Namen, eind oktober 2016. Chrystia Freeland, op dat moment de Canadese minister van Handel, moet haar tranen verbijten wanneer ze de internationale pers inlicht over het veto van Paul Magnette (PS) tegen het CETA-vrijhandelsakkoord. Alle ogen zijn plots gericht op de toenmalig Waals minister-president. Sommigen zien er een gewiekste manier in om zijn populariteit op te krikken en Elio Di Rupo te vervangen als hoofd van de Franstalige socialisten. Intussen is het Europese deel van het CETA-akkoord al enkele jaren voorlopig in werking, het nationale luik nog steeds niet.
...

Namen, eind oktober 2016. Chrystia Freeland, op dat moment de Canadese minister van Handel, moet haar tranen verbijten wanneer ze de internationale pers inlicht over het veto van Paul Magnette (PS) tegen het CETA-vrijhandelsakkoord. Alle ogen zijn plots gericht op de toenmalig Waals minister-president. Sommigen zien er een gewiekste manier in om zijn populariteit op te krikken en Elio Di Rupo te vervangen als hoofd van de Franstalige socialisten. Intussen is het Europese deel van het CETA-akkoord al enkele jaren voorlopig in werking, het nationale luik nog steeds niet. Vier jaar later zijn de rollen inderdaad omgedraaid. Di Rupo is Waals minister-president, Paul Magnette PS-partijvoorzitter. Ditmaal is het aan Di Rupo om met zijn vuist op tafel te slaan. In het Europese Comité van de Regio's liet Di Rupo woensdag namelijk weten dat zijn regering bereid is om een brexitakkoord tegen te houden als de rode lijnen van Wallonië worden overschreden. Hoewel Di Rupo pleitte voor solidariteit met de meest getroffen regio's zoals Vlaanderen, kon N-VA-voorzitter Bart De Wever - nochtans een voorstander van Europese subsidiariteit - de démarche van zijn voormalige PS-collega niet smaken. Vraag is echter of Di Rupo wel de daad bij het woord zal kúnnen voegen. De eerste voorwaarde is natuurlijk dat het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie tot een akkoord komen. Over een harde brexit zonder akkoord heeft de Waalse minister-president immers niets in de pap te brokken. Komen Brits premier Boris Johnson en Commissievoorzitter Ursula von der Leyen een dezer dagen wel tot een vergelijk, dan is de eventuele rol van Di Rupo afhankelijk van de aard van die overeenkomst: gaat het om een zogenaamd gemengd akkoord of niet?In een gemengd akkoord zitten zaken vervat die het Europese, het nationale niveau en - afhankelijk van de interne bevoegdheidsverdeling in de lidstaten - soms het regionale niveau toekomen. Elk niveau moet zijn zegen geven voor de delen waar het verantwoordelijk voor is. Als het akkoord daadwerkelijk bepalingen bevat waar de gewesten of de gemeenschappen bevoegd voor zijn, dan moeten de relevante parlementen die eerst goedkeuren. In dat geval komt dus ook Waalse halfrond in actie en kan het - als het dat wil - de boel tegenhouden. Wel gaat het dan enkel om het nationale luik, het Europese gedeelte kan mits een akkoord in de Raad van de Europese Unie wel provisoir van kracht gaan. Als het niet om een gemengd akkoord gaat, dan moeten - naast het Europese en het Britse parlement - enkel de nationale regeringen van de EU akkoord gaan. In België wordt een Europees standpunt gevormd binnen de schoot van het zogenaamde directoraat-generaal Europese Zaken. Als er geen echter geen intra-Belgische consensus wordt bereikt omdat Di Rupo op de rem zou trappen, dan moet België zich bij de finale stemming op Europees niveau onthouden. Een onthouding binnen de schoot van de Raad is echter geen probleem wanneer alle andere landen wel voor stemmen. Kortom, via deze weg heeft Di Rupo eigenlijk geen hefboom in handen om het akkoord tegen te houden. Voorlopig is het nog onduidelijk of het akkoord gemengd wordt of niet. Hoewel het overgrote deel van de huidige teksten over Europese aangelegenheden gaat, komen enkele kwesties op vlak van luchtvaart en sociale zaken ook de lidstaten toe. Uiteindelijk is het aan de politiek om te bepalen op welke manier ze het akkoord wil verpakken. Gezien de korte tijdsspanne - de transitieperiode van de brexit loopt op 1 januari af - is het bijna onmogelijk om de tekst tijdig te vertalen, te controleren op juridische correctheid en vervolgens te ratificeren in een heleboel nationale en regionale parlementen. Daarom gaat de voorkeur uit naar een niet-gemengd akkoord waarbij de lidstaten er voor opteren om hun (gedeelde) bevoegdheden niet afzonderlijk, maar wel gezamenlijk via de Raad in de Europese Unie uit te oefenen. 'We moeten pragmatisch zijn', klinkt het bij een goedgeplaatste Europese diplomaat. Volgens Peter Van Elsuwege, professor Europees Recht aan de Universiteit Gent, is die manier van werken geen unicum. 'Bij het Stabilisatie- en Associatieakkoord tussen de EU en Kosovo wilden de lidstaten ook nationale ratificaties wilden vermijden en hebben ze binnen de Raad een gelijkaardige werkwijze gehanteerd', klinkt het. Toch ligt dat wegens soevereiniteitsgronden erg gevoelig: het Waalse Parlement zal namelijk niet kunnen stemmen over zaken waar ze bevoegd voor zijn. Ook daar kan Di Rupo weinig aan veranderen. De Waalse minister-president kan opnieuw beslissen om zich bij de Belgische standpuntbepaling te verzetten, maar dat levert enkel een Belgische onthouding op Europees niveau op waarmee de uitzonderlijke regeling niet kan worden tegengehouden. Kortom: enkel wanneer er een akkoord komt dat bovendien gemengd is, kan Di Rupo het parlement aanmanen om het nationale luik van dat akkoord tegen te houden. Bart De Wever moet zich dus geen onnodige zorgen maken.