Aandacht voor Congo op de wereldtentoonstellingen in België van 1885, 1894 én 1897 smaakten naar een permanente presentatie. Op het koninklijk domein van Tervuren begon in 1904 de voorbereiding en in 1910 opende het museum. Nadat de staat de kolonie in 1908 van de koning overnam, kreeg ook het museum een publieke eigenaar. Na 1960 werd de oude inrichting zelf steeds meer een museale curiositeit met zijn statische presentatie van fauna, flora, geologie en et...

Aandacht voor Congo op de wereldtentoonstellingen in België van 1885, 1894 én 1897 smaakten naar een permanente presentatie. Op het koninklijk domein van Tervuren begon in 1904 de voorbereiding en in 1910 opende het museum. Nadat de staat de kolonie in 1908 van de koning overnam, kreeg ook het museum een publieke eigenaar. Na 1960 werd de oude inrichting zelf steeds meer een museale curiositeit met zijn statische presentatie van fauna, flora, geologie en etnologie van Midden-Afrika. Het museum moest ooit duidelijk maken dat Congo een rijk en gevarieerd land was dat België een plaats aan de tafel van de grote Europese mogendheden bezorgde.Het oude uitgangspunt als 'landenmuseum' werd in de vernieuwde opstelling behouden. De inleiding tot een land dat bijna even groot is als West-Europa bereikt men na een lange onderaardse witte gang, waar een prauw de bezoeker de weg wijst, beide symbolisch om het verhaal onbevangen aan te kunnen vatten.Ruimschoots voor de heropening ontstond er in tal van media controverse rond het bloedrode koloniale verleden, de rol van uitbuiter koning Leopold II, de 'roofk unst' die (in Tervuren) wordt getoond en beter teruggegeven zou worden en de nood aan een correcter en minder racistisch taalgebruik. Vooral kinderen, geadopteerd of uit de diaspora, met biologische roots in Congo, roerden de trom. De media pikten die stemmen gretig op, maar vergaten veelal duiding - zeker rond de internationaal erkende normen rond monumentenzorg - mee te geven.Het oude museumgebouw is sinds 1985 volledig beschermd als monument en kon dus niet - zoals sommigen hadden gewild - ontdaan worden van vaste verwijzingen naar koning Leopold II of andere 19de-eeuwse koloniale beelden. De restauratie en de nieuwe presentatie - met gelukkig het behoud van de aloude presentatie in een oude zaal (de krokodillenzaal) - zijn geslaagd te noemen. De flora, fauna en geologie overheersen nog altijd op de geschiedenis, maar die loopt wel van de Afrikaanse Prehistorie tot de huidige democratiseringsperikelen. Antropologisch is er nu meer aandacht voor de (mooi in beeld gebrachte) rites de passages, de taalrijkdom evenals (moderne) kunst en muziek. In de museale presentatie wordt een evenwichtig en kritisch gekruid verhaal gepresenteerd - zeker in de zaal koloniale geschiedenis.