Soms kom je in een biotoop waarvan je voelt: hier klopt iets niet. Afrikaanse milieus waar recent regenwoud gekapt is om plaats te maken voor landbouw - de zogenoemde kunstmatige savannes - zijn daar een voorbeeld van. Ze worden in stand gehouden door de vegetatie regelmatig af te branden.
...

Soms kom je in een biotoop waarvan je voelt: hier klopt iets niet. Afrikaanse milieus waar recent regenwoud gekapt is om plaats te maken voor landbouw - de zogenoemde kunstmatige savannes - zijn daar een voorbeeld van. Ze worden in stand gehouden door de vegetatie regelmatig af te branden. Onderzoek van een team rond bio-ingenieur Wannes Hubau van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika heeft uitgewezen dat, als je stopt met afbranden, zo'n landschap opnieuw een regenwoud wordt. De resultaten, gepubliceerd in Biological Conservation, tonen aan dat het wel 150 jaar kan duren voor het oorspronkelijke woud hersteld is. Parallel met dat herstel nemen de biodiversiteit en de opslagcapaciteit voor het broeikasgas CO2 toe. Natuur vernietigen gaat veel sneller dan haar zich te laten herstellen. Bioloog Lander Baeten van de Universiteit Gent en zijn collega's rapporteren in Ecology dat kleine bossen met meer boomsoorten meer CO2 opslaan, meer insecten en gezondere vogels huisvesten dan bosjes die maar uit één boomsoort bestaan. In monotone bossen valt er ook minder licht door het bladerdak. Daarmee doen kleine bosjes in feite hetzelfde als grote. De bestudeerde bosjes bestonden uit beuken, zomereiken en/of Amerikaanse eiken. Vergeleken met grotere bossen profiteerden ze bovendien van een 'randeffect': de rand van een bos heeft meer licht en een hoger voedselaanbod dan het binnenste ervan. Het inzicht impliceert dat een goed beheer van de gefragmenteerde bosjes waar Vlaanderen zo rijk aan is, een belangrijke ecologische meerwaarde kan bieden.