Uitgelegd: Wat u moet weten over de hervormingen in het onderwijs

28/05/16 om 16:03 - Bijgewerkt om 16:34

Lees hier op welke manier de Vlaamse regering het onderwijs wil hervormen.

Uitgelegd: Wat u moet weten over de hervormingen in het onderwijs

© Belga

Het akkoord legt de langverwachte uitrol van het masterplan met 71 maatregelen in een definitieve plooi. Van een brede eerste graad is geen sprake. Al zullen leerlingen voortaan wel een meer getrapte studiekeuze maken. Zo zullen alle leerlingen in het eerste middelbaar naast 27 uur aan basisvorming vijf uur volledig vrij mogen invullen. Ze zullen kunnen kiezen of ze bepaalde vakken "verkennen, versterken of verdiepen", verduidelijkte onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V). Dat biedt dus kansen om sterkere leerlingen uit te dagen en zwakkere bij te sturen.

In het tweede jaar wordt het pakket naast de basisvorming zeven uur, maar is de keuze al grotendeels beperkt tot een reeks basisopties. Denk bijvoorbeeld aan Latijn. Twee uur zullen ze dan nog volledig vrij kunnen kiezen. Voor kinderen in de B-stroom omvat het pakket twintig uur basisvorming, gecombineerd met een basisoptie van twaalf uur waarin dus verkend, versterkt en verdiept kan worden.

Grote autonomie

Niet onbelangrijk is dat de klassenraden een vinger in de pap houden. Blijken leerlingen voor bepaalde vakken zwak te scoren, dan kunnen ze verplicht worden een deel van hun vrij in te vullen uren daaraan te besteden. Opvallend: zo'n bijsturing zou ook doorheen het jaar al kunnen gebeuren, bijvoorbeeld na de kerstvakantie.

Scholen behouden grote autonomie om de basisopties in te vullen, benadrukte minister Crevits. "De pedagogische vrijheid en de vrijheid van onderwijs staan dus niet onder druk."

Die vrijheid staat ook centraal in de tweede en derde graad. ASO, BSO en TSO blijven bestaan, maar de focus komt met het matrix-systeem veel meer op de opdeling tussen richtingen die focussen op een doorstroom naar hoger onderwijs en zij die focussen op de arbeidsmarkt. "Het is geen tabula rasa, maar labels horen thuis op structuren, niet op kinderen", zo verwoordde Crevits het.

Voordelen voor scholen die omschakeling naar campusschool maken

Het matrix-systeem moet voor elke richting duidelijk bepalen of die mikt op een doorstroming naar het hoger onderwijs (ASO, TSO en KSO), naar de arbeidsmarkt (TSO, BSO) of beide (TSO). Anderzijds worden de richtingen ook opgedeeld in nog acht studiegebieden, gaande van het wetenschappelijke STEM over economie en organisatie tot voeding en horeca. Voor elk vak is nu bepaald waar het zich precies bevindt. Dus in welke gebied én met welke finaliteit.

Schoolbesturen worden niet verplicht om zich om te bouwen tot campusscholen waar zowel klassieke ASO-richtingen als beroepsgerichte opleidingen mogelijk zijn, of bijvoorbeeld tot een domeinschool die focust op bepaalde opleidingsgebieden. Maar schoolbesturen die dat wel doen, bijvoorbeeld via samenwerking tussen scholen, zullen prioritair kunnen rekenen op een financieel extraatje om moderne en kwaliteitsvolle technische uitrusting aan te kopen, verzekerde Crevits.

Aantal zittenblijvers doen dalen

"Doel is het best mogelijke onderwijs bieden voor elke leerling", besloot de minister. Daarom ook wil de regering zoveel mogelijk vermijden dat leerlingen nog zonder meer blijven zitten. "Dat is nooit een cadeau voor leerlingen, daar zijn we het allemaal over eens." Wie een B-attest krijgt, zal enkel nog kunnen kiezen om te dubbelen met een gemotiveerd advies van de Centra voor Leerlingenbegeleiding op zak. Een B-attest in het eerste middelbaar zal echter niet meer mogelijk zijn.

Tot slot stond Crevits nog kort stil bij de loopbanen van de leerkrachten. De regering heeft een voorstel klaar dat ondanks vereenvoudigingen toch nog "grote mogelijkheden" behoudt, met name voor wie verlof nodig heeft om voor zieke familieleden te zorgen of voor wie om persoonlijke redenen minder wil werken, zo stelde de CD&V-minister nog.

Initiatie in vreemde talen kan binnenkort van het eerste leerjaar

Een eerste kennismaking met Frans, Engels of Duits? Binnenkort mogen basisscholen er al in het eerste leerjaar mee starten. Vanaf het derde leerjaar mag dat uitgroeien tot echte taallessen. Dat heeft Vlaams onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V) zaterdag aangekondigd als deel van de ruimere onderwijshervorming.

De scholen zijn vrij om te bepalen of en hoe ze met de nieuwe mogelijkheden omgaan. Verplicht is het niet, verzekerde Crevits. Naast de grotere focus op vreemde talen krijgen basisscholen de mogelijkheid om al wat meer te differentiëren in het vijfde en zesde leerjaar. Dat biedt kinderen die het wat moeilijker hebben bijvoorbeeld de kans om bepaalde vakken wat bij te spijkeren tijdens de schooluren.

De opsplitsing van het oude wereldoriëntatie - WO - biedt dan weer de kans voor leerkrachten om zich wat te specialiseren. Daardoor zouden zij de nieuwe vakken 'wetenschap en techniek' of 'mens en maatschappij' in verschillende klassen kunnen geven. Voor de vakken muziek, techniek en Frans zouden bijzondere leermeesters naar de school kunnen komen, zoals dat nu al kan voor sport.

De Vlaamse regering wil tot slot zoveel mogelijk kleuters in de kleuterklas krijgen. Naast de participatietoeslag van driehonderd euro voor kinderen die op drie- en vierjarige leeftijd voldoende naar school komen, wordt de verplichte aanwezigheid voor vijfjarigen in de derde kleuterklas uitgebreid van 220 naar 250 halve dagen.

Crevits hertimmert ook verlofstelsel leerkrachten

Onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V) hervormt en vereenvoudigt de verlofstelsels van leerkrachten. Dat is nodig omdat het Vlaamse stelsel van loopbaanonderbreking zonder motief op 2 september voor alle Vlaamse ambtenaren verdwijnt. Daarnaast heeft de CD&V-minister een conceptnota klaar voor sterkere en vrijere schoolbesturen.

Vanaf volgend schooljaar komt er dus een zorgverlof met een onderbrekingsuitkering voor personeel in het onderwijs. Dat behoudt "grote mogelijkheden" op zorgverlof voor ouderschap, palliatieve zorgen, medische bijstand en het volgen van een opleiding, verzekert Crevits na groen licht van de ministerraad.

Concreet worden de huidige drie stelsels in het onderwijs omgebouwd tot één verlof voor verminderde prestaties (VVP). Dat kan voltijds opgenomen worden voor een periode van 24 maanden, of gedurende 120 maanden halftijds of één vijfde.

Bovendien is ook sprake van een eindeloopbaanregeling. Elk personeelslid in het onderwijs krijgt het recht om VVP op te nemen vanaf 55 jaar tot aan zijn of haar pensioen. Het verlof telt binnen de bestaande regels mee voor de berekening en de opbouw van het pensioen.

Wie onbetaald minder wil werken, zal voortaan onder een eengemaakt systeem van afwezigheid voor verminderde prestaties (AVP) vallen. Dat kan maximaal 60 maanden opgenomen worden. Belangrijk verschil met het VVP is dat het hier om een gunst gaat, die scholen dus niet moeten toekennen. Voorts heeft Crevits ook een conceptnota klaar met het oog op een grotere samenwerking of zelfs fusie tussen schoolbesturen. "Het doel is schaalvergroting, geen schoolvergroting", verzekert de minister. Zij benadrukt onder meer de schaalvoordelen op vlak van middelen en administratie.

Concreet voorziet Crevits een opdeling in individuele schoolbesturen, verenigingen van schoolbesturen (VVS) en schoolbesturen met bijzondere kenmerken (SBK). Stimuli voor besturen om zich te verenigen zijn onder meer een geïntegreerde puntenenveloppe voor het basisonderwijs, een makkelijkere herverdeling van punten en uren, versterkt sociaal overleg en rapporteringsverplichtingen op een hoger niveau dan de individuele school.

Voor de bestuurlijke optimalisatie mikt de conceptnota op 1 september 2018. Verder overleg met het onderwijsveld en regelgevend werk is immers nodig.

Onze partners