Nepnieuws is niet nieuw. Vroeger manifesteerde het zich in de vorm van pamfletten om politieke vijanden in een slecht daglicht te plaatsen of nu nog steeds in sensationele verhalen om bepaalde kranten en magazines beter te doen verkopen.
...

Nepnieuws is niet nieuw. Vroeger manifesteerde het zich in de vorm van pamfletten om politieke vijanden in een slecht daglicht te plaatsen of nu nog steeds in sensationele verhalen om bepaalde kranten en magazines beter te doen verkopen. Maar nepnieuws is tegenwoordig een groter probleem geworden door het sociale medialandschap. Zo groot zelfs dat de gigantische digitale misinformatie volgens sommigen gezien kan worden als 'een van de grootste wereldwijde risico's voor onze maatschappij'. Kijk maar naar de 'alternatieve feiten' die over de brexit en de Amerikaanse presidentsverkiezingen de wereld werd ingestuurd. Incorrecte of valse informatie kan nu immers veel beter verspreid worden omdat elke gebruiker of zelfs een geautomatiseerde bot een op het eerste gezicht ernstig uitziend nieuwsbericht kan doorsturen dat vervolgens dankzij 'likes' en 'shares' viraal kan gaan. Denk maar aan het bericht dat presidentskandidaat Donald Trump werd gesteund door paus Franciscus tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Ondertussen hebben Facebook en Twitter maatregelen genomen om dit soort toestanden tegen te gaan. Maar niet alleen het medium is in dit opzicht een zondebok, ook de beperkingen van het menselijke brein blijken een reden te zijn waarom kwakkels tegenwoordig zo gemakkelijk hun weg lijken te vinden. Dat blijkt uit een recente studie in het vakblad Nature Human Behaviour. Wanneer mensen overspoeld worden met steeds nieuwe informatie, steunen ze op enkele gemakkelijke mechanismen om de goede van de slechte informatie van elkaar te onderscheiden. Daarbij verkiezen ze populariteit boven kwaliteit, aldus de studie. Het is deze fatale combinatie van een verzadiging aan gegevens en een korte aandachtspanne die ervoor zorgt dat valse informatie zich als een brandend vuurtje kan verspreiden. Goede van slechte informatie van elkaar kunnen onderscheiden is in deze tijden nochtans cruciaal omdat Twitter en Facebook een grote invloed hebben op de politiek en ons persoonlijk leven. Maar hoewel er veel op het spel staat, kan de dynamiek van gelijkgestemde groepen zoals we die kunnen vinden op sociale media, het collectieve beoordelingsvermogen van die groep ondermijnen, waardoor het nog moeilijker wordt om nepnieuws op te merken. Nepnieuws een halt toe roepen, begint dus bij de lezer. Mensen lezen beter eerst zorgvuldig hetgeen ze online delen en gaan er best niet zomaar van uit dat alles betrouwbaar is, ook al komt het van een betrouwbare vriend. Vrienden zijn immers geen goede redacteurs en worden eerder gestuurd door emoties en vooroordelen dan door objectiviteit en betrouwbaarheid.