Met de regelmaat van de klok duiken verhalen over de onkostenvergoedingen van Europarlementsleden op in de media. Ook het internationale onderzoek waaraan Knack heeft meegewerkt klaagt de financiële wantoestanden aan.

Het onkostensysteem werpt een schaduw op het harde werk van onze Europarlementsleden.

Het lijkt een vast onderdeel van het imago van het Europees Parlement geworden. Hoewel het Europees niveau op vele vlakken net voorloopt op de meeste lidstaten - denk maar aan lobbyregelgeving, financiële belangenverklaring, en meer - verbindt de doorsnee burger het Europees Parlement nog steeds met gebrekkige transparantie en financieel wanbeheer.

Dat is ook niet geheel ten onrechte. De problemen met de algemene onkostenvergoeding van € 4342 per maand werden al vaak aangekaart, maar in de praktijk verandert er weinig. Dat is jammer, want het gebrekkige onkostensysteem werpt daardoor een schaduw op het harde werk van onze Belgische Europarlementsleden.

Betere regels niet voldoende

In de discussie over de onkostenvergoedingen hekelen Belgische Europarlementsleden vooral het gebrek aan duidelijke regels. Een aantal principes zijn echter duidelijk. Zo mogen de onkostenvergoeding niet gebruikt worden om de nationale partij direct of indirect te ondersteunen en moeten alle uitgaven direct gelinkt zijn aan het parlementair werk.

Verder blinken de richtlijnen van het Europees Parlement inderdaad niet uit in volledigheid en ondubbelzinnigheid. Ook in Knack is te lezen hoe de woordvoerster van het Europees Parlement haar uitleg over de regels voor het huren van kantoorruimte tijdens het interview moet bijstellen.

Zonder controle moeten we uitgaan van de goede wil van de Europarlementsleden zelf.

Betere regels zijn dus wenselijk, maar daarom nog niet voldoende. Er is ook een grondigere controle nodig. Zonder controle moeten we immers uitgaan van de goede wil van de Europarlementsleden zelf, en er zijn waarschijnlijk weinig mensen die hen momenteel het voordeel van de twijfel zullen gunnen.

Verschillende schandalen rond de parlementaire assistenten in het verre en recente verleden doen de twijfel groeien over de goede bedoelingen van alle Europarlementsleden. Denk bijvoorbeeld aan het Front National, dat assistenten uit het Europees Parlement liet werken op het nationale partijhoofdkwartier. Ook in het huidige internationaal onderzoek waaraan Knack meewerkte, komen een aantal praktijken naar boven die niet door de beugel kunnen.

Zeker met het oog op de Europese verkiezingen van 2019 is een grondige controle belangrijk. Vele parlementsleden zullen op het einde van hun mandaat maar een deel van hun onkostenvergoeding hebben opgebruikt en zullen dus een aanzienlijk bedrag overhouden. Hoe kan het Parlement vermijden dat die hoge bedragen worden gebruikt om de verkiezingscampagnes van de nationale partijen in de verschillende lidstaten te ondersteunen, wat in strijd is met de regels? Hoe wil ze dit doen als ze geen controle uitvoert?

Belgische Europarlementsleden als ambassadeurs van transparantie

De discussie over de onkostenvergoeding sleept al jaren aan, maar vanuit het Europees Parlement komen er weinig signalen om het systeem te veranderen. Nadat een meerderheid van Europarlementsleden volledige openheid had gevraagd, heeft de leiding van het Parlement meer dan veertien maanden nodig gehad om een werkgroep op te richten. Van spoedige actie is dus geen sprake.

Laat de Belgische Europarlementsleden voortrekkers zijn op het vlak van transparantie en goed financieel management.

Laat de Belgische Europarlementsleden daarom voortrekkers zijn op het vlak van transparantie en goed financieel management. Enkelen onder hen hebben zich al bereid verklaard om stappen te zetten. Tijd om de daad bij het woord te voegen.

Ze zouden hiervoor zelf concreet de volgende vijf stappen moeten nemen.

  1. Laat de onkostenvergoeding op een aparte rekening storten, zodat vermenging met het basissalaris uitgesloten is.
  2. Hou (intern) een boekhouding met de nodige bewijsstukken bij. Zonder één van deze twee acties blijft het immers een raadsel hoe een Europees Parlementslid zelf kan weten hoe zijn of haar onkostenvergoeding precies gespendeerd wordt.
  3. Publiceer een algemeen overzicht van alle kosten op de persoonlijke website. Dit hoeft de onafhankelijkheid van het parlementslid niet in het gedrang te brengen; de meeste Britse Europarlementsleden doen dit bijvoorbeeld al jaren.
  4. Laat een externe revisor alle rekeningen nakijken, zolang een grondiger toezicht van het Parlement zelf uitblijft. Op die manier is een goede controle gewaarborgd, zonder dat een Parlementslid elk rekeningetje publiek moet maken.
  5. Stort het overblijvende bedrag jaarlijks of op het einde van het mandaat terug aan het Europees Parlement.

Wanneer de Belgische Europarlementsleden deze stappen hebben genomen, en daarmee een voorbeeldfunctie vervullen, kunnen ze vervolgens hun invloed gebruiken in het Europees halfrond. Zij zijn daarvoor perfect geplaatst: samen met de Nederlanders hebben de Belgische parlementsleden het beste track record in de stemmingen voor meer transparantie. Het komt er dan op aan om de collega's in de verschillende fracties te overtuigen dat het systeem van de onkostenvergoedingen nu eindelijk drastisch moet worden aangepakt.

Dat is ook in hun eigen belang. De Belgen in het Europees Parlement leveren in het algemeen erg goed werk: ze zijn actief, bekleden invloedrijke posities en drukken hun stempel op de Europese wetgeving. Een vergelijking met het werk van hun collega's uit het Federale of het Vlaams Parlement zullen ze met glans doorstaan. Toch wordt het harde werk overschaduwd door de problemen met de onkostenvergoedingen.

Hoog tijd dus om daar voor altijd komaf mee te maken.

Wouter Wolfs is onderzoeker aan het Instituut voor de Overheid (KU Leuven) en bereidt een doctoraat voor over Europese partijfinanciering.

Met de regelmaat van de klok duiken verhalen over de onkostenvergoedingen van Europarlementsleden op in de media. Ook het internationale onderzoek waaraan Knack heeft meegewerkt klaagt de financiële wantoestanden aan.Het lijkt een vast onderdeel van het imago van het Europees Parlement geworden. Hoewel het Europees niveau op vele vlakken net voorloopt op de meeste lidstaten - denk maar aan lobbyregelgeving, financiële belangenverklaring, en meer - verbindt de doorsnee burger het Europees Parlement nog steeds met gebrekkige transparantie en financieel wanbeheer.Dat is ook niet geheel ten onrechte. De problemen met de algemene onkostenvergoeding van € 4342 per maand werden al vaak aangekaart, maar in de praktijk verandert er weinig. Dat is jammer, want het gebrekkige onkostensysteem werpt daardoor een schaduw op het harde werk van onze Belgische Europarlementsleden.In de discussie over de onkostenvergoedingen hekelen Belgische Europarlementsleden vooral het gebrek aan duidelijke regels. Een aantal principes zijn echter duidelijk. Zo mogen de onkostenvergoeding niet gebruikt worden om de nationale partij direct of indirect te ondersteunen en moeten alle uitgaven direct gelinkt zijn aan het parlementair werk.Verder blinken de richtlijnen van het Europees Parlement inderdaad niet uit in volledigheid en ondubbelzinnigheid. Ook in Knack is te lezen hoe de woordvoerster van het Europees Parlement haar uitleg over de regels voor het huren van kantoorruimte tijdens het interview moet bijstellen.Betere regels zijn dus wenselijk, maar daarom nog niet voldoende. Er is ook een grondigere controle nodig. Zonder controle moeten we immers uitgaan van de goede wil van de Europarlementsleden zelf, en er zijn waarschijnlijk weinig mensen die hen momenteel het voordeel van de twijfel zullen gunnen.Verschillende schandalen rond de parlementaire assistenten in het verre en recente verleden doen de twijfel groeien over de goede bedoelingen van alle Europarlementsleden. Denk bijvoorbeeld aan het Front National, dat assistenten uit het Europees Parlement liet werken op het nationale partijhoofdkwartier. Ook in het huidige internationaal onderzoek waaraan Knack meewerkte, komen een aantal praktijken naar boven die niet door de beugel kunnen.Zeker met het oog op de Europese verkiezingen van 2019 is een grondige controle belangrijk. Vele parlementsleden zullen op het einde van hun mandaat maar een deel van hun onkostenvergoeding hebben opgebruikt en zullen dus een aanzienlijk bedrag overhouden. Hoe kan het Parlement vermijden dat die hoge bedragen worden gebruikt om de verkiezingscampagnes van de nationale partijen in de verschillende lidstaten te ondersteunen, wat in strijd is met de regels? Hoe wil ze dit doen als ze geen controle uitvoert?De discussie over de onkostenvergoeding sleept al jaren aan, maar vanuit het Europees Parlement komen er weinig signalen om het systeem te veranderen. Nadat een meerderheid van Europarlementsleden volledige openheid had gevraagd, heeft de leiding van het Parlement meer dan veertien maanden nodig gehad om een werkgroep op te richten. Van spoedige actie is dus geen sprake.Laat de Belgische Europarlementsleden daarom voortrekkers zijn op het vlak van transparantie en goed financieel management. Enkelen onder hen hebben zich al bereid verklaard om stappen te zetten. Tijd om de daad bij het woord te voegen.Ze zouden hiervoor zelf concreet de volgende vijf stappen moeten nemen.Wanneer de Belgische Europarlementsleden deze stappen hebben genomen, en daarmee een voorbeeldfunctie vervullen, kunnen ze vervolgens hun invloed gebruiken in het Europees halfrond. Zij zijn daarvoor perfect geplaatst: samen met de Nederlanders hebben de Belgische parlementsleden het beste track record in de stemmingen voor meer transparantie. Het komt er dan op aan om de collega's in de verschillende fracties te overtuigen dat het systeem van de onkostenvergoedingen nu eindelijk drastisch moet worden aangepakt.Dat is ook in hun eigen belang. De Belgen in het Europees Parlement leveren in het algemeen erg goed werk: ze zijn actief, bekleden invloedrijke posities en drukken hun stempel op de Europese wetgeving. Een vergelijking met het werk van hun collega's uit het Federale of het Vlaams Parlement zullen ze met glans doorstaan. Toch wordt het harde werk overschaduwd door de problemen met de onkostenvergoedingen.Hoog tijd dus om daar voor altijd komaf mee te maken.Wouter Wolfs is onderzoeker aan het Instituut voor de Overheid (KU Leuven) en bereidt een doctoraat voor over Europese partijfinanciering.