Opinie

Jean-Marie Dedecker (LDD)

‘Somers’ gemeentefusies zijn een jackpot voor de steden maar een aderlating voor de gemeenten’

Jean-Marie Dedecker (LDD) Voorzitter van LDD en lijstduwer op de N-VA-Kamerlijst in 2019

‘Het financieringsmechanisme van de gemeenten is een labyrint van koterijen’, schrijft Jean-Marie Dedecker over het fusiespook dat hij boven de Vlaamse politiek ziet hangen.

Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Bart Somers, al jarenlang haantje de voorste van de Mechelse Open VLD, die in zijn eigen stad enkel nog titelvoerend burgemeester is, maar in zijn schepencollege de wet gedicteerd wordt door een meerderheid van Groen, bevalt met de regelmaat van een Mechelse koekoeksklok van een of ander koekoeksei. Bartje wil nu het aantal Vlaamse gemeenten terugbrengen van 300 naar een 100-tal. Let’s Go Urban zou Sihame El Kaouakibi zeggen.

In 1830 waren er nog 2.739 gemeenten in ons koninkrijkje. In 1839, bij de erkenning van de huidige grenzen van België, werden 124 gemeenten naar Nederland overgeheveld en 119 naar het latere Groothertogdom Luxemburg, wat het totaal op 2.496 bracht. Tussen 1839 en 1928 steeg het aantal gemeenten tot een record van 2.675, waarna het terug zakte door fusies. Op 6 oktober 1975 diende de regering Tindemans II (CVP) een wetsontwerp in om via fusies het aantal gemeenten terug te brengen van 2.359 (906 in Vlaanderen en 1.434 in Wallonië) naar 589 gemeenten (308 in Vlaanderen en 262 in Wallonië). Er kwam massaal protest. Onder impuls van Joris Devriendt zakten 1.800 burgemeesters en schepenen af naar Gits voor een nationale betoging. Maar meerderheidsautoritarisme en machtsmisbruik waren de politici toen ook al niet vreemd. Het werd in Kamer en Senaat nog datzelfde jaar integraal gestemd. De fusiegemeenten trokken dan voor het eerst naar de kiezer op 10 oktober 1976 en werden operationeel vanaf 1 januari 1977.

Somers’ gemeentefusies zijn een jackpot voor de steden maar een aderlating voor de gemeenten.

Het fusiespook bleef echter boven de politiek hangen en dook in 2009 opnieuw op in het regeerakkoord van de Vlaamse regering Peeters II (CD&V). In 2014 duwde toenmalig minister-president Geert Bourgeois (N-VA) het fusiegaspedaal nog verder in. In 2019 lag het opnieuw op de onderhandelingstafel bij de regeringsvorming. Wie nu op de lokroep tot fusioneren van Open VLD’er Somers wil ingaan krijgt 500 euro premie per inwoner, met een maximum van 50 miljoen euro als ze samensmelten tot een gemeente met meer dan 35.000 inwoners. Somers is een meester in het achterbaks pluimstrijken en het uithollen van de democratische besluitvorming. Hij heeft vorig jaar al autoritair Vlaanderen per decreet opgedeeld in 17 regio’s terwijl er aan de provincies niet getornd wordt.

Deze zoveelste substructuur moet zogezegd de 2.229 gemeentelijke samenwerkingsverbanden rationaliseren (intercommunales, coördinatieorganen, lokale overlegplatforms, economische streekplatformen, politiezones en hulpverleningszones enz.). Sociale Woningmaatschappijen moeten nu bijvoorbeeld per regio verplicht samensmelten tot één mastodont met duizenden wooneenheden. Bureaucratische woonkolchozen naar Sovjetmodel. De samensmelting van brandweerkorpsen in zones deed bijvoorbeeld ook al de kosten exploderen voor de gemeenten. In werkelijkheid dient die regiovorming om de armlastige centrumsteden financieel bij te springen. De gemeentelijke fusies nu ook. Een rationalisatie van het ambtenarenbestand mag zelfs niet, want personeelsbehoud moet gewaarborgd worden.

Mechelen annexeert nu Boortmeerbeek en legt er een koekoeksei. Het komt zo boven de 100.000 inwoners, waardoor het de jackpot van 50 miljoen euro incasseert en straks jaarlijks 10 miljoen euro extra krijgt uit het Gemeentefonds. Ministers zoals Somers maken wetten waarvan zij in de eerste plaats zelf beter van worden. Mechelen kreunt onder schulden en de inwoners van Boortmeerbeek nemen ze nu mee over. Is het toeval dat de schuldenkampioenen van de nochtans vetgefinancierde centrumsteden geleid worden door Open VLD-burgemeesters? Mechelen met preses Bart Somers staat op kop met 3.394 euro per inwoner, gevolgd door Oostende, waar Bart Tommelein aan het roer staat met 2.871 euro per inwoner, vervolgens Gent met Matthias Declercq en 2.758 euro, en Kortrijk met Vincent Van Quickenborne dat 2.478 euro schulden heeft per hoofd.

Steden en gemeenten krijgen jaarlijks een dotatie uit het Gemeentefonds. Dit ontstond in 1860, ter compensatie van de opheffing van octrooirechten (een soort douanerechten geïnd aan de poorten van sommige steden op de invoer en uitvoer van bepaalde goederen, o.a. dranken, brandstoffen en bouwmaterialen). In 1922 was het fonds toe aan verandering, de eerste in een lange rij. Zowel de hoogte van de dotatie als de verdeling zou nog ettelijke keren veranderen: de regionalisering van het Gemeentefonds (1976) , verdeling steden, centrumsteden en gemeenten (1991), toevoeging van het Sociaal Impulsfonds, het Vlaams Noodfonds en het Investeringsfonds (2002), aanpassing van de sociale maatstaven (2011), toevoeging sectorale subsidiestromen jeugd, cultuur, sport, integratie en kinderarmoedebestrijding (2015)… en in 2017 uiteindelijk de samenvoeging van het Stedenfonds en het Gemeentefonds.

Daarnaast is er nog het Vlaams Fonds voor de stimulering van grootstedelijke en plattelandsinvesteringen, een samenvoeging van de middelen voor stadsvernieuwing, het voormalige federaal grootstedenbeleid en het Plattelandsfonds. Er blijven nu dus nog twee fondsen over. In beide fondsen gaat tussen de 40 en 45% van de middelen naar Antwerpen, Gent, Aalst, Brugge, Genk, Hasselt, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Oostende, Roeselare, Sint-Niklaas en Turnhout, 55 tot 60% wordt verdeeld onder de 287 andere gemeenten.

En er is nog meer aan de hand. De miljarden euro’s van het Agentschap Wegen en Verkeer voor infrastructuur en mobiliteit vloeien bijvoorbeeld ook massaal naar de plaats waar het centrum van de Vlaamse macht ligt: Antwerpen.

Het financieringsmechanisme van de gemeenten is een labyrint van koterijen. De situatie is zo scheefgetrokken en discriminerend dat een inwoner van Gent of Antwerpen voor de Vlaamse regering respectievelijk 1.428 en 1.434 euro waard is, en een “parkingbewoner” van Hove, De Pinte of (jawel) Boortmeerbeek nauwelijks 110 tot 150 euro. De dotaties aan de centrumsteden zijn daarenboven geïndexeerd en het Plattelandsfonds niet, het neemt zelfs af met zes procent.

Het is zo discriminerend dat goed bestuurde gemeenten bestraft worden door de Vlaamse overheid. Een gemeente die de Aanvullende Personenbelasting voor haar inwoners wil afschaffen verliest jaarlijks 25 procent van haar rechtmatige toelage uit het Gemeentefonds. Van zodra een gemeente de A.V.-heffing doet zakken onder de 5%, verliest ze 5% uit het Gemeentefonds per procent dat ze daalt.

Het gaat enkel om het bestendigen van de macht van de traditionele partijen. Nederlands onderzoek uit 2014 van Maarten Allers, hoogleraar economie van de centrale overheden, toonde aan dat ‘herindeling om financiële redenen zinloos is. De uitgaven dalen doorgaans niet, zelfs niet bij kleinere gemeenten.’ Michiel Herweijer, hoogleraar bestuursrecht en bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit van Groningen kwam tot dezelfde conclusie: ‘De stelling dat met opschaling van gemeenten geld valt te verdienen is op drijfzand gebouwd.’ Een Deense studie uit 2016 van Jens Blom-Hansen, politicoloog aan de Aarhus University, kwam ook tot eenzelfde besluit na de grootschalige fusiegolf die Denemarken vanaf 2006 doorvoerde. Om de poen hoeft men het niet te doen, integendeel. Grote steden zijn big spenders en plattelandsgemeenten zaaien naar de zak. Volgens de Denen ontstaat er zelfs een democratisch deficit. Daarenboven neemt de betrokkenheid van de burgers meestal af naarmate de schaal toeneemt. Men wil zogezegd de Wetstraat naar de Dorpstraat brengen om zo ‘dicht mogelijk’ bij de bevolking te staan, maar in werkelijkheid doen de Vlaamse regenten er alles aan om de afstand letterlijk en figuurlijk zo groot mogelijk te maken.

De Vlaamse regering heeft zopas nog de kieswet gewijzigd en de stemplicht bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen van 2024 afgeschaft. In Nederland heeft men hetzelfde gedaan. Amper de helft van de stemgerechtigde kiezers (50,9 %) bracht nog een stem uit op 16 maart 2022. In Rotterdam was de opkomst amper 38,9%. Door dit pover resultaat sloeg bij CD&V-voorzitter Joachim Coens de schrik om het hart. De supertjeef stemde hier eerst de stemplicht weg en roept nu op tot een geldigheidsdrempel via een minimum opkomstquotum. Vijgen na Pasen.

‘Geen touw is vast te knopen aan de flessentrekkerij van politici

met hopen zeer verknocht aan hun partij

die gebakken lucht verkopen en grossieren in stampij.

Kijk, de speeltuin is weer open, maar de speeltijd is voorbij’.

Geen mooier samenvatting van het politiek theater, dan dit wijs kattenbelletje van Stijn De Paepe, de te vroeg overleden huisdichter van De Morgen, in de krant van 28 mei 2020.

Partner Content