Ibrahim Maalouf krijg je niet in één genre gewrongen. Op 5 november verschijnt zijn kerstalbum First Noel. Volgende maand trekt hij naar Brussel, Antwerpen en Luik met het Latijns-Amerikaans geïnspireerde S3NSE en in het voorjaar volgen vier Belgische concerten met het intimistische 40 Melodies. Maalouf is een buitenbeentje, altijd geweest. Als tiener propte hij een handdoek in zijn trompet, zodat zijn klassiek geschoolde vader hem geen jazz kon horen spelen. Op jazzfestivals was hij die vreemde eend met een vierde ventiel op zijn instrument - een uitvinding van zijn pa - om oosterse kwarttonen te kunnen spelen en zo een brug te slaan tussen Arabische en westerse muziek. Sindsdien laveren Maalouf en zijn trompet al twintig jaar tussen alle mogelijke genres in.
...

Ibrahim Maalouf krijg je niet in één genre gewrongen. Op 5 november verschijnt zijn kerstalbum First Noel. Volgende maand trekt hij naar Brussel, Antwerpen en Luik met het Latijns-Amerikaans geïnspireerde S3NSE en in het voorjaar volgen vier Belgische concerten met het intimistische 40 Melodies. Maalouf is een buitenbeentje, altijd geweest. Als tiener propte hij een handdoek in zijn trompet, zodat zijn klassiek geschoolde vader hem geen jazz kon horen spelen. Op jazzfestivals was hij die vreemde eend met een vierde ventiel op zijn instrument - een uitvinding van zijn pa - om oosterse kwarttonen te kunnen spelen en zo een brug te slaan tussen Arabische en westerse muziek. Sindsdien laveren Maalouf en zijn trompet al twintig jaar tussen alle mogelijke genres in. 'Als ik creëer, voel ik me leven', zegt Maalouf. 'Er is niets opwindender dan beginnen met een leeg blad en eender wat te doen, zonder dat het me iets kan schelen of het goed is of niet. Pas daarna ga ik kijken wat bruikbaar is.' Hij veroverde er de wereld mee. S3NSE, het album dat hem volgende maand naar het Koninklijk Circus, De Roma en Jazz à Liège brengt, dateert uit precoronatijden en dat hoor je. Het is zijn meest extatische plaat. Maaloufs muzikale zwerftocht door Latijns-Amerika loopt over van levensvreugde en idealistische sturm-und-drang: de revolutie is een feest, zelfs de dood zal ons niet tegenhouden. Maar de pandemie deed ook Maalouf enkele tonen lager zingen. Gedaan met wereldtournees. In zijn 40 Melodies, dat in november 2020 verscheen, stript hij oude nummers tot de essentie. Popmuzikant Sting, bassist Marcus Miller en de strijkers van het Kronos Quartet mogen even meedoen, maar verder beperkt hij zijn bubbel tot sobere dialogen met zijn vaste Belgische gitarist François Delporte. 'Ik verontschuldig me niet meer voor wie ik ben, ik druk gewoon uit wat ik voel', zegt Maalouf aan het eind van het eerste van twee lange gesprekken. En wat Maalouf voelt, is wat wij allen voelen: de behoefte aan nabijheid, aan verbinding. In zijn nieuwe album First Noel, opgedragen aan zijn pasgeboren zoon Nael en aan zijn grootmoeder Odette die in februari overleed, weerklinkt een nostalgisch verlangen naar familietijd. 'De laatste drie jaar woonde mijn grootmoeder bij mij in. Ik bracht veel tijd met haar door, zeker tijdens de lockdowns. Ze was 99, maar had nog zo veel energie. Ze was verdrietig, gefrustreerd dat ze haar kleinkinderen en achterkleinkinderen haast niet kon zien. Heel binnenkort komen we weer allemaal samen, zei ik, maar dat heeft ze niet meer meegemaakt. Het wordt dus een eerste kerst op veel manieren. De eerste voor mijn zoon, maar ook de eerste zonder mijn grootmoeder.' Geven anderhalf jaar van lockdowns en social distancing Kerstmis nog meer gewicht? Ibrahim Maalouf: Ja, daarom wilde ik dit album absoluut maken. Ik mis mijn familie al anderhalf jaar. Zelfs mijn vrouw zag ik bij momenten nauwelijks, zij heeft de lockdowns grotendeels in Libanon doorgebracht. Door mijn werk ben ik constant op reis. Maar kerst is altijd heilig geweest, daarover onderhandel ik niet. U noemt First Noel een album om mensen samen te brengen, los van moedertaal, leeftijd, cultuur, en vooral los van religie. Hoe wordt een in oorsprong religieuze feestdag een goed bindmiddel tussen godsdiensten? Maalouf: Ik ben opgegroeid in Frankrijk, maar bracht als kind ook vier à vijf maanden per jaar in Libanon door. Iedereen viert daar kerst, net zo goed als de ramadan. Kerstmis is universeel, het overstijgt het christendom. Op First Noel cover ik klassieke nummers in de christelijke traditie, zoals Ave Maria, maar net zo goed Arabische religieuze muziek en jazzklassiekers. Ik ben trots op dit album omdat het verschillende tradities en vormen van spiritualiteit samenbrengt. Mijn oom Amin Maalouf legde in zijn boek Les Identités Meurtrières, dat ondertussen meer dan twintig jaar geleden verschenen is, het verschil uit tussen waar we vandaan komen en wie we zijn. Je oorsprong is niet hetzelfde als je identiteit. Ik ben niet religieus, maar ik ben wel christelijk opgevoed. Kerstmis herinnert me aan waar ik vandaan kom. U was een paar maanden oud toen uw familie naar Frankrijk vluchtte voor de Libanese burgeroorlog. Identificeert u zich met de vluchtelingen van vandaag? Maalouf: Natuurlijk. Met iedereen die datzelfde drama meemaakt: moeten vluchten en anderen om hulp moeten smeken. Ik heb geluk gehad, mijn ouders hebben het gehaald. In de jaren zeventig en tachtig verwelkomden de Fransen Libanezen, het was makkelijker toen. Ik zou nu geen Afrikaanse, Syrische of Libische vluchteling in Europa willen zijn. Behandelen mensen u anders wanneer ze u niet kennen als muzikant? Maalouf: Zeker. Dan ben ik een Arabier, dat voel ik heel sterk. Ik praat er niet vaak over omdat ik geen olie op het vuur wil gooien. Maar ik ervaar het elke dag, soms vraag ik me zelfs af of het aan mij ligt. Of ik er misschien geobsedeerd door ben. Nu ik ouder ben, en in fatsoenlijke kleren en met een trompetkoffertje rondloop, onderga ik niet meer constant de politiecontroles van in mijn jonge jaren. Maar de angst blijft dezelfde, telkens wanneer mijn blik die van een politieagent kruist. Voelt u soms de drang om het andere verhaal te brengen, dat van de vluchteling die het tot succesvolle muzikant heeft geschopt? Maalouf: Nee, 'kijk hoe goed het met mij gaat', zo wil ik mezelf niet voor het voetlicht plaatsen. Ik hoop dat mijn muziek mensen kan doen bijdraaien. Ik heb geen enkel probleem met rechts-extremisten op mijn optredens, integendeel. Misschien zien ze dan hoe mensen met heel uiteenlopende achtergronden samen een leuke avond hebben. Misschien kan muziek iets in gang zetten dat ik als persoon niet kan. U trad samen met Sting op in de Bataclan in Parijs, toen de zaal heropende na de terroristische aanslagen. Was dat belangrijk voor u? Maalouf: Dat is zo'n moment dat je deel uitmaakt van iets veel groters dan jezelf. Ik wist niet of het een goed of slecht idee was, maar Sting overtuigde me. Wat bedoelt u met 'een goed of slecht idee'? Maalouf: Ik had contact met meerdere nabestaanden. Misschien hadden sommigen meer tijd nodig. Er was een man die twee tickets had, maar alleen kwam. Het tweede ticket was voor zijn dochter, zij was gestorven bij de aanslagen. Ze nam haar vader altijd mee naar mijn concerten. Hij vroeg me niet om daar iets over te zeggen, hij zei alleen maar: 'Kun je alsjeblieft aan haar denken terwijl je speelt?' Hebben de aanslagen Frankrijk veranderd? Maalouf: Ja. Ik heb het gevoel dat de Fransen Arabieren nu haten. Ze zeggen het niet, maar alleen omdat het niet gezegd mag worden. En daarom heb ik, denk ik, in de Bataclan gespeeld. Daarom heb ik ook toegezegd toen de Franse regering me vroeg om een eerbetoon voor de slachtoffers te componeren. Ik dacht: je bent Arabier, je moet deze rol nu spelen of mensen zullen je haten. Je moet hen geruststellen, op de een of andere manier. Uw album S3NSE begint met de speech van de Amerikaanse ex-president Barack Obama tijdens zijn historische bezoek aan Cuba, en eindigt met de vermoorde Chileense president Salvador Allende. Waarom? Maalouf:S3NSE gaat over veerkracht. In het hele album hoor je maar drie mensen: Obama, Allende en mijn dochter Lily. In zijn speech reikte Obama Cuba de hand door poëzie te citeren van zijn aartsvijand (de Cubaanse schrijver en onafhankelijkheidsstrijder José Marti, nvdr). Er schuilt een enorme kracht in zo'n symbolische daad van de leider van het machtigste land ter wereld. Het geeft hoop. De speech van Allende is de laatste die hij gaf op de Chileense radio. Hij wist dat hij vermoord zou worden. Hij wist dat de wereld meeluisterde. En hij zei: dat ik zal sterven, is niet belangrijk. Ga door, er zullen betere tijden komen. Wat je ook vindt van Allende, hij toont hoe een mens zichzelf kan overstijgen wanneer hij tot zijn limieten gedreven wordt. En mijn dochter hoor je terwijl ze haar eerste pasjes zet. Ze valt, ze lacht om zichzelf, ze staat weer op en valt opnieuw. Ze beseft niet hoe belangrijk die eerste stapjes zijn. Hoeveel druk er op haar schouders ligt. Als ze niet blijft proberen, volgt er verder niets meer in haar leven. Maar ze lacht er gewoon mee. Voor mij toont dat hoe veerkracht in onze natuur ligt. Bijna alle muzikanten met wie u op S3NSE samenwerkt zijn Cubanen. Voelt u zich verwant aan de etnisch-culturele melange die Cubaanse muziek zo typeert? Maalouf: Misschien is dat onbewust wel zo. Ik heb altijd enorm graag met Cubanen gespeeld, het zijn onwaarschijnlijke virtuozen. Voor dit album had ik mijn favoriete Latijns-Amerikaanse muzikanten uitgenodigd. En dat bleken bijna allemaal Cubanen te zijn. Ze zijn klassiek geschoold, ze weten alles van jazz én ze kennen hun eigen muzikale tradities. Misschien voel ik me door die muzikale vermenging zo sterk verbonden met hen. Ik ben ook klassiek opgeleid, en experimenteerde ondertussen van jongs af met Arabische muziek en jazz. Met een handdoek in uw trompet, zodat uw vader, zelf trompetleraar aan het conservatorium, het niet kon horen. Maalouf:(lacht) Ja, dat klopt. Ik geef niet graag kritiek, maar de meeste Franse muzikanten kennen niets van hun eigen traditionele muziek. Er is een school voor klassieke muziek en een andere voor jazz, er is nauwelijks kruisbestuiving. Laat staan dat ze zich inlaten met folkloristische muziek, dat vinden de meesten te ouderwets. Ik breng de muziek van de Egyptische zangeres Oum Kalthoum samen met jazz, omdat dat simpelweg logisch is voor mij. Omdat traditionele Arabische muziek eigenlijk perfect past bij Noord-Amerikaanse jazz. Het toont hoe we allemaal van dezelfde geboortegrond komen: Afrika. Egypte is de bakermat van alle grote, klassieke Arabische muziek, jazz komt van blues en negrospirituals die de slaven naar Amerika brachten. Als je zegt dat de Amerikaanse en Arabische cultuur perfect bij elkaar passen, verklaart iedereen je gek. Zogezegd is er een oorlog tussen onze culturen, maar volgens mij spreken we exact dezelfde taal. Artistieke vrijheid is u veel waard, zei u eerder al. Hebben de coronabeperkingen u noodgedwongen toch nieuwe richtingen uitgestuurd? Maalouf: Als er een muur voor je staat die je belet een bepaalde richting uit te gaan, duwt het leven je altijd wel naar andere oplossingen. Ik geef al jaren les in improvisatie aan conservatoria. Het is een van mijn grootste passies. Tijdens de lockdown vond ik een manuscript van 300 pagina's terug, waaraan ik jaren geleden was beginnen te schrijven. Ik heb het samen met de Franse uitgeverij Équateurs weer opgenomen, en het komt eind deze maand uit als Petite philosophie de l'improvisation. Het vertelt hoe belangrijk improvisatie is voor de ontwikkeling van kinderen, hoe het ons leven beter maakt. Improviseren gaat verder dan muziek. Het gaat over luisteren naar de ander, over samen iets opbouwen, over samenleven. Parallel met het boek heb ik de afgelopen twee jaar gewerkt aan het eerste klassieke orkest dat gespecialiseerd is in improvisatie. Dat bestaat nog nergens ter wereld. Klassieke muzikanten improviseren niet. Velen vinden het zelfs compleet onlogisch, ze geloven niet dat het kan werken. Dat is totaal onjuist. Alle grote klassieke componisten waren net ongelofelijk sterk in improvisatie. Een klassieke violiste vertelde me onlangs over de vele depressies en burn-outs in haar sector. Omdat er in orkesten nauwelijks ruimte is voor zelfontplooiing, voor promotie, voor meer verantwoordelijkheden. Maalouf: Precies! Klassieke muzikanten zijn nochtans perfect in staat om muziek te creëren. We moeten ze alleen de kans geven. De energie van rappers die samen nieuwe teksten en beats maken, van jazzmuzikanten die improviseren en als collectief samensmelten, die wil ik in de klassieke muziek zien. Ik ben een orkest aan het samenstellen van muzikanten die spelen bij gerenommeerde filharmonische orkesten, en het enige wat we zullen doen is samen improviseren. Het zat al heel lang in mijn hoofd, maar toen de lockdown me dwong om thuis te blijven, kon ik er eindelijk werk van maken. Hoe valt uw idee bij klassieke muzikanten? Maalouf: Heel uiteenlopend. Sommigen lijden aan iets wat best dicht bij het stockholmsyndroom aanleunt. (lacht) Ze kunnen zich niet voorstellen hoe hun leven anders zou zijn dan wat ze al kennen. Een tijdje geleden was ik met een orkest improvisatie aan het oefenen. Ze waren er gek op - allemaal, behalve drie muzikanten die heel sceptisch waren. 'Ik word betaald om muziek te spelen die op papier staat', zei een van hen. Ik vond dat zo triest. Je bent muzikant, je creëert, je bent zoveel meer dan iemand die betaald wordt om muziek van een blad te lezen. Mijn ouders waren allebei klassieke muzikanten en ik heb hen daarmee zien worstelen. Ik was acht jaar en zat op mijn piano wat dingen uit te proberen, gewoon, zoals een kind dat doet. Mijn moeder, die al dertig jaar piano studeerde, staarde me aan en kon niet geloven hoe haar zoon zo vrij kon zijn op dat instrument. Mijn vader gaf vijftig jaar les aan het conservatorium, mijn moeder dertig jaar. Ik weet hoe die leraars denken, ze leren exact hetzelfde aan als wat hun leraars hen leerden, op dezelfde manier. Ze kunnen niet geloven dat er andere methodes zijn. Ik speel met muzikanten van over de hele wereld. De allerbeste muzikanten die ik ontmoet heb, zijn allemaal autodidacten. Ze hebben muziek niet op school geleerd. Dat betekent iets. En nu ik zelf al vele jaren les geef aan Franse conservatoria, hoop ik dat ik de legitimiteit heb opgebouwd om iets nieuws te brengen, en het anders te gaan doen. 13 januari is het inauguratieconcert, in La Seine Musicale in Parijs. Krijgen we die klassieke improvisatie ook in België te zien? Maalouf: Ik hoop het. Ik geloof dat dit klassieke orkest mijn laatste groot project zal zijn. Dat is moeilijk te geloven. Maalouf: Dit gaat jaren duren. Over tien à vijftien jaar moeten mensen het normaal vinden dat een filharmonisch orkest van tachtig muzikanten een concert van a tot z live bij elkaar improviseert, zonder dirigent. Dat is mijn doel. Het kan, en ik ga het doen. Klassieke muziek heeft dat nodig om te overleven. Het wordt zo stilaan een dode cultuur. 99 procent van de muziek komt van componisten die al dood zijn. En die resterende procent is zo conceptueel, ingewikkeld en abstract dat niemand ernaar luistert. Mensen begrijpen het niet meer, en de reden daarvoor is dat die muziek geschreven wordt door mensen die ze niet spelen. Klassieke muzikanten moeten zelf de componisten worden van hun muziek, dan zal het genre weer populair worden. Ik word nu 41. Op mijn vijftigste wil ik tieners tickets voor klassieke concerten zien kopen. Een jaar op voorhand. En nadien zullen ze de muzikanten om handtekeningen vragen.