info : Herman Daems is voorzitter van de GIMV en van Barco.
...

info : Herman Daems is voorzitter van de GIMV en van Barco.De toekomst: Leuven, 2015. Om te lunchen met een architecte zoek ik een nieuw restaurant. Ik zou op het net kunnen surfen, maar ik ben lui en bel een centraal Horecanummer. Op mijn vraag naar een rustige tafel in een gezellig restaurant krijg ik in perfect Nederlands een deskundig antwoord en bovendien wordt de tafel onmiddellijk geboekt. De stem geeft mij een wegbeschrijving en tips over het menu. Toch klinkt er in de stem een rare tongval. Als ik wat verder vraag, begrijp ik dat ik met iemand in India praat. Via een up-to-date website weet de verre stem alles over culinair Vlaanderen. De plannen van de architecte zijn prachtig; tot in de kleinste details uitgewerkt op computer, met verschillende alternatieven. Als ik hierover een compliment maak, leer ik dat alles op basis van ruwe schetsen uitgewerkt wordt door specialisten in India. Dagelijks zoeven via internet de plannen heen en weer tussen Leuven en India, natuurlijk tegen een goede prijs-kwaliteitverhouding. Het menu maakt indruk met gerechten van vermaarde chefs, hoewel het geen sterrenzaak is. De bestelling is snel klaar. De schotels ogen goed en zijn echt lekker. Hier staan goede chefs aan het fornuis. Als ik in de keuken kijk, stel ik vast dat ik mij vergis. Goede medewerkers, maar geen chefs. Dagelijks worden kant-en-klaargerechten van topchefs aangevoerd vanuit Oost-Europa. Ze worden deskundig ontdooid, opgewarmd en afgewerkt. Technisch vakwerk dat de productiviteit doet stijgen. De restaurantbaas zegt me dat hij alleen nog bezig is met het concept van het restaurant en met het menu. Al de rest is uitbesteed, meestal aan het buitenland. Zo kan het restaurant rendabel blijven. Ook mijn kredietbetaling wordt buiten Europa afgehandeld. De boekhouding van het restaurant ook? Het heden: Vlaanderen, 2005. Is dit bu- siness fiction? Wie denkt dat het onmogelijk is, moet The World is Flat van Thomas Friedman lezen. Eerst dacht ik, een boek met die titel lees ik niet. Maar toen ik er eenmaal aan begonnen was, kon ik niet meer stoppen. In Friedmans Flat World vallen economische activiteiten uit elkaar in kleine gespecialiseerde onderdelen (reservaties maken, gerechten klaarmaken) die dan op verschillende plaatsen door derden uitgeoefend kunnen worden. Zeg maar, een extreme vorm van outsourcing. Daarin is het boek niet origineel, want outsourcing is al jaren bekend. Maar nu besef ik dat wij vijf denkfouten maken. Eerste fout, het fenomeen komt alleen bij industriële bedrijven voor: automobielbedrijven, elektronicabedrijven. Tweede fout, outsourcing blijft binnen dezelfde streek: autostoelen worden naast de deur van de autoassemblage geproduceerd, het fameuze clusterdenken. Derde fout, alleen niet-kernactiviteiten worden buiten het bedrijf gebracht: informatica, schoonmaak, cafetaria, bewaking. Vierde fout: hoogwaardige activiteiten zoals design en onderzoek worden niet geoutsourcet. Vijfde fout: de impact van internet op de organisatie van bedrijven heeft een hoogtepunt bereikt. Na The World is Flat weet ik dat daar allemaal niets meer van klopt. Outsourcing zal ingrijpen op de dienstensector, zal internationaal zijn en zal de kern van de Vlaamse economie tegen 2015 grondig veranderen. Wat doen wij hier dan aan? Ogen sluiten en zeggen dat het minder erg is, of dat we dit soort economie niet willen? Radicaal kiezen voor innovatie, creativiteit en opleiding? Dat laatste beginnen wij gelukkig te doen. Maar zal het genoeg banen opleveren? Want buiten haarknippen en ziekenzorg is bijna alles internationaal te sourcen, en zelfs over die twee wordt nog gediscussieerd. Kortom, er moet iets gebeuren om België competitief te houden. De eerste stappen werden gezet, maar er is veel meer nodig. Verlaging van de fiscaliteit van de onderneming alleen kan Vlaanderen niet competitief maken, een stapsgewijze afremming van de loonkosten doet dat wel. Herman Daems