Ruimtelijke ordening is een 'hot topic'. Dit werd de afgelopen weken geïllustreerd met opinies van Sanne Van Looy, Kobe Bausseeuw, Ben Derudder en Lode Cossaer. Hierbij kwamen resp. lokaal bestuur, planologen en filosoof/economen aan het woord. Het is duidelijk dat de problematiek rond betaalbaarheid van wonen, mobiliteit, bescherming van open ruimte, klimaatrobuustheid en duurzaamheid, en beheer van onze schaarse natuur de brede samenleving raakt.

Wat mij opvalt als architect en ontwikkelaar is dat, hoewel er een zekere consensus bestaat rond verdichting binnen kernen en het verhogen van kwalitatief aanbod om de betaalbaarheid aan te pakken, er steeds opnieuw nieuwe plannen en instrumenten op tafel komen. Dit tot ergernis van de professionals die al die plannen en wensen effectief moeten realiseren: aannemers, bouwheren en architecten. Het geheel wordt snel onwerkbaar, en hopeloos complex. Dit wordt vandaag al bewezen door het juridisch doolhof waar grote projecten zich door moeten worstelen.

Duurzame switch in stedenbouw? Gebruik Kadastraal Inkomen als sturend instrument.

Als we kijken naar de bouwshift (voorheen: betonstop) merken we al snel dat dit financieel niet haalbaar lijkt te zijn voor lokale besturen, en het juridisch een helse klus blijkt te zijn om dit in te voeren. Het gevolg is stilstand op het beleidsniveau, onzekerheid op het uitvoerend niveau en daartussen een hele hoop ruimtelijke ballonnetjes en experimenten: van erfdienstbaarheden tot bouwstops en een gegoochel met een lasagne van verordeningen.

Bouwheren en architecten pleiten voor het werken binnen het huidige, en juridisch verankerde kader, dat echt wel ruimte geeft voor duurzame stedenbouw. Het verouderde gewestplan kan nu reeds aangepast worden met de zgn. RUP's, maar dit is gedetailleerd, participatief en dus erg traag. Om snel te schakelen willen sommige planologen een (ver)nieuw(d) totaalplan, maar dat dreigt dezelfde fouten te maken als het Gewestplan: te rigide, te veel top-down sturing en mogelijks binnen enkele jaren alweer verouderd. Daarenboven komt de mogelijke onaanvaardbare financiële schade voor grondeigenaars, wat elk (politiek) draagvlak wegneemt.

Wil men alsnog werk maken van een grondige duurzame switch binnen stedenbouw dan is er nog een ander, tot op heden quasi ongebruikt, instrument dat eenieder die wil bouwen kan stimuleren om de verdichten, ontharden, vergroenen en isoleren: namelijk het Kadastraal Inkomen (KI). Dit instrument ligt al decennia stof te vergaren en is sowieso aan een grondige update toe. Gebruik dit als sturend instrument. Straf bouwen ver van openbaar vervoer en kernen af, ontmoedig verharden en aansnijden van open ruimte, en beloon vergroenen. Verreken het EPB en je krijgt een natuurlijke stimulans tot renoveren (in tegenstelling tot de renovatieplicht).

In de economie heet dit externaliteiten in de prijs verrekenen, zonder lokaal beleid te hinderen of een paternalistische saus voor eigenaars en bouwheren. Bovendien kan dit voor alle overheden budgetneutraal ingevoerd worden.

Ten slotte: dergelijke berekening kan, net zoals het belastingbeleid, aangepast worden los van alle stedenbouwkundige regels en is het veel minder gevoelig voor contradicties met bestaande rechtsspraak. Kortom: snel, flexibel, met incentives voor bouwheren en bewoners, en juridisch solide. Laten we stoppen met het worstelen met mogelijke oplossingen, en laat ons meteen de problemen aanpakken met de bestaande werktuigen.

Ruimtelijke ordening is een 'hot topic'. Dit werd de afgelopen weken geïllustreerd met opinies van Sanne Van Looy, Kobe Bausseeuw, Ben Derudder en Lode Cossaer. Hierbij kwamen resp. lokaal bestuur, planologen en filosoof/economen aan het woord. Het is duidelijk dat de problematiek rond betaalbaarheid van wonen, mobiliteit, bescherming van open ruimte, klimaatrobuustheid en duurzaamheid, en beheer van onze schaarse natuur de brede samenleving raakt. Wat mij opvalt als architect en ontwikkelaar is dat, hoewel er een zekere consensus bestaat rond verdichting binnen kernen en het verhogen van kwalitatief aanbod om de betaalbaarheid aan te pakken, er steeds opnieuw nieuwe plannen en instrumenten op tafel komen. Dit tot ergernis van de professionals die al die plannen en wensen effectief moeten realiseren: aannemers, bouwheren en architecten. Het geheel wordt snel onwerkbaar, en hopeloos complex. Dit wordt vandaag al bewezen door het juridisch doolhof waar grote projecten zich door moeten worstelen.Als we kijken naar de bouwshift (voorheen: betonstop) merken we al snel dat dit financieel niet haalbaar lijkt te zijn voor lokale besturen, en het juridisch een helse klus blijkt te zijn om dit in te voeren. Het gevolg is stilstand op het beleidsniveau, onzekerheid op het uitvoerend niveau en daartussen een hele hoop ruimtelijke ballonnetjes en experimenten: van erfdienstbaarheden tot bouwstops en een gegoochel met een lasagne van verordeningen.Bouwheren en architecten pleiten voor het werken binnen het huidige, en juridisch verankerde kader, dat echt wel ruimte geeft voor duurzame stedenbouw. Het verouderde gewestplan kan nu reeds aangepast worden met de zgn. RUP's, maar dit is gedetailleerd, participatief en dus erg traag. Om snel te schakelen willen sommige planologen een (ver)nieuw(d) totaalplan, maar dat dreigt dezelfde fouten te maken als het Gewestplan: te rigide, te veel top-down sturing en mogelijks binnen enkele jaren alweer verouderd. Daarenboven komt de mogelijke onaanvaardbare financiële schade voor grondeigenaars, wat elk (politiek) draagvlak wegneemt.Wil men alsnog werk maken van een grondige duurzame switch binnen stedenbouw dan is er nog een ander, tot op heden quasi ongebruikt, instrument dat eenieder die wil bouwen kan stimuleren om de verdichten, ontharden, vergroenen en isoleren: namelijk het Kadastraal Inkomen (KI). Dit instrument ligt al decennia stof te vergaren en is sowieso aan een grondige update toe. Gebruik dit als sturend instrument. Straf bouwen ver van openbaar vervoer en kernen af, ontmoedig verharden en aansnijden van open ruimte, en beloon vergroenen. Verreken het EPB en je krijgt een natuurlijke stimulans tot renoveren (in tegenstelling tot de renovatieplicht). In de economie heet dit externaliteiten in de prijs verrekenen, zonder lokaal beleid te hinderen of een paternalistische saus voor eigenaars en bouwheren. Bovendien kan dit voor alle overheden budgetneutraal ingevoerd worden.Ten slotte: dergelijke berekening kan, net zoals het belastingbeleid, aangepast worden los van alle stedenbouwkundige regels en is het veel minder gevoelig voor contradicties met bestaande rechtsspraak. Kortom: snel, flexibel, met incentives voor bouwheren en bewoners, en juridisch solide. Laten we stoppen met het worstelen met mogelijke oplossingen, en laat ons meteen de problemen aanpakken met de bestaande werktuigen.