Christoph Busch (Hannah Arendt Instituut) over polarisatie op school: ‘Een debatwedstrijd volstaat niet’

Christoph Busch. © GF
Catherine Vuylsteke
Catherine Vuylsteke Journalist, auteur, filmmaker en sinoloog

Wat doe je met leraren die niet met heikele vragen weten om te gaan, of die zelf scherp reageren tegen hun leerlingen? Christoph Busch, directeur van het Hannah Arendt Instituut, zoekt praktische oplossingen.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Hoe counter je een leerling die de evolutietheorie onzin noemt? Wat doe je als een van je leerlingen zich met ‘die’ wil laten aanspreken, in plaats van ‘hij’ of ‘zij’? Maar ook: ben je je als lesgever wel bewust van je eigen referentiekader, en dat het ver af staat van dat van jongeren? Als directeur van het Hannah Arendt Instituut probeert Christophe Busch op zulke vragen een antwoord te bieden. Het instituut lanceert in september e-learningsmodules voor leraren over polarisatie, diversiteit en burgerschap, er worden studiedagen en webinars gehouden, en wetenschappelijke inzichten worden naar de praktijk vertaald. Omgekeerd zijn concrete ervaringen van leraren soms een aanzet om onderzoek op te zetten. Maar wat moet een leerkracht nu eigenlijk met de polarisatie in de klas?

‘In de eerste plaats’, meent Busch, ‘is het essentieel om te repluraliseren, om de gelaagdheid van een thema aan te voelen, en zo je blik te verruimen. Polarisatie is een binaire voorstelling: “Jij bent fout, ik heb het grote gelijk.” Maar de realiteit is natuurlijk veel complexer. Door de superdiversiteit zijn we genoodzaakt om verschillende perspectieven te bekijken. Neem nu de kolonisatie. Je hebt de witte kijk erop, van de Europese burger en overheid toen en nu. Maar evengoed de blik van wie destijds gekoloniseerd werd, van de overheid daar en de mensen in de diaspora. Uit al die onderdelen kun je wat leren. We moeten ons leren verplaatsen in de ander.’

Dan lijkt een initiatief als de Vlaamse Debatwedstrijd erg nuttig. De deelnemende scholieren weten niet of ze voor of tegen een bepaalde stelling moeten argumenteren, en zijn verplicht om de kwestie vanuit alle hoeken te bekijken.

Christophe Busch: Precies. Zo leren leerlingen argumenteren in een veilige context. Dat krijgt nu te weinig aandacht in het onderwijs. Alleen in de rechtenopleidingen is het een specifieke doelstelling. Eigenlijk zouden we al in de kleuterklas moeten beginnen met filosoferen en argumenteren. Op elk niveau kun je het verschil uitleggen tussen een goede redenering en een drogredenering.

© National

Maar zo’n debatwedstrijd volstaat natuurlijk niet. Er is ook de concrete, door de actualiteit gestuurde realiteit, die meningen en polarisatie genereert. Daar moet je meteen mee aan de slag.

Geeft u eens een voorbeeld.

Busch: Stel, de leerkracht wiskunde krijgt te maken met een jongere die hakenkruisen in het toilet heeft gekerfd. Dat kan hij of zij niet afdoen als loutere kwajongensstreken. Problemen verdwijnen niet door ze te negeren. Het is essentieel om na te gaan wat die jongere drijft. Een lesje geven over Hitler en de Holocaust lost dat niet op, want daar gaat het niet om. Bespreek wat er echt aan de hand is. Dat kind zoekt negatieve aandacht. Waarom is dat? En dan kom je erachter dat het bijvoorbeeld in een problematische opvoedingssituatie zit. Vechtscheiding, verwaarlozing, noem maar op. Fundamenteel is het dus een hulpkreet. Daar kun je op werken.

Sommige leraren weten zich daar geen blijf mee.

Busch: Het is een gedeelde verantwoordelijkheid. De leerkracht kan het probleem op tafel leggen, en dan kijkt het team wie het best geplaatst is om het aan te pakken.

Wat als de leraar zelf een creationist is?

Busch: Polarisatie is inderdaad niet louter een fenomeen van leerlingen, ook het mens- en wereldbeeld van leraren kan problematisch zijn. Dan moet je als school naar de eindtermen kijken. Die geven duidelijk aan dat Darwins theorie wetenschappelijk onderbouwd is, en dat creationisme niet kan. Kaart het aan, onderneem eventueel verdere stappen.

© National

Is polarisatie wel zo nieuw als men ons wil laten geloven?

Busch: Het doet zich in golven voor, aangejaagd door maatschappelijke ontwikkelingen en door de actualiteit. Maar door de globa- lisering en digitalisering zijn er plots zo veel fenomenen die allemaal tegelijk en met een rotvaart op ons afkomen. Kijk naar hoe het met de dood van George Floyd ging, op 25 mei 2020. Aan de andere kant van de oceaan werd de Black Lives Matterbeweging versterkt, op 7 juni ging in Bristol het standbeeld van de zeventiende-eeuwse slavenhandelaar Edward Colston tegen de vlakte, en overal ter wereld laaide het debat op. Daar moet je als school iets mee doen. De fundamentele betrachting moet zijn dat je alle invalshoeken bekijkt, dat je het debat voert.

Simpel is het vaak niet. Kijk naar de pandemie. Enerzijds heb je virologen die al twintig jaar onderzoek doen naar dat fenomeen. Anderzijds krijg je mensen die drie filmpjes op het internet zagen en zich een mening aanmeten. Ze beseffen niet wat hun beperkingen zijn en al gauw valt er haast niet meer te praten.

U meent dat polarisatie an sich niet problematisch is, wel integendeel.

Busch: Polarisatie zorgt ervoor dat overtuigingen scherp geformuleerd worden. Dat moeten we maximaal faciliteren. Geen emancipatie zonder polarisatie. Kijk naar het vrouwenstemrecht: dat is er na de Tweede Wereldoorlog alleen gekomen dankzij de polarisatie. Er was zo veel contestatie dat de wet uiteindelijk werd aangepast.

Maar er is natuurlijk een fundamenteel onderscheid tussen politieke en toxische polarisatie. De eerste kan nuttig zijn, de tweede is funest. Politieke polarisatie in een democratische samenleving zorgt ervoor dat nieuwe evenwichten worden gezocht. Als dat mechanisme onmogelijk wordt gemaakt, krimpt de democratie en kom je bij autoritarisme uit.

© National

Waarin verschillen politieke en toxische polarisatie?

Busch: Bij het eerste heb je een tegenstander met wie je het grondig oneens kan en mag zijn, en waar de kracht van de overtuiging speelt. Bij het tweede is de ander de vijand, die is fout, moet zo mogelijk worden uitgewist. Het grensgebied tussen de twee is mistig, het schuift. Het is essentieel dat de spelregels worden gerespecteerd: we spelen op de bal, nooit op de man. Daarin moet je als leraar een nultolerantie hanteren. Als de ander een idioot wordt genoemd, dan grijp je als leraar meteen in.

Snapt u dat leraren het probleem soms liever negeren, in de hoop dat het vanzelf overgaat?

Busch: In elk vakgebied zijn er massa’s nieuwe inzichten, er moet zo veel kennis worden verwerkt. Veel leraren zetten daar maximaal op in, en dan wordt de wereld daarbuiten al eens uit het oog verloren. Boven alles moeten leerlingen kritisch leren nadenken, en inzichten verwerven die ze kunnen linken aan andere kennis. Analyseren en vergelijken. Dat moet de rode draad in de schoolopleiding zijn, niet iets wat je wegstopt in één schoolvak. Met even een uurtje burgerschap komen we nergens. Dit is niet alleen de job van de leraren geschiedenis, humane wetenschappen of levensbeschouwing. Elk vak kan bijdragen, ook de positieve wetenschappen. De biologieleraar kan gerust een boom opzetten over het concept ‘ras’, hoe dat historisch is geëvolueerd, en dat het fundamenteel een onzinnig begrip is, omdat er maar één mensensoort is.

Lees meer in ons dossier op Knack.be/clashindeklas

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content