Bossen zijn naast het snel uitfaseren van fossiele energiebronnen cruciaal om de klimaatopwarming binnen de 2°C te houden, omdat ze het broeikasgas CO2 uit de atmosfeer kunnen opnemen en voor lange tijd kunnen vasthouden in hout en humus. Hoe ouder en dikker we bomen laten worden hoe meer CO2 wordt vastgelegd, tot een evenwichtspunt bereikt wordt waarbij opname van CO2 door groei wordt teniet gedaan door afgifte van CO2 door stervende bomen.

Maar als we bomen gaan oogsten voor ze sterven en gebruiken voor langlevende houtproducten zoals meubels, woningen in houtskeletbouw of torengebouwen in kruislaaghout, dan wordt de CO2 voor nog langere tijd vastgelegd met minder klimaatopwarming tot gevolg. Dit positief effect van houtoogst geldt echter enkel wanneer bomen geveld worden in duurzaam beheerd bos, waar bomen dik kunnen worden en waar niet méér gekapt wordt dan er bijgroeit.

Via een netwerk van 2665 tienjaarlijks hermeten proefvlakken bewaakt het Agentschap Natuur en Bos (ANB) die duurzame houtoogst over het ganse Vlaamse bosareaal. Hieruit weten we met grote zekerheid dat er in de voorbije decennia in Vlaamse bossen minder houtbiomassa gekapt werd dan er bijgroeide, en dat er steeds meer oudere en dikkere bomen voorkomen.

Red je het klimaat door bomen te kappen? Enkele tips voor het Vlaamse bosbeleid.

Reeds in de negentiende eeuw schreef de Duitse bosbouwkundige Heinrich Cotta dat het mooiste bos het natuurlijke, onbeheerde bos is, maar dat menselijke noden ons nopen om bossen te beheren. In een dichtbevolkt gebied als Vlaanderen met vele menselijke noden, kunnen we ons dus een ideaal bosbeheer voorstellen als een mozaïek van onbeheerde en multifunctioneel beheerde bossen.

De onbeheerde zijn strikte bosreservaten waar geen enkele interventie plaatsvindt en die idealiter deel uitmaken van grotere wildernisgebieden. Door de aanwezigheid van oude bomen en grote stukken dood hout hebben deze niet alleen belang voor de CO2 opslag maar ook voor zeldzame soorten vogels, kevers en zwammen. Deze stukken topnatuur, momenteel 2500 ha in totaal, werden opgericht dankzij het Bosdecreet van 1990, maar zijn nu verweesd in het nieuwe Natuurdecreet, hoewel er nood is aan een minstens drievoudige oppervlakte (dan komen we op 5% onbeheerde bosoppervlakte, huidig streefdoel in Duitsland).

De beheerde multifunctionele bossen, zoals Meerdaalwoud, Zoniënwoud en vele andere openbare en private bossen, hebben een lange bosbeheertraditie die teruggaat tot het geprezen Vlaamse en Brabantse Bosmeesterschap uit de Middeleeuwen, en die heden ten dage een perfecte harmonie vormt tussen duurzame houtproductie (FSC gecertificeerd!), hoge recreatiewaarde, en behoud van unieke natuurwaarden (volgens het NARA-rapport scoren bossen relatief beter op vlak van biodiversiteitsbehoud).

In deze bossen gebeuren kleinschalige houtkappingen volgens beheerplan, in evenwicht met de gemeten bijgroei, waarbij generaties bosbeheerders oogsten wat hun voorgangers via natuurlijke bezaaiing of planting verjongden, en op hun beurt bosverjonging realiseren voor de toekomstige generaties. Voor het verjongen van schaduwverdragende boomsoorten als beuk is het kappen van enkele volwassen bomen voldoende om groepjes jonge bomen te laten opgroeien, maar lichtbehoevende eiken verjongen enkel in kapplekken van een halve hectare of groter, afhankelijk van de hoogte van de omringende bomen.

Maar de toekomst ziet er minder rooskleurig uit. Door opeenvolgende hervormingen en besparingen daalt de terreinexpertise bij het ANB zienderogen, met minder regiobeheerders en minder boswachters, en steeds meer van deze terreinbeheerders zonder specifieke opleiding in de complexe, technische aspecten van het duurzaam bosbeheer in een context van klimaatverandering. Ook is er nood aan versterkte inzet van het privébos (70% van onze bosoppervlakte) via een hernieuwde belangstelling van de Vlaamse overheid voor de bosgroepen, het instrument bij uitstek om eigenaren te motiveren voor en te vormen in duurzaam beheer en klimaatadaptatie, evenals door nieuwe vormen van publiek-private samenwerking, zoals het creëren van betalingssystemen voor koolstofopslag en biodiversiteitsbehoud (engels PES: Payments for Ecosystem Services).

Bepalend voor de klimaatfunctie van bossen is echter de bosoppervlakte. Die is in Vlaanderen bijzonder laag en heeft neiging om nog verder te dalen.

Bepalend voor de klimaatfunctie van bossen is echter de bosoppervlakte. Die is in Vlaanderen bijzonder laag (11% ten opzichte van het Europese gemiddelde van 40%) en heeft neiging om nog verder te dalen. De nieuwe Vlaamse regering maakt zich sterk om 12.000 ha ecologisch waardevolle zonevreemde bossen een definitieve bescherming te geven, en 4.000 ha nieuw bos te realiseren binnen deze legislatuur en 10.000 ha tegen 2030. Dit is veelbelovend, maar het is belangrijk in herinnering te brengen dat die 10.000 ha reeds in 1997 in het verplichte gedeelte van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen stond, en ondanks vele intenties nooit werd gerealiseerd.

Om deze doelstelling nu wel te halen zullen er voornamelijk twee nieuwe zaken nodig zijn: wat geld, maar vooral veel politiek en planning. De maatschappelijk onaanvaardbare blokkage door sommige vertegenwoordigers van de landbouwsector (een schamele 10.000 ha bosuitbreiding gedurende decennia tegenhouden en tegelijkertijd 6.000 ha landbouwgrond per jaar verloren laten gaan aan urbanisatie) moet opgeheven worden. Verder moet de boscompensatie voor ontbossing effectief gemaakt worden (1 ha nieuw bos voor 1 ha ontbossing, het tienvoudige voor ecologisch waardevolle bossen), en moet de vrijstelling van boscompensatie ten behoeve van het creëren van open natuur zoals heide - hoe verantwoord dit ook kan zijn in het kader van de Natura 2000 instandhoudingsdoelstellingen - stopgezet worden, zodat terreinbeherende verenigingen en het ANB slechts ontbossen aan de snelheid waarmee ze nieuw bos kunnen bijcreëren op de verworven terreinen.

Deze maatregelen zijn helemaal in lijn met het klimaatbeleid, waarbij de Europese LULUCF regulering (Land use, land use change and forestry) België doet betalen voor alle CO2 uitstoot als gevolg van ontbossing.

Zowel wereldwijd als in Vlaanderen staan bomen hoog op de politieke agenda. Terecht, want deze woudreuzen zijn onze partners voor een gezonde, meer duurzame samenleving, en ook de basis van een circulaire bio-economie in evenwicht met de planeet. Tijd dus om de bestaande kennis en capaciteit te vertalen in concrete actieplannen voor beleid en terrein.

Professor Bart Muys is expert bosbeheer aan de KU Leuven.