Marc Bossuyt, gewezen toprechter en commissaris-generaal voor de vluchtelingen en voormalig voorzitter van het Grondwettelijk Hof, heeft groot gelijk. Er is een procedure om erkend te worden als vluchteling. Daar heeft de aanvrager recht op. Regularisatie is het uitzonderlijk toekennen van een verblijf aan iemand die geen wettig verblijf heeft en dat is geen recht maar een gunst.

Het verschil tussen beide is erg belangrijk. Als je van een gunst een recht maakt door het af te dwingen door een hongerstaking is het verschil tussen het recht en de gunst volledig weg en dan is alles toegelaten. Meer nog, je kan het afdwingen met de bedreiging van de dood strafrechtelijk vertalen: afpersing wordt dat genoemd.

Afpersing wordt als volgt omschreven: 'Met de straffen, bij het artikel 468 bepaald, wordt gestraft alsof hij een diefstal met geweld of bedreiging had gepleegd, hij die met behulp van geweld of bedreiging afperst, hetzij gelden, waarden, roerende voorwerpen, schuldbrieven, biljetten, promessen, kwijtingen, hetzij de ondertekening of de afgifte van enig stuk dat een verbintenis, beschikking of schuldbevrijding inhoudt of teweegbrengt (artikel 470 SW)'. Hier gaat het om een verbintenis om in ons land te mogen verblijven.

Deze benadering is natuurlijk niet sympathiek en politiek erg gevoelig. Vraag is of dat redenen zijn om het kind met het badwater weg te gooien. In deze is het kind het recht om bij gerechtelijke instanties zoals de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen een procedure te starten.

Het is juist om die reden dat er een gerechtelijke instantie is om daarover te beslissen: rechters moeten niet sympathiek of politiek oordelen, maar de wet toepassen. Indien de politiek deze opdracht van hen overneemt en een regularisatie toestaat onder de bedreiging van het leven, zijn die rechters totaal overbodig geworden.

Als de politiek regularisatie toestaat onder bedreiging van het leven, dan worden rechters overbodig.

Het politiek beleid kan het zich niet permitteren om in dit dossier gevoelsmatig te handelen. Het moet ook denken aan de mogelijke gevolgen, niet alleen voor de hongerstakers - die overigens zelf over hun eigen leven beslissen - maar ook voor de gehele maatschappij.

Wat kan er gebeuren indien een gunst op die manier kan worden afgedwongen, indien om het even wie de bedreiging van hongerstaking gebruikt om een gunst te verkrijgen waarop hij geen recht heeft. Als je dit aanvaardt kunnen morgen alle in onwettig verblijf verkerende vluchtelingen met die bedreiging hun vrijheid vragen met heel wat meer kans op slagen dan door het voeren van een wettelijk voorgeschreven procedure.

Dat er heel wat burgers zijn die in dit dossier gevoelsmatig reageren, is ook begrijpelijk. Dat zij begrip hebben voor de toestand van vluchtelingen die soms jaren lang hier kunnen verblijven zonder dat er een maatregel wordt genomen en velen intussen een familiale of werksituatie hebben opgebouwd, siert hun ingesteldheid.

Anderzijds is ook de toestand van wie politiek een beslissing moet nemen, bijzonder lastig. Wie twijfelt eraan dat een staatssecretaris die daarover kan beslissen, menselijk gezien maar wat graag een gunst zou verlenen. Wie zou in zijn plaats willen staan om de gevoelens van menselijkheid te moeten onderdrukken om het rechtssysteem overheind te houden? Welke beslissing die ook neemt, het zal nooit de goede zijn - voor de éne wél maar voor de andere niet.

Om aan deze tegenstrijdigheid een leefbare oplossing te bieden is er de wet, en dat is wat de meerderheid er na een politiek debat over heeft besloten. Als daarvan afgeweken wordt gaat met de regel ook de wijze waarop die wordt bepaald op de fles.

Wie dit dossier enkel voor politieke doeleinden gebruikt, ondergraaft daardoor het systeem waarvan hij deel uitmaakt, zo veel als het weg zagen van de tak waarop hij heel wat comfortabeler dan de hongerstakers is gezeten.

Marc Bossuyt, gewezen toprechter en commissaris-generaal voor de vluchtelingen en voormalig voorzitter van het Grondwettelijk Hof, heeft groot gelijk. Er is een procedure om erkend te worden als vluchteling. Daar heeft de aanvrager recht op. Regularisatie is het uitzonderlijk toekennen van een verblijf aan iemand die geen wettig verblijf heeft en dat is geen recht maar een gunst. Het verschil tussen beide is erg belangrijk. Als je van een gunst een recht maakt door het af te dwingen door een hongerstaking is het verschil tussen het recht en de gunst volledig weg en dan is alles toegelaten. Meer nog, je kan het afdwingen met de bedreiging van de dood strafrechtelijk vertalen: afpersing wordt dat genoemd. Afpersing wordt als volgt omschreven: 'Met de straffen, bij het artikel 468 bepaald, wordt gestraft alsof hij een diefstal met geweld of bedreiging had gepleegd, hij die met behulp van geweld of bedreiging afperst, hetzij gelden, waarden, roerende voorwerpen, schuldbrieven, biljetten, promessen, kwijtingen, hetzij de ondertekening of de afgifte van enig stuk dat een verbintenis, beschikking of schuldbevrijding inhoudt of teweegbrengt (artikel 470 SW)'. Hier gaat het om een verbintenis om in ons land te mogen verblijven. Deze benadering is natuurlijk niet sympathiek en politiek erg gevoelig. Vraag is of dat redenen zijn om het kind met het badwater weg te gooien. In deze is het kind het recht om bij gerechtelijke instanties zoals de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen een procedure te starten. Het is juist om die reden dat er een gerechtelijke instantie is om daarover te beslissen: rechters moeten niet sympathiek of politiek oordelen, maar de wet toepassen. Indien de politiek deze opdracht van hen overneemt en een regularisatie toestaat onder de bedreiging van het leven, zijn die rechters totaal overbodig geworden.Het politiek beleid kan het zich niet permitteren om in dit dossier gevoelsmatig te handelen. Het moet ook denken aan de mogelijke gevolgen, niet alleen voor de hongerstakers - die overigens zelf over hun eigen leven beslissen - maar ook voor de gehele maatschappij. Wat kan er gebeuren indien een gunst op die manier kan worden afgedwongen, indien om het even wie de bedreiging van hongerstaking gebruikt om een gunst te verkrijgen waarop hij geen recht heeft. Als je dit aanvaardt kunnen morgen alle in onwettig verblijf verkerende vluchtelingen met die bedreiging hun vrijheid vragen met heel wat meer kans op slagen dan door het voeren van een wettelijk voorgeschreven procedure. Dat er heel wat burgers zijn die in dit dossier gevoelsmatig reageren, is ook begrijpelijk. Dat zij begrip hebben voor de toestand van vluchtelingen die soms jaren lang hier kunnen verblijven zonder dat er een maatregel wordt genomen en velen intussen een familiale of werksituatie hebben opgebouwd, siert hun ingesteldheid. Anderzijds is ook de toestand van wie politiek een beslissing moet nemen, bijzonder lastig. Wie twijfelt eraan dat een staatssecretaris die daarover kan beslissen, menselijk gezien maar wat graag een gunst zou verlenen. Wie zou in zijn plaats willen staan om de gevoelens van menselijkheid te moeten onderdrukken om het rechtssysteem overheind te houden? Welke beslissing die ook neemt, het zal nooit de goede zijn - voor de éne wél maar voor de andere niet. Om aan deze tegenstrijdigheid een leefbare oplossing te bieden is er de wet, en dat is wat de meerderheid er na een politiek debat over heeft besloten. Als daarvan afgeweken wordt gaat met de regel ook de wijze waarop die wordt bepaald op de fles. Wie dit dossier enkel voor politieke doeleinden gebruikt, ondergraaft daardoor het systeem waarvan hij deel uitmaakt, zo veel als het weg zagen van de tak waarop hij heel wat comfortabeler dan de hongerstakers is gezeten.