens de leegloop van de dorpen en de vervanging van kleine middenstanders door grote supermarkten en winkelketens. De dorpen lijken langzaam uit te sterven. Ook dat is een transitie die slachtoffers maakt.Een Belgisch toppoliticus zei ooit dat je problemen pas moet oplossen als ze zich stellen. Dat gaat helaas niet op voor de grootschalige ecologische problematieken. Als je de klimaatopwarming en de ermee gepaard gaande natuurrampen en vluchtelingenstromen pas gaat aanpakken als ze zich stellen, kom je rijkelijk te laat. Maar dat besef is nog niet op grote schaal doorgedrongen. Het is veel gemakkelijker om af en toe wat ronkende volzinnen over de toekomst van de kleinkinderen te laten vallen dan electoraal moeilijke thema's als stevige milieutaksen door te drijven. Want dan komen mensen op straat en blokkeren ze wegen. De volgende generaties moeten maar zien hoe ze het redden. Dat zijn de kleinkinderen uit diezelfde ronkende volzinnen.