1. Nieuwe verkiezingen

'Je hebt verschuivingen gezien, maar wie doet die verschuivingen? Dat is de kiezer! En die kiezer zegt dan achteraf dat het onze fout is dat er geen regering komt. Dat is dus niet zo eenvoudig!'
...

Oud-minister en voormalig Europees commissaris Karel De Gucht (Open VLD) stelt de kiezer voor een groot deel verantwoordelijk voor de huidige patstelling bij de vorming van een federale regering. U en ik hebben immers in alle vrijheid gekozen, en het gevolg is een situatie waarin geen enkele partij echt zin heeft in een regeringsdeelname. Ja, vrije verkiezingen geven niet altijd het gewenste resultaat. Ondertussen lijkt er maar één uitweg uit de impasse: nieuwe verkiezingen!Er zijn al veel suggesties gedaan opdat de vorming van een federale regering in de toekomst niet meer zo lang zou duren als vandaag. Zoals:- Schaf de opkomstplicht af. Dat zou aantal foertstemmen moeten verminderen.- Voer een federale kieskring in. Dat zou de Vlamingen en de Walen opnieuw nader tot elkaar moeten brengen. - Trek de kiesdrempel op tot bijvoorbeeld 10 procent, zoals in Turkije. Dat zou de partijversplintering moeten tegengaan.- Verander het kiessysteem naar het voorbeeld van het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, waar de grootste partij in een bepaald gebied de volledige macht krijgt. Ook dat zou de partijversplintering moeten tegengaan.- Veranderen het kiessysteem naar het voorbeeld van Frankrijk. Daar wordt er in twee ronden gestemd om uit te maken wie de macht krijgt. Opnieuw zou dat partijversplintering moeten tegengaan.- Wijs volksvertegenwoordigers door loting aan. Zo zouden alle lagen van de bevolking vertegenwoordigd zijn.- Vorm kartels. Als partijen vóór de verkiezingen duidelijk zouden maken met wie ze willen regeren, zou dat vooraf duidelijkheid scheppen voor de kiezer.- Herverkavel het politieke landschap en vorm nieuwe, grotere partijen.- Geef meer stemmen per kiezer, een idee dat minister Koen Geens (CD&V) vorige week lanceerde 'Geef de kiezer vijf stemmen in plaats van één', zei hij. 'Zodat ze bijvoorbeeld twee stemmen kunnen geven aan Groen, omdat het klimaat hen bezighoudt, één stem aan Vlaams Belang, omdat ze tegelijk een streng migratiebeleid willen, en twee voor CD&V, omdat wij voor rust en zekerheid staan. Je neemt mensen niet serieus door hen tot één stem te beperken.'Geens sluit zo aan bij een voorstel dat zijn partijgenoot,voormalig premier Mark Eyskens, in 2013 in ons zusterblad Le Vif lanceerde: geef elke kiezer 'tien, vijftien, twintig stemmen - over het aantal valt te discussiëren', aldus Eyskens. 'Het staat de kiezer vrij om die stemmen toe te wijzen aan één enkele lijst of aan één enkele kandidaat of ze te verdelen tussen verschillende kandidaten of verschillende kandidaten.' Al zou het natuurlijk best kunnen dat iemand al zijn stemmen geeft aan Vlaams Belang of PVDA.Geen gebrek, met andere woorden, aan ideeën om uit de impasse te raken, al is het ene zinvoller en bruikbaarder dan het andere, en is er een enkel idee dat de wenkbrauwen doet fronsen, zoals de loting en de meerrdere stemmen voor elke kiezer. Maar zou het niet veel nuttiger zijn om de redenen weg te nemen waarom mensen een foertstem uitbrengen, voor extremistische partijen kiezen, hun geloof in de politiek steeds meer verliezen? Bijvoorbeeld:- Niet alleen veel beloven, maar de beloftes ook uitvoeren.- Meer het algemeen belang dienen, in plaats van in te gaan op de eisen en wensen van de met partijen verbonden belangengroepen.- Meer bezig zijn met het beleid en met de (gevolgen van) maatregelen dan met perceptie en hoe iets overkomt.- Functies waarvoor men zich kandidaat stelt (zoals het premier- of minister-presidentschap) na de verkiezingen ook daadwerkelijk opnemen als dat mogelijk is, in plaats van dan doodleuk voor een andere functie te kiezen- Samenwerken, in plaats van elkaar (binnen en buiten de eigen partij) de loef af te steken.- Meer oog hebben voor een consequente politiek op de lange termijn dan voor de eigen carrière.- De inleveringen en offers die men vraagt van de burgers ook zichzelf opleggen (bijvoorbeeld als het gaat over de pensioenleeftijd of uittredingsvergoedingen).Zou dat niet beter zijn?Het beleid van de regering-Michel was erop gericht om de concurrentiekracht van onze ondernemingen te verbeteren via een indexsprong en de verlaging van de loonkosten. Volgens een studie van de Nationale Bank heeft die politiek haar doel voor een deel gemist. Belgische bedrijven gebruikten indexsprong en taxshift slechts gedeeltelijk om hun prijzen te verlagen en zodat ze concurrentiëler zouden zijn. Ze krikten wel hun winstmarges op.De conclusie van de Nationale Bank is precies dezelfde als die van professor Geert Peersman (UGent) in Knack, meer dan een half jaar geleden - dus vóór de verkiezingen. Op verzoek van Knack selecteerde Peersman toen vijf parameters om het economisch beleid van de regering te beoordelen: de economische groei, de werkgelegenheid, de concurrentiekracht, de koopkracht en de begroting. Hij vergeleek de Belgische prestaties op deze terreinen met die in onze buurlanden en in de eurozone.Peersman deed daarbij twee bijzondere vaststellingen. Eén: de afgelopen vijf jaar is de koopkracht van een gemiddeld gezin met 1000 euro gestegen, maar als onze koopkracht de evolutie van onze buurlanden had gevolgd, zou dat ruim 2300 euro zijn geweest. Twee: de verlaging van de loonkosten leverde geen extra jobs op. Er is wel een verhoging van de winstmarges van de bedrijven. De studie van de Nationale Bank gaat over de tweede vaststelling. De regering-Michel wou de concurrentiekracht herstellen en voerde daarom een beleid van loonmatiging, met een indexsprong en met de taxshift, waarbij de lasten op arbeid verschoven naar vervuiling, consumptie en vermogen. Dat had veel banen moeten opleveren, maar Peersman constateerde dat er toch 100.000 jobs minder werden gecreëerd dan je normaal zou mogen verwachten. Wat is er gebeurd?Peersman: 'Lagere loonkosten leiden tot meer banen als de bedrijven dat doorberekenen in hun prijzen en die (deels) laten zakken. Want lagere prijzen zorgen voor meer vraag van binnenlandse en buitenlandse consumenten naar onze producten, en daarvoor zijn extra werknemers nodig. Dat cruciale mechanisme heeft ook in het verleden voor extra banen gezorgd bij loonmatiging. Maar wat gebeurde er tijdens deze regeerperiode? De prijzen van in België geproduceerde goederen en diensten stegen met 5,8 procent, terwijl dat in de eurozone en onze buurlanden slechts met 4,8 procent was.'Hoe komt dat? Peersman: 'Niet door de stijging van onze loonkosten, want die was bij ons lager. De belastingen - btw en accijnzen - verhoogden bij ons de prijzen met 1 procent als gevolg van de taxshift, in onze buurlanden met 0,9 procent, dus dat maakt niet het grote verschil. Het verschil zit hem in een stijging van de brutowinstmarge: in ons land leidde die tot een verhoging van de prijzen met 3,2 procent, in de eurozone met 2,3 procent, en in onze buurlanden met 1,8 procent. De brutowinstmarge nam in België dus bijna dubbel zoveel toe als in onze buurlanden en dan krijg je het omgekeerde effect van een loonmatiging: de economische groei en jobcreatie worden afgeremd. De abnormale stijging van de prijzen en van de winstmarges: dat is de olifant in de kamer.'De voornaamste verantwoordelijken voor dit regeringsbeleid zijn ondertussen geen lid meer van de regering: Charles Michel (MR) werd voorzitter van de Europese Raad, Didier Reynders (MR) werd Europees commissaris, Kris Peeters (CD&V) en Johan Van Overtveldt (N-VA) zitten in het Europees Parlement. Daarbij mogen we niet vergeten dat ook de sociale partners, vakbonden en werkgeversorganisaties een grote verantwoordelijkheid dragen in dit hele systeem. Zij blokkeren elke noodzakelijke hervorming van de arbeidsmarkt en sociale zekerheid. Tot het ooit barst.