Opinie

Hans De Ceuster

‘Mensenhandel: bij Payoke vervullen we onze rol als hulporganisatie van slachtoffers met trots. Maar we lopen tegen onze limieten aan’

Anton Van Dyck Bestuurder Payoke

Hulporganisatie Payoke trekt aan de alarmbel. Het referentiecentrum voor slachtoffers van mensenhandel krijgt een opdracht zoals de zaak rond de Antwerpse Borealis-werf niet gebolwerkt. ‘En deze hele crisis is ook maar het topje van de ijsberg.’

Hij is moe. Doodop zelfs. Maar door het tumult in de slaapzaal kan hij niet rusten. Twee mannen gaan er met elkaar op de vuist. De rechtstreekse aanleiding is niet duidelijk, maar waarom de mannen zich na zo’n uitputtende dag op elkaar werpen wel. Ze zijn wanhopig, werken 17 uur per dag, zes dagen op zeven. Van hun beloofde loon zien ze slechts schamele kruimels en ze slapen in krotten. De snee op zijn hand is ontstoken maar klagen doet hij niet. Durft hij niet. Zij die dat toch doen, krijgen er van langs, worden teruggestuurd of nog erger. Ze komen van overal op basis van valste beloften om op Belgische werven aan de slag te gaan. Hun documenten worden vervalst en ze kunnen nog maar één ding doen: werken. Niet langer voor het loon dat hen werd beloofd, maar om hun families thuis te laten overleven.

Een fictief verhaal, uiteraard. Maar daarom geen fictie.

We weten niet hoeveel slachtoffers mensenhandel er in België zijn. De schattingen lopen op tot 24.000. Payoke werd eind jaren ’80 opgericht in het Antwerps Schipperskwartier om er hulp te bieden aan de mensen die er (seksueel) uitgebuit werden. Door de dreigingen, geweld en intimidatie heen bleef de organisatie doorwerken en breidde ze haar werking uit. Alle slachtoffers mensenhandel kunnen bij ons terecht komen: van zij die ten prooi gevallen zijn aan tienerpooiers tot consultants, keukenpersoneel en mensen uit de bouw. We helpen hen psychologisch, sociaal én juridisch. Daar ze vaak de taal niet machtig zijn, is het voor ons als organisatie van wezenlijk belang dat ze zodanig begeleid worden dat ze hun rechten kunnen doen gelden.

België neemt wereldwijd een voortrekkersrol in de strijd tegen de mensenhandel op. Slachtoffers krijgen een bijzonder statuut, er is een centraal meldpunt en er zijn niet minder dan drie erkende referentiecentra. Payoke vervult met de nodige trots deze rol, als pioniersorganisatie.

Toen er op de Borealis-werf in Antwerpen niet minder dan 174 slachtoffers geïdentificeerd werden, kwam bijgevolg onze organisatie de opdracht toe hen op te vangen en te begeleiden. Dat immens aantal is ongeveer drie keer onze totale opvangcapaciteit. In deze ene zaak schiet Payoke om en bij de 100 000 euro per maand voor (en dat slechts voor de eerste 55 slachtoffers) om er voor te zorgen dat ieder van hen de opvang krijgt die ze verdienen. Het raakt ons diep dat we die omvangrijke opdracht niet gebolwerkt krijgen. We hebben er de middelen niet voor. Onze medewerkers lopen tegen hun limieten aan. Ook zij hebben recht op een privéleven en een gezond levensritme. Het zou bittere ironie zijn mochten we als werkgever zelf niet actief waken op de arbeidsomstandigheden van onze collega’s. De realiteit waartegen we aankijken is evenwel simpel: als er niets verandert, zal Payoke eind dit jaar niet over voldoende financiële middelen beschikken om haar werking nog op een betekenisvolle wijze verder te kunnen zetten.

De Borealis-crisis heeft het water ver voorbij de lippen doen stijgen.

We hebben een noodfonds nodig waarbij we in geval van grote crisissen snel onze capaciteit kunnen vergroten.

Alarmbel

De laatste week trokken we stevig aan de alarmbel en we mogen ons gelukkig prijzen dat we zowat over het hele politieke spectrum op steun kunnen rekenen. Maar gelet op de architectuur van ons land beseffen we maar al te goed dat de afstemming tussen de verschillende niveaus wel wat tijd in beslag kan nemen. En die tijd hebben we niet. Deze hele crisis is ook maar het topje van de ijsberg. Onze strategie moet verder gaan dan loutere symptoombestrijding.

Structurele samenwerkingen die inzetten op preventie en interne vroegdetectie zijn de toekomst. Zoiets is overigens geen ‘nice to have’ meer voor de talrijke grote bedrijven die we in België hebben. Europa jaagt er in een pijlsnel tempo regelgeving door die alle grote spelers zal verplichten hun waardenketens (dus alle bedrijven waar ze zelf beroep op doen voor hun productie of dienstverlening) door te lichten en er de verantwoordelijkheid voor te nemen. De malafide structuren van onderaanneming die deze zaak mogelijk hebben gemaakt, komen er mee op de helling te staan. Het moet bijgevolg onmogelijk worden nog te doen alsof je van niets weet. De opdrachtgever draagt eindverantwoordelijkheid. Binnen die bedrijven zit men momenteel met de handen in het haar over hoe ze intern daar de nodige zorgvuldigheid over kunnen inbouwen. De kennis die over twee jaar van onontbeerlijk belang zal zijn voor elk (middel)groot bedrijf zit bij ons. We beseffen maar al te goed dat we via partnerschappen met de privésector kunnen komen tot uitgebreide preventie.

In een geheel andere context heeft men het over ‘starving the beast’. Het wordt tijd dat we de mensenhandelaars in Europa het brood op de plank ontzeggen door hun opdrachten te doen opdrogen. Alleen kan Payoke dat niet, maar als de politiek, de privé en de publieke sector elk op hun eigen front én gecoördineerd de strijd aangaan, zijn we overtuigd van onze slaagkansen.

Hoe moet het nu verder? Dat weten we niet. We zoeken actief bij ieder die welwillend is middelen en hopen het allemaal baas te kunnen. Maar één zaak staat vast: Payoke zal blijven verder bestaan, desnoods aan de keukentafel, zoals we ooit zijn begonnen. Onze doelen blijven een pak hoger liggen dan louter overleven. Samen met de andere centra willen we de moderne slavernij in België en de rest van de wereld doen verdwijnen en het recht laten gelden. Op die ambitie geven we geen centimeter prijs.

Deze zaak heeft ons alvast doen inzien dat we niet alleen een uitbreiding van onze reguliere capaciteit nodig hebben, maar dat we een noodfonds nodig hebben waarbij we in geval van grote crisissen snel onze capaciteit kunnen vergroten. Niemand weet immers wat er zich onder de waterlijn bevindt. Maar als we zien hoe banaal de betrokkenen in deze zaak te werk zijn gegaan, belooft het weinig goeds.

Winston Churchill citeren is tegenwoordig een platitude geworden. Maar wij kunnen er ook niet aan doen dat de man ons sentiment uitstekend wist te verwoorden: ‘Give us the tools and we will finish the job’.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content