De voorstanders van Catalaanse onafhankelijkheid hebben zondag een klinkende overwinning behaald bij de regionale verkiezingen in Spanje. De kartellijst Junts pel Sí behaalde 39,54 procent van de stemmen en 62 zetels, de antikapitalistische Candidatura d'Unitat Popular (CUP) nog eens 8,20 procent en 10 zetels. Samen bezetten ze in het nieuwe Catalaanse parlement 72 zetels op 135, dat volstaat om verdere stappen te zetten op weg naar volledige onafhankelijkheid. Al zal het niet eenvoudig zijn om zo'n brede waaier aan partijen - van nationalistisch-rechts tot uiterst-links, en het hele gamma ertussen - op koers te houden om samen één politieke agenda uit te voeren.
...

De voorstanders van Catalaanse onafhankelijkheid hebben zondag een klinkende overwinning behaald bij de regionale verkiezingen in Spanje. De kartellijst Junts pel Sí behaalde 39,54 procent van de stemmen en 62 zetels, de antikapitalistische Candidatura d'Unitat Popular (CUP) nog eens 8,20 procent en 10 zetels. Samen bezetten ze in het nieuwe Catalaanse parlement 72 zetels op 135, dat volstaat om verdere stappen te zetten op weg naar volledige onafhankelijkheid. Al zal het niet eenvoudig zijn om zo'n brede waaier aan partijen - van nationalistisch-rechts tot uiterst-links, en het hele gamma ertussen - op koers te houden om samen één politieke agenda uit te voeren. Maar als de pro-onafhankelijkheidspartijen de internationale gemeenschap ervan willen overtuigen dat zij echt de wil van de Catalanen uitdragen, zullen ze meer stemmen moeten behalen dan de 47,74 procent van zondag. De partijen in kwestie maken zich sterk dat het wel zal lukken als er een echt referendum komt over de onafhankelijkheid van Catalonië. Onafhankelijkheid is vaak moeilijker te organiseren dan ze op het publieke forum af te roepen.Maar het zou flauw zijn om te beweren dat vooral de Catalaanse independisten met een groot probleem zitten. De echte verliezers zitten in Madrid. Blijkbaar is de Spaanse elite nauwelijks in staat om de inwoners van de rijkste regio van het land te overtuigen van de meerwaarde van Spanje. Er klonken vooral veel dreigementen en onheilsverhalen, en dat zijn zelden goede argumenten. De gebeurtenissen in Catalonië zijn een nuttige spiegel voor de Europese Unie. Er zijn nog meer landen waar regionalisten roepen om autonomie of onafhankelijkheid. De Scottish National Party verloor in 2014 weliswaar haar referendum ('slechts' 45 procent van de Schotten was voor onafhankelijkheid), maar rijfde bij de parlementsverkiezingen nadien wel de zetels van 56 van de 59 Schotse kiesdistricten binnen. In Italië heeft de Lega Nord de wind weer in de zeilen: met nieuwe populaire figuren zoals Luca Zaia is de partij bij regionale en lokale verkiezingen in Noord-Italië vaak weer de sterkste. En in België zeggen de statuten van de grootste partij in de Kamer, de N-VA, dat 'een onafhankelijke republiek Vlaanderen, lidstaat van een democratische Europese Unie' de gewenste staatsvorm is. In verscheidene Europese landen staat de legitimiteit van de staat ter discussie. Dat is slecht nieuws voor de EU. Want al willen de Catalaanse, Schotse en Vlaamse independisten niets liever dan toetreden tot de Unie, het uiteenvallen van lidstaten draagt bij tot de desintegratie van de EU. Ooit ijverden de Europese founding fathers voor een constructie waarbij de lidstaten tegelijk hun culturele verschillen kunnen koesteren en toch een politieke en sociaaleconomische eenwording nastreven. Maar wat blijft daarvan over als je eerst de eigen burgers laat stemmen voor afscheuring? Hoe overtuig je ze van blijvende solidariteit met verre Europese regio's, nadat je met ruzie afscheid nam van je naaste buren? Het was Lega Nord-man Luca Zaia die zei: 'Het zou een zonde zijn om miljoenen euro's te spenderen aan vier stenen in Pompei.'Niet elke regionalist reageert zoals Zaia, maar het is wel eigen aan wie streeft naar onafhankelijkheid dat, eens op eigen benen, de eigen welvaart en het eigen welzijn voorrang krijgen. Anders heeft het niet veel nut om onafhankelijk te willen zijn. Daarom is het Europa van de regio's een beter model om het eigen toerisme te promoten dan om een monetaire crisis het hoofd te bieden, om een antwoord op vinden op de vluchtelingenproblematiek, of om een vuist te maken tegenover de IS, China, Poetin of Obama. Maar dat was zondag natuurlijk niet de zorg van de Catalanen.