Toen in 1918 een einde aan de oorlog kwam, lagen er ruim 135.000 Duitse soldaten begraven op Belgische bodem. Bovendien waren er naar schatting 50.000 op het slagveld vermist zonder ooit een graf te krijgen. Nog eens 20.000 à 30.000 gesneuvelden waren naar Duitsland overgebracht, naar een graf in het vaderland. In totaal ging het dus om ruim 200.000 Duitse gesneuvelden.

Bij het begin van de oorlog kregen de meeste soldaten een oorlogsgraf op de plaats waar zij vielen. Anderen werden begraven op het plaatselijke kerkhof of op een van de talloze begraafplaatsen, die het Duitse leger van bij het begin van de oorlog aanlegde. Vanaf de zomer van 1915 werden de individuele graven systematisch overgebracht naar Duitse begraafplaatsen. Dat werk werd uitgevoerd door Belgische arbeidskrachten, Russische krijgsgevangenen en Duitse arbeidstroepen van de Etappen-Inspektion der Gräberverwaltung. Vaak legden regimenten een eigen begraafplaats voor hun gevallen kameraden aan. Omdat dit al snel leidde tot een wildgroei in vormgeving van de grafmonumenten en aanleg van de begraafplaatsen, probeerde de legerleiding enige eenvormigheid aan te brengen. Zo werd bijvoorbeeld een standaard houten kruis ontworpen, waarop enkel nog de naam en datum moest worden aangebracht. De identiteit van de gesneuvelden en de plaats waar zij werden begraven, werden nauwkeurig genoteerd. Vaak tevergeefs, want nog tijdens de oorlog werd een aantal begraafplaatsen verwoest door het oorlogsgeweld.

Van links naar rechts: De Duitse soldatenbegraafplaats Vladslo bestaat vooral uit verzamelgraven.

Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge

Na de oorlog kwam het beheer van de Duitse oorlogsgraven in handen van de Britten, Fransen en Belgen. In tegenstelling tot Frankrijk, waar de Duitse oorlogsgraven op een beperkt aantal begraafplaatsen werden samengebracht, liet de Belgische overheid de oorlogsgraven, ondertussen verspreid over bijna 1.600 locaties in ruim 700 gemeenten, onaangeroerd. Vaak lagen zij er na korte tijd vrij onverzorgd bij. Dat gebrek aan onderhoud en zorg veroorzaakte een groeiend ongenoegen bij de Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge.

In 1925 sloten Belgen en Duitsers een akkoord waarbij het aantal Duitse begraafplaatsen drastisch zou worden verminderd en Duitsland zou instaan voor het onderhoud ervan. De volgende jaren werden tientallen kleinere begraafplaatsen gegroepeerd, de erevelden op gemeentelijke begraafplaatsen heringericht. Tien jaar later was het aantal Duitse begraafplaatsen en erevelden teruggebracht tot 175. Daarnaast bleven er Duitse graven behouden op minstens negentig Britse begraafplaatsen alsook op een aantal gemengde Frans-Duitse begraafplaatsen. De Duitse begraafplaatsen in België kwamen voortaan onder beheer van de Amtliche Deutsche Gräberdienst. Voortaan kregen de graven een eenvormig houten kruis, waarin de namen van de begraven soldaten werden gegraveerd.

Het Britse Adinkerke Military Cemetery werd aangelegd in 1917. Het bevat 365 graven, waarvan 98 Duitse uit WO I.

Een Kameradengrab met 25.000 gesneuvelden

Tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog kwam het beheer van de Duitse begraafplaatsen in handen van de Wehrmacht. In juni 1940 bracht Hitler een opgemerkt bezoek aan de begraafplaats van Langemark, dat in de propaganda breed werd uitgesmeerd.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de zorg voor de Duitse begraafplaatsen in handen gelegd van de Belgische patriottische verenigingen Nos Tombes (Onze Graven) en Souvenir Belge (Belgische herdenking), later ook van het Belgische Rode Kruis. In 1953 werd met de Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge een nieuwe overeenkomst gesloten, waarbij het aantal Duitse begraafplaatsen uit de Eerste Wereldoorlog opnieuw drastisch zou ingeperkt worden en de Volksbund het beheer ervan op zich zou nemen. De volgende jaren werd het overgrote deel van de Duitse graven samengebracht op vier grote verzamelbegraafplaatsen in West-Vlaanderen. De geïdentificeerde graven werden meestal overgebracht naar Vladslo, de niet-geïdentificeerde naar Langemark, waar bijna 25.000 van hen verzameld werden in het Kameradengrab. Andere graven werden overgebracht naar Menen - dat met 48.000 graven de grootste Duitse begraafplaats in België werd -, terwijl Hooglede zijn aantal van meer dan 8.000 graven min of meer behield. Wegens het grote aantal graven op een kleine oppervlakte zag men zich genoodzaakt de overblijfselen te begraven onder granieten stenen, die ieder niet minder dan twintig namen droegen. De inrichting van deze begraafplaatsen werd erg sober gehouden, met hier en daar een aantal kruisen of een enkele beeldengroep, zoals het bekende Treurende Ouderpaar van Käthe Kollwitz in Vladslo, op slechts enkele meters van haar gesneuvelde zoon Peter.

Het maken van grafstenen gedurende de oorlog te Mesen.

Gezamenlijke Frans-Duitse rust in de Ardennen

Naast de grote begraafplaatsen in West-Vlaanderen bleef een groot aantal Duitse gesneuvelden achter op gemeentelijke begraafplaatsen. Zo bevat het Duitse ereperk in Evere bijvoorbeeld meer dan 1.100 Duitse graven - met opzij het opmerkelijke graf van de zesjarige Ursula Brückner, die in mei 1916 in Brussel overleed -, terwijl de stedelijke begraafplaats van het Luikse Robermont bijna 800 graven bevat. Van de meer dan 1.300 Duitse gesneuvelden op de Westerbegraafplaats van Gent bleven er na overbrenging naar Vladslo en Langemark slechts twee over: bemanningsleden van de Duitse Zeppelin LZ37 die in juni 1915 door de Britse piloot Reginald Warneford boven de randgemeente Sint-Amandsberg werd neergehaald.

De militaire begraafplaats in aan de Dorpsstraat in Leffinge (Middelkerke) werd begin 1915 aangelegd door het Marinekorps Flandern. Ze bleef heel de oorlog in gebruik. In 1957/58 werden de Duitse gesneuvelden overgebracht naar Vladslo. Op de foto de Marine-Nahkampfgruppe Mariakerke.

Meer dan 500 Duitse gesneuvelden bleven begraven op de Duitse begraafplaats van Lommel, de laatste rustplaats voor meer dan 38.000 Duitse gesneuvelden uit de Tweede Wereldoorlog.

In de Belgische provincie Luxemburg bleven vele Duitse gesneuvelden rusten op de Frans-Duitse begraafplaatsen, waar zij helemaal bij het begin van de oorlog waren begraven. Het was immers in deze streek dat op 22 augustus 1914 de meest dodelijke dag van de Eerste Wereldoorlog plaatsgreep, toen Franse en Duitse troepen massaal met elkaar in botsing kwamen. Die dagen sneuvelden er in de Ardense bossen 14.000 Duitse en 27.000 Franse soldaten, samen goed voor ruim 41.000 doden.

Op Zeebrugge Churchyard liggen vooral Duitsers

Nog tijdens de jaren vijftig werd een aantal begraafplaatsen, waar zowel Britse als Duitse gesneuvelden lagen, overgedragen aan de Imperial War Graves Commission (voorloper van de huidige Commonwealth War Graves Commission). Dat gebeurde bijvoorbeeld in Zeebrugge, waar de Duitsers reeds in september 1915 een militaire begraafplaats hadden aangelegd. 175 Duitsers werden er begraven, waaronder veel leden van het Marinekorps Flandern. In het voorjaar van 1918 vonden ook dertig Britten er hun graf, gesneuveld tijdens de Britse raid op de U-boot haven van Zeebrugge. Hoewel de meerderheid van de graven er dus Duits is, wordt Zeebrugge Churchyard als een Britse begraafplaats beschouwd.

De gemengd Duitse-Franse begraafplaats Bellefontaine. (Foto Mark De Geest)

Ook de 537 Duitse graven op het Henegouwse Hautrage Military Cemetery - oorspronkelijk aangelegd als een Duitse militaire begraafplaats, waar pas veel later ook 235 Britse gesneuvelden een graf vonden - worden sinds de jaren vijftig door de Britse Commission beheerd. Dat is ook het geval met het St. Symphorien Military Cemetery nabij Mons, waar na de Slag bij Mons de Duitsers zowel Duitse als Britse soldaten begroeven. De eerste Britse gesneuvelde uit de Eerste Wereldoorlog, de zeventienjarige John Parr, rust er op slechts enkele meters van de laatste gesneuvelden van het Commonwealth, de veertigjarige Brit George Ellison en de Canadese soldaat George Price.

Treurend ouderpaar, ontworpen door Käthe Kollwitz. Op Vladslo staat het beeldenpaar vlakbij het graf van haar zoon Peter. In WO II zou kleinzoon Peter aan het Oostfront sneuvelen.

Dat er in België enkel Duitse gesneuvelden op de vier grote verzamelbegraafplaatsen in West-Vlaanderen liggen, is dus een wijdverspreid misverstand. Bijna 2.500 rusten er op een van de vele Britse militaire begraafplaatsen, bijna evenveel op ereperken in gemeentelijke begraafplaatsen, meer dan 5.000 op de Frans-Britse begraafplaatsen in de Belgische provincies Luxemburg, Henegouwen en Namen.

De gemengde begraafplaats Rossignol in Belgisch Luxemburg. (Foto Mark De Geest)