Wetenschappers aan de University of Colorado onderzochten een reeks resultaten van een eerder uitgevoerde slaapstudie bij 32.000 Amerikaanse verpleegsters van middelbare leeftijd. Daaruit bleek dat wie van nature altijd vroeg uit de veren is een kleiner risico loopt om depressief te worden. Langslapers zouden tot zelfs dertig procent meer kans hebben om te sukkelen met hun mentale gezondheid, zo schrijven ze in het vakblad Journal of Psychiatric Research. De onderzoekers besluiten dat genetica een doorslaggevende rol speelt bij het psychische welbevinden.
...

Wetenschappers aan de University of Colorado onderzochten een reeks resultaten van een eerder uitgevoerde slaapstudie bij 32.000 Amerikaanse verpleegsters van middelbare leeftijd. Daaruit bleek dat wie van nature altijd vroeg uit de veren is een kleiner risico loopt om depressief te worden. Langslapers zouden tot zelfs dertig procent meer kans hebben om te sukkelen met hun mentale gezondheid, zo schrijven ze in het vakblad Journal of Psychiatric Research. De onderzoekers besluiten dat genetica een doorslaggevende rol speelt bij het psychische welbevinden. De studie heeft evenwel enkele tekortkomingen omdat ze gebaseerd is op een zeer specifieke groep personen die een erg stresserende job hebben. Er bestaat dus geen zekerheid dat de depressie wel degelijk door het slaappatroon wordt beïnvloed.Ook Patrick Luyten, professor psychologie aan de KU Leuven, wijst daarop: 'Je stemming wordt niet volledig door genetica bepaald. 'De genetische factoren wegen op tegen omgevingsfactoren.' Met de laatste categorie doelt hij onder andere op lichaamsgewicht, lichaamsbeweging, chronische ziekten, slaapduur, alcoholconsumptie en stress. 'En die omgevingsfactoren spelen samen nog steeds de grootste rol bij het psychisch welbevinden. Het aandeel van genetische factoren is slechts 30 tot 40 procent.'Ook de onderzoekers erkennen de tekortkomingen. 'Niet iedereen die liever lang uitslaapt, zal depressief worden', benadrukken ze. Toch wijzen ze op enkele interessante elementen in het onderzoek, namelijk het verband aan tussen het slaapritme en psychische problemen en het feit dat men zijn slaapritme enigszins kan aanpassen. Luyten waarschuwt: 'Je brengt je biologische klok net meer in de war door vroeger op te staan. Je kan je bioritme een beetje aanpassen, maar je moet er toch mee oppassen.'Bovendien hebben langslapers meestal niet de keuze en worden ze verplicht om vroeg op te staan. Een standaard werkdag begint om negen uur. Kinderen moeten om half negen stipt op de schoolbanken zitten en het woon- en werkverkeer gaat vaak nog vroeger van start. Dat zijn factoren die het slaappatroon wijzigen. 'Het is evident dat een dergelijke storing van je bioritme kan samenhangen met een depressie', legt Luyten uit. 'Maar die evidentie is niet zo sterk en kan erg variëren.' Professor Luyten besluit: 'Vooral het gevoel dat je persoonlijke grenzen overschrijdt, kan gevaarlijk of zelfs risicovol zijn voor het welbevinden.' De deelnemersgroep bestond voor 37 procent uit ochtendpersonen en 10 procent nachtraven. De overige 53 procent was een tussencategorie. Zulke personen kunnen zichzelf af en toe dwingen om vroeger op te staan. Toch bleek er geen significant onderscheid te bestaan tussen de laatste groep en de nachtraven. Beide maakten 12 tot 27 procent meer kans op een depressie.