Maai Mei Niet 2022: elke dag eten voor 17 miljoen bijen

© Getty
Simon Demeulemeester
Simon Demeulemeester Adjunct-hoofdredacteur Knack

17 miljoen bijen konden in mei elke dag eten. Met dank aan 9.200 Maai Mei Niet-gazons en maar liefst één op de drie Vlaamse gemeenten.

Maai Mei Niet 2022 in cijfers:

17 miljoen bijen kregen elke dag te eten

105 gemeenten namen deel

Nectarkampioen: paardenbloem

Meest getelde bloem: madelief (67.921)

9.200 geregistreerde deelnemers

208.451 bloemen geteld in 2.465 tuinen

Eten voor 17 miljoen bijen. En dat elke dag. Dat is het resultaat van de tweede editie van Maai Mei Niet. Vorig jaar waren dat er nog 14 miljoen. Die cijfers zijn een extrapolatie op basis van het aantal mensen dat bloemen heeft geteld in hun tuin en het aantal mensen dat zich heeft geregistreerd.

9200 mensen registreerden hun tuin en lieten (een deel van) hun gazon groeien. In 2465 tuinen werden ook bloemen geteld tijdens de bloementelweek. De meest getelde bloem was net als vorig jaar madelief (dit jaar 67.921 stuks). Ook de nectarkampioen is dezelfde gebleven: de paardenbloem (dagelijkse productie van 11,87 mg nectarsuiker per dag per vierkante meter).

105 gemeenten, of een op de drie van alle Vlaamse gemeenten, deden dit jaar mee (tegenover 60 vorig jaar). Zij riepen ook hun burgers op om dat te doen.

In deze tweede editie ging alles omhoog. Er waren meer deelnemers (privétuinen en lokale overheden), er werd in meer tuinen geteld en er werden meer bloemen geteld, wat zorgde voor een hogere Nationale Nectarscore: 17 miljoen bijen aten elke dag van de Maai Mei Niet-gazons.

Dat de Nationale Nectarscore hoger ligt dan vorig jaar, ligt aan het hogere aantal deelnemers én aan de hogere gemiddelde nectarproductie per tuin: die ging met 50 procent omhoog (van 31 mg nectarsuiker per vierkante meter naar 47 mg per vierkante meter). Dat is te danken aan het warme weer in de lentemaanden. Soorten met een hoge nectarproductie, zoals witte klaver en gewoon biggenkruid, werden dit jaar wel massaal geteld.

Eén cijfer ging niet omhoog. Er werd in totaal 115 hectare gazon niet gemaaid deze editie. Dat is 22 procent minder dan vorig jaar, toen het om 145 hectare ging. De verklaring is dubbel: enerzijds daalde de gemiddelde omvang van niet-gemaaide gazons in privétuinen, anderzijds voerden minder gemeenten hun resultaten in en lieten zij minder gras ongemaaid.

Is dat slecht nieuws? Nee, want een rondvraag leert dat dit wijst op een duurzame omslag. Wie vorig jaar een heel gazon liet groeien, botste in juni op een onbeheersbare grasmat. Door vanaf dit jaar een kleiner stuk niet te maaien, maar dat gefaseerde maaien wel het hele jaar vol te houden, zorg je voor een duurzamer effect waar de bestuivers veel meer aan hebben. Veel gemeenten gebruikten de symbolische deelname van vorig jaar als opstap naar doordachtere maaiplannen. Meer op maat, minder gefocust op kort gazon en meer op een biodivers beheer. Dat is erg goed nieuws voor onze biodiversiteit.

Een terugblik op weer een maand zonder grasmaaier, leest u hier.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content