Wat doen de 748 Europarlementsleden met de 39 miljoen euro die ze jaarlijks uitbetaald krijgen als 'vergoeding voor algemene uitgaven'? Voor het eerst in de geschiedenis van het Europees Parlement hebben journalisten uit alle 28 EU-lidstaten het samen uitgezocht. We vroegen alle Parlementsleden naar hun bonnetjes, bezochten hun kantoren, analyseerden hun stemgedrag, keken kadasterstukken in en plozen de regelgeving in detail uit. Het resultaat is alarmerend.
...

Wat doen de 748 Europarlementsleden met de 39 miljoen euro die ze jaarlijks uitbetaald krijgen als 'vergoeding voor algemene uitgaven'? Voor het eerst in de geschiedenis van het Europees Parlement hebben journalisten uit alle 28 EU-lidstaten het samen uitgezocht. We vroegen alle Parlementsleden naar hun bonnetjes, bezochten hun kantoren, analyseerden hun stemgedrag, keken kadasterstukken in en plozen de regelgeving in detail uit. Het resultaat is alarmerend. Elke maand stort het Europees Parlement in Brussel 4342 euro op de rekening van alle Europarlementsleden. Die vergoeding, bedoeld voor kosten 'direct gelinkt aan de uitoefening van hun mandaat', is forfaitair. De Europarlementsleden hoeven er geen facturen of onkostennota's voor in te dienen. Niet dat ze met het geld eender wat mogen doen. Een eenvoudig intern document van twee pagina's somt op waarvoor ze het mogen gebruiken: kantoorkosten (huur, elektriciteit, verwarming, onderhoud enzovoort), kantoormateriaal en -meubels, abonnementen, IT-materiaal, representatiekosten en boekhouding. Die richtlijnen staan op papier, al gaat het om een 'niet-exhaustieve lijst'. Verder gelden nog een aantal algemene principes, zoals het verbod om directe of indirecte steun te geven aan nationale politieke partijen. De vraag is: worden de regels ook nageleefd? Alle Europarlementsleden beschikken over eigen kantoren in het Europees Parlement in Brussel en in Straatsburg. Daarnaast mogen ze met hun algemene onkostenvergoeding elders nog een of meerdere kantoren huren. Vreemd genoeg bestaat er geen officieel overzicht met alle kantooradressen van de Parlementsleden. Hoe kunnen Europese burgers dan bij hen terecht? 'Ik heb rondgevraagd en zo'n lijst blijkt niet beschikbaar te zijn', zegt Lieven Cosijn van het Informatiebureau van het Europees Parlement in België. Daarop heeft Knack contact opgenomen met de 21 Belgische Europarlementsleden. We vroegen hun of zij buiten het Europees Parlement nog kantoorruimte huren. En zo ja: van wie, en voor welke prijs. Allemaal hebben ze die vraag beantwoord. 9 van de 21 lieten weten dat ze geen kantoor hebben buiten het Europees Parlement. Dat betekent dat ze de 4342 euro alvast niet nodig hebben voor huur. Wat de vraag opwerpt: hoe gebruiken ze dat volledige bedrag dan wél? Hilde Vautmans, Guy Verhofstadt en Lieve Wierinck (Open VLD), Bart Staes (Groen) en Claude Rolin (CDH) hebben bij hun thuis een tweede kantoor, maar gebruiken de onkostenvergoeding niet om van zichzelf te huren. Ivo Belet (CD&V) bevestigde eerst per e-mail aan Knack dat hij een kantoor bij zijn thuis van zichzelf huurde, maar komt daar na de publicatie van dit artikel op terug en zegt dat het om een misverstand gaat: hij gebruikt de onkostenvergoeding wel voor kantoorbenodigdheden en -inrichting maar 'niet om van zichzelf te huren'.Vervolgens zijn er drie Europarlementsleden die van bedrijven, van personen of in publieke gebouwen ruimtes huren. Tom Vandenkendelaere (CD&V) betaalt 1330 euro per maand voor een handelshuis in Roeselare. Pascal Arimont (CSP) heeft twee kantoren in zijn kiesdistrict: één in Eupen (1100 euro/maand) en één in Sankt Vith (465 euro/maand). Hugues Bayet (PS) huurt voor 100 euro per maand een bureau in het gemeentehuis van Farciennes, waar hij burgemeester is. Eén Belgisch Europarlementslid weigert de adressen van zijn kantoren publiek te maken, 'om veiligheidsredenen': Gerolf Annemans (Vlaams Belang). Hij huurt in Brussel één Europees kantoor en één privékantoor, samen voor liefst 3700 euro per maand. Doordat hij de adressen niet vrijgeeft, kon Knack niet nagaan of er een link is met zijn partij. Kantoorruimte huren van je nationale politieke partij ligt gevoelig: het risico op directe of indirecte steun loert om de hoek. 'Als aan een aantal voorwaarden voldaan is en de huurprijs marktconform is, mogen Europarlementsleden een kantoor van hun eigen partij huren', zegt Marjory van den Broeke, woordvoerster van het Europees Parlement. We vragen haar uitdrukkelijk om de voorwaarden allemaal op te sommen. Van den Broeke: 'Je moet een reden hebben om een bureau te hebben bij je politieke partij, bijvoorbeeld omdat je ook taken voor de partij vervult. Bovendien moet je het kantoor echt gebruiken om je mandaat uit te oefenen. Het moet gescheiden zijn van andere kantoren, en er moet duidelijk aangegeven staan waartoe het dient. Gebruik door andere personen of voor andere doeleinden mag niet.' 192 Europarlementsleden (of 1 op de 4) geven aan dat ze kantoorruimte gebruiken bij hun eigen politieke partij. Onder hen 3 Belgen. Voor 500 euro per maand kan Kathleen Van Brempt (SP.A) beschikken over bureaus en vergaderruimte bij de provinciale afdeling van de SP.A in Antwerpen. Marie Arena (PS) huurt ook voor 500 euro een kantoor bij de Fédération Bruxelloise van de PS. En Philippe Lamberts (Ecolo) betaalt elk jaar 3745 euro aan Ecolo, voor de bureaus die zijn lokale assistenten gebruiken op de hoofdzetel van de partij in Namen én bij haar lokale zetel in Brussel. Zowel bij Van Brempts 'landschapsbureau met clean desks' in Antwerpen als in de PS- en Ecolo-kantoren stellen we hetzelfde vast: geen naambordje, geen afgescheiden ruimte, en de bureaus worden met anderen gedeeld. Als we haar onze bevindingen voorleggen, zegt Arena: 'De huur van mijn bureau bij de Fédération Bruxelloise van de PS overtreedt de regels niet. De prijs is marktconform. Ik gebruik het bureau om burgers te ontmoeten, om mijn politieke werk te presenteren of als werkruimte wanneer de kantoren in het Europees Parlement niet of minder toegankelijk zijn. Om volledig in orde te zijn, zal ik er snel nog een naambordje aanbrengen.' Lamberts: 'Omwille van flexibiliteit voor mijn medewerkers en omdat de kantoorruimte klein is, slaat mijn arrangement met Ecolo veeleer op een open ruimte dan op afgescheiden lokalen. Ik zal bij het Parlement nagaan of die deal - die de algemene tendens van professionele organisaties in de 21e eeuw reflecteert - aanvaardbaar is.' Van Brempt heeft intussen hetzelfde gedaan: gealarmeerd door onze vaststellingen legde ze haar kantoorsituatie voor aan het Europees Parlement. Van Marjory van den Broeke kreeg ze dit antwoord: 'Ik heb het directoraat-generaal Financiën geraadpleegd. De prijs voor de huur van een ruimte en kantoorfaciliteiten in het provinciale partijkantoor is marktconform. Uiteraard kun je in een landschapskantoor geen afgebakende ruimte hebben. Uw regeling valt dus binnen de regels voor de algemene onkostenvergoeding.' Waren de criteria die Van den Broeke tegenover Knack opsomde dan plots niet meer van tel? Ze preciseert: 'Het doel van regels en de interpretatie van de regels in soortgelijke gevallen is indirecte of directe partijfinanciering voorkomen. Van een dergelijke financiering lijkt in dit geval geen sprake.' Kathleen Van Brempt reageert opgelucht: 'Ik vind het belangrijk dat u schrijft dat ik geen regels heb overtreden. Dat ik geld zou versluizen naar de partij, is net het tegenovergestelde van wat er gebeurt. De waarheid is: niemand weet wat de regels zijn. Je moet al gaan doorvragen bij het directoraat-generaal Financiën om te weten wat kan en niet kan. Het is hoog tijd dat het Parlement zijn verantwoordelijkheid neemt en meer duidelijkheid schept.' Van Brempt legt de vinger op de wonde. Uit gesprekken met vele andere Europarlementsleden blijkt dat er ook onder hen onduidelijkheid heerst. Volgens Marjory van den Broeke heeft het Bureau van het Europees Parlement, het bestuursorgaan dat de regels vaststelt, dat intussen ingezien. 'Midden mei heeft het beslist om een werkgroep op te zetten. Die moet duidelijkere richtlijnen uitvaardigen voor de algemene onkostenvergoeding. Over het mandaat, de samenstelling en de timing van die werkgroep beslist het Bureau op 12 juni.' Al op 28 april 2016 had de plenaire vergadering van het Europees Parlement het Bureau gevraagd om de lijst met onkosten te herzien. Het heeft dus dertien maanden geduurd vooraleer het daar ook werk van maakte. 'Er is duidelijk geen politieke goodwill bij het Bureau om hiermee verder te gaan', zegt onderzoeker Wouter Wolfs van het Instituut voor de Overheid (KU Leuven), die een doctoraat schrijft over de financiering van Europese partijen. 'Bovendien zal een verduidelijking van de regels geen zoden aan de dijk brengen. Zolang er geen controle op de onkosten is, maakt het niet uit hoe goed de richtlijnen zijn. Het huidige systeem is desastreus voor het imago van het Europees Parlement. Het is niet langer houdbaar.' Dat één Pools Europarlementslid liefst 13 kantoren huurt, zoals blijkt uit ons onderzoek, zal het imago mogelijk evenmin deugd doen. Verschillende Europarlementsleden vertellen off the record dat hun lonen vroeger gelijkgeschakeld waren met die van nationale parlementsleden, met grote onderlinge verschillen tot gevolg. Toen die situatie in 2009 werd rechtgetrokken, dreigden onder anderen de Duitsers en Italianen een pak minder te zullen verdienen. Om aan hun grieven tegemoet te komen, zou de algemene onkostenvergoeding in het leven zijn geroepen. Het Europees Parlement zegt dat het voor die vergoeding geen bewijsstukken vraagt van de Europarlementsleden, 'omdat het om een forfaitair bedrag gaat'. Bijgevolg oefent het er ook geen directe controle op uit. 'Alleen wanneer er sterke aanwijzingen zijn dat het geld niet op de bedoelde manier besteed wordt, vraagt de administratie om verduidelijking en uitleg', zegt Marjory Van den Broeke. 'Kan het Europarlementslid niet aantonen dat hij het correct gebruikte, dan vraagt het Europees Parlement het terug. De secretaris-generaal stelt dat een opzettelijk begane onregelmatigheid gelijkstaat met fraude. Maar het Europees Parlement kan alleen administratieve maatregelen nemen. In 2015 heeft het acht onderzoeken gevoerd naar mogelijk misbruik van de algemene onkostenvergoeding. Vier resulteerden in de gedeeltelijke of volledige terugvordering van het geld.' Meer wil Van den Broeke daar niet over kwijt, omdat het over 'financiële zaken van individuele Europarlementsleden' gaat. Dat het Europees Parlement de bijna 40 miljoen euro die jaarlijks naar de algemene onkostenvergoeding gaat niet in detail controleert, is volgens Van den Broeke een kwestie van capaciteit. 'Om alle bonnetjes en facturen van 748 Europarlementsleden te controleren, zouden we minstens 50 extra krachten in dienst moeten nemen. Dat kost wel wat.' Nick Aiossa van de non-profitorganisatie Transparency International: 'Het Bureau zou ook kunnen vastleggen dat Europarlementsleden een bepaald percentage van hun algemene onkostenvergoeding moeten reserveren om een externe audit te betalen.' Omdat Europese kiezers het recht hebben om te weten of hun belastinggeld correct wordt gebruikt, hebben we aan 667 Europarlementsleden gevraagd of ze uit eigen beweging hun bonnetjes publiek wilden maken. Slechts 53* bleken daartoe bereid. Onder hen: géén Belgen. 'Een lijst met alle rekeningen publiceren, gaat voor mij een stap te ver', zegt Vandenkendelaere. 'Ik vind niet dat het enige waarde heeft voor de mensen om te weten welke vormingen mijn medewerkers volgen, hoeveel fruit ik koop voor op kantoor of hoeveel mijn kantoormeubilair kost.' Van Brempt vindt dat 'dergelijke eerstelijnscontrole niet de opdracht is van de pers. Het komt haar bijvoorbeeld niet toe de politieke strategieën te controleren die Europarlementsleden ontwikkelen en waarvoor zij eventueel onkosten maken. Als journalisten alle onkostennota's zouden kunnen inkijken, zou dat wél het geval zijn.' Staes zit op dezelfde lijn. Hij waarschuwt dat sommige uitgaven een inzicht kunnen geven in politieke strategie en de voorbereiding van dossiers. Louis Michel (MR) hamert op zijnonafhankelijkheid. 'Ik heb als Europarlementslid bijna dagelijks ontmoetingen met Afrikaanse staatshoofden, ministers en topambtenaren, maar ook met oppositieleden en rebellen. Die contacten passen in mijn rol als vredesbemiddelaar. Ik verlies mijn geloofwaardigheid als ze niet discreet kunnen gebeuren. Als het publiek maken van zulke onkosten de vertrouwelijkheid van mijn ontmoetingen schaadt, heb ik er een probleem mee.' Nick Aiossa van Transparency International ziet het probleem niet: 'Natuurlijk willen we niet dat mensenrechtenactivisten of klokkenluiders in de problemen worden gebracht. Maar leg mij eens uit hoe je een bron dreigt te onthullen wanneer je bij het Europees Parlement een restaurantrekening indient? Daarop staat toch niet vermeld met wie je hebt getafeld?' De N-VA-delegatie vindt het, bij monde van haar voorzitter Mark Demesmaeker, 'noodzakelijk dat het Europees Parlement een objectief en correct toezicht verzekert op de algemene onkostenvergoeding'. 'Het is cruciaal', zegt Demesmaeker, 'dat het Parlement daartoe bijkomende garanties uitwerkt.' In afwachting van een universeel controlesysteem hebben een aantal Belgische Europarlementsleden beslist om alle bonnetjes bij te houden en/of voor de onkostenvergoeding een aparte bankrekening te openen (een aanbeveling van het Europees Parlement). De Groenen, de PS- en N-VA-delegaties, Van Brempt, Arimont, Vandenkendelaere en Rolin geven aan dat ze dat al op eigen houtje doen. Van Brempt: 'Bovendien ga ik mijn eigen uitgaven voorleggen aan een revisor, die periodiek zal nagaan of ze in overeenstemming zijn met de regels. Zijn beoordeling zal ik op mijn website publiceren.' Ook de Groenen hebben beslist om vanaf 1 juli een onafhankelijke audit van hun onkosten te laten uitvoeren. Hoewel ze niet al hun onkosten aan de grote klok willen hangen, hebben Staes, VanBrempt en Lamberts weleen opsomming van hun onkostenposten overgemaakt. (Arimont kondigt aan dat hij soortgelijke info over 2014-2016 op zijn site zal publiceren, en ook Rolin zegt dat hij gerust zo'n overzicht wil maken.) Zo lezen we dat Staes in 2016 voor 18.758 euro aan representatiekosten inbracht. Staes: 'Neem een studiedag over het sociale Europa. Ik huur ergens een zaal (500 euro), trek sprekers aan (4 x 300 euro), sluit af met een drankje voor een honderdtal deelnemers, en koop een cadeautje voor de vrijwilligers die de zaak hebben georganiseerd. Alles samen zit je rap aan een bedrag van 2200 euro.' Van Brempt besteedt maandelijks dan weer gemiddeld 300 euro aan kranten en tijdschriften. En Lamberts laat weten dat 1,8 % van zijn algemene onkosten giften aan ngo's uitmaken. Alleen: daarvoor mag de algemene onkostenvergoeding niet gebruikt worden, zo stelt het Europees Parlement formeel. 'Dat wist ik niet', reageert hij. 'Ik zal dat rechtzetten en het bedrag - een bescheiden financiële steun aan organisaties die het onthaal van vluchtelingen verzorgen - op het einde van mijn mandaat terugstorten aan het Parlement.' Tot slot: twee Belgen zijn bereid om ons, journalisten inzage te geven in hun onkostennota's: Vandenkendelaere en een Europarlementslid dat anoniem wil blijven. Daarover zullen we in een volgende fase van ons onderzoek berichten. Zowat alle Belgische Europarlementsleden zijn naar eigen zeggen voor meer openheid gewonnen. 'Maximale transparantie over het inkomen en de onkostenvergoedingen voor volksvertegenwoordigers is sowieso de beste optie', klinkt het bij Ivo Belet. 'Al sinds het begin van mijn mandaat spreek ik me uit voor de grootst mogelijke helderheid over het gebruik van belastinggeld', aldus Claude Rolin. Vraag is: doen de Europarlementsleden ook wat ze zeggen? Knack heeft in samenwerking met VoteWatch de meest recente stemming over transparantie geanalyseerd die in het Europees Parlement plaatsvond. Op 27 april, tijdens een stemming over de kwijting van het Parlementsbudget van 2015, moesten de Europarlementsleden zich uitspreken over een amendement van de Groenen. Dat pleit voor duidelijkere regels, een aparte bankrekening voor de onkosten, de verplichting om bonnetjes bij te houden en niet-gemaakte onkosten terug te storten aan het einde van het mandaat, een audit en de publicatie van kostenposten. Het goede nieuws: over het algemeen stemden de meeste Belgische Europarlementsleden uitgesproken voor meer transparantie. De enige Belg die tegen alle punten van het amendement stemde, was Guy Verhofstadt, ex-premier van België en leider van de liberale ALDE-fractie. 'Onze fractieleider wordt altijd geacht te stemmen volgens de lijn die de meerderheid van de fractie heeft vastgelegd', voert zijn collega Hilde Vautmans aan. 'Dat heeft Verhofstadt ook op 27 april gedaan. Zelfs al is hijzelf, net zoals zijn collega's in de Open VLD-delegatie, een groot voorstander van de grotere transparantie die het amendement voorziet.' Knack vroeg Verhofstadt of transparantie voor hem dan niet belangrijk genoeg is om uitzonderlijk tegen de fractielijn in te stemmen - zoals ook de Belgische socialisten, enkele christendemocraten (Arimont en Vandenkendelaere) en enkele liberalen (Vautmans, Wierinck en Michel) hebben gedaan. Waarop hij herhaalde: 'Het is de regel in onze fractie dat de fractieleider nooit afwijkt van de groepslijn.' Behalve Verhofstadt stemden enkele Belgen tegen elementen uit het groene amendement. Zo kantten Belet, GérardDeprez en Frédérique Ries (beiden MR) zich tegen een audit en tegen de publicatie van kostenposten. Deprez en Ries volgden naar eigen zeggen de meerderheidsstemming die had plaatsgevonden in de voorafgaande commissie, waar het amendement eerst besproken is. Belet merkt op dat hij wel andere amendementen pro transparantie heeft gesteund. Opmerkelijk: Rolin en Annemans pastenhun stemgedrag aan nadat Knack hen er op had aangesproken. Rolin: 'Merci dat u me dit hebt gesignaleerd. Ik heb inderdaad een fout gemaakt bij het stemmen, maar dat gebeurde te goeder trouw. Normaal stem ik altijd voor transparantie van de onkosten. Ik heb de nee-stemmen intussen laten omzetten in ja-stemmen (die aanpassing gebeurt achteraf op het resultatenblad, maar weegt niet meer door in de stemming, nvdr.).' Hetzelfde plaatje bij Annemans: 'Die dag waren er ettelijke honderden stemmingen. Kennelijk ben ik door een verstrooidheid afgeweken van mijn stemblad. Maar over mijn bedoelingen inzake transparantie van algemene kosten kan geen twijfel bestaan.' Europarlementsleden die hun onkostenvergoeding niet opgebruiken, kunnen het resterende bedrag op het einde van hun mandaat vrijwillig terugstorten aan het Europees Parlement. Maar dat gebeurt zelden. Marjory van den Broeke: 'Sinds 2010 hebben, afhankelijk van het jaar, vijf tot twintig Europarlementsleden in totaal tussen de 100.000 en 600.000 euro teruggestort. In die cijfers tellen we de Europarlementsleden niet mee die van bij het begin om een lagere onkostenvergoeding hebben gevraagd.' En de Belgen? Elf Europarlementsleden zitten momenteel in hun eerste mandaat en konden bijgevolg nog niets terugstorten. Maar ook de tien anderen hebben al die jaren nog geen cent van de algemene onkostenvergoeding teruggestort. 'Dat was niet nodig', laat de PS-delegatie weten, 'want de enveloppe is vrijwel volledig gebruikt voor de dienstnoden van elk Europarlementslid.' Vijf Belgen beloven dat ze het restant van hun onkostenvergoeding op het einde van hun huidige mandaat zullen terugbetalen: Staes, Lamberts, Vandenkendelaere, Rolin en Arimont. Omgekeerd hebben vier Belgen zich tijdens de hierboven aangestipte stemming van 27 april gekant tegen het voorstel om dat restant terug te storten: Belet, Deprez, Ries en Verhofstadt. Transparency International heeft daar geen begrip voor. Nick Aiossa: 'Sorry, maar er gelden regels voor dat geld. Als je het niet volgens die regels gebruikt, volgt daar impliciet uit dat je het moet terugbetalen.' Transparency International vindt heel de regeling rond de algemene onkostenvergoeding 'absoluut schandalig', onderstreept Aiossa, zowel qua transparantie als qua financiële verantwoording. '39 miljoen euro per jaar is geen grote hap uit het totale EU-budget, maar een peulenschil is het evenmin. Het is een symbolische budgetlijn: het gaat om de manier waarop verkozen Parlementsleden belastinggeld gebruiken. Maar níémand controleert dat. Europarlementsleden hoeven geen bonnetjes bij te houden. Ze hoeven níéts te bewijzen. Dat is een groot schandaal, dat al veel te lang aansleept. Ik kan me niet voorstellen dat Europarlementsleden zomaar 39 miljoen euro aan een EU-lidstaat zouden geven zonder dat die lidstaat daarvoor het minste bewijsstuk moet voorleggen. Die hypocrisie vind ik verbazend. De Europese burgers hebben alle reden om boos te zijn.' Volgens Aiossa zijn er dringend duidelijkere regels nodig, naast een volledige financiële controle. 'Ook als je weet dat sommige Europarlementsleden de voorbije jaren betrokken zijn geweest bij financiële schandalen, al waren die niet gelinkt aan de algemene onkostenvergoeding. Denk aan Front National in Frankrijk, MELD en FELD in Denemarken of de UK Independence Party (UKIP). Een Brits Europarlementslid zit momenteel een gevangenisstraf uit omdat hij met de stafvergoedingen luxereizen bekostigde. Maar ondanks de publieke druk, ondanks vragen van onderzoeksjournalisten, Transparency International en burgergroepen, reageert het Parlement extreem defensief. Het is tegen elke verandering in de status quo. Onder meer de voormalige leiding van het Bureau heeft zich verzet tegen transparantie over de algemene onkostenvergoeding - inclusief toenmalig Parlementsvoorzitter Martin Schulz.' Uitgerekend in tijden waarin populisme en euroscepis opgang maken, moet het Europees Parlement dit 'symbolische probleem' aanpakken, vindt Aiossa. 'Het goede nieuws is: dit is niet zo'n complex thema waarmee een heel wetgevend proces gemoeid is. Nee, het gaat om interne regels, en die kan het Europees Parlement onmiddellijk aanpassen. Doet het dat niet, dan bewijst het zichzelf, zeker gezien de verkiezingen van 2019, een slechte dienst.' Een aantal buitenlandse collega's kreeg voor dit onderzoek steun van Journalismfund.eu. Lees hier de antwoorden van de 21 Belgische Europarlementsleden.