Water beslaat vandaag 70,8 procent van het aardoppervlak, maar in de toekomst zal het meer zijn. Gemiddeld is de zeespiegel 20 centimeter hoger dan eind negentiende eeuw. De verwachting is dat het zeeniveau de komende 80 jaar nog eens een halve meter stijgt. Sommige kuststreken moeten rekening houden met een extra meter. Bij stormvloed worden nog grotere delen van het land onder water gezet. Van de 7,5 miljard mensen op aarde leeft één op de zeven minder dan tien meter boven zeeniveau
...

Water beslaat vandaag 70,8 procent van het aardoppervlak, maar in de toekomst zal het meer zijn. Gemiddeld is de zeespiegel 20 centimeter hoger dan eind negentiende eeuw. De verwachting is dat het zeeniveau de komende 80 jaar nog eens een halve meter stijgt. Sommige kuststreken moeten rekening houden met een extra meter. Bij stormvloed worden nog grotere delen van het land onder water gezet. Van de 7,5 miljard mensen op aarde leeft één op de zeven minder dan tien meter boven zeeniveau De fysica van de zeespiegel kent geen geheimen. Zeewater zet uit als het wordt verwarmd en stijgt nog meer dankzij smeltwater van gletsjers en ijskappen. Wetenschappers debatteren over hoe hoog de zeeën zullen stijgen en hoe snel ze dat doen, maar dat er een stijging zit aan te komen, betwist niemand. Zelfs als de CO2-uitstoot zou dalen, zullen we ons moeten aanpassen aan hogere zeeën. Het Klimaatakkoord van Parijs wil de opwarming beperken tot 1,5 graden. In dat scenario zou de stijging van de zeeën een schade veroorzaken die geschat wordt op 1,8 procent van het wereldwijde bbp. Alleen al de averij aan kuststeden kan tegen 2050 tot 900 miljard euro per jaar kosten. Waterschade beperken is in theorie niet ingewikkeld. Bouw de hardware (stormvloedkeringen), installeer de software (goed bestuur en publiek bewustzijn) en, als al het andere mislukt, verhuis dan. Momenteel gebeurt weinig tot niets. De dreiging valt buiten de tijdshorizon van de meeste mensen. Voor lokale en nationale overheden betekent passiviteit schuldig verzuim jegens toekomstige generaties. Overheden die het probleem erkennen, verkiezen monsterprojecten die miljarden kosten en jaren duren om in te plannen. Bij oplevering blijken ze vaak ontoereikend: de klimaatopwarming zelf ontwikkelt zich sneller dan een overheid kan bijbenen. De zondvloed valt wellicht niet te stoppen, maar rekening houden met het wassende water lijkt maar logisch. Een eenvoudige maatregel is bijvoorbeeld: eisen dat het gelijkvloerse niveau van overstromingsgevoelige gebouwen voorbehouden blijft voor parkeergarages. Of tegelvloeren aanmoedigen, wegens makkelijker te reinigen zodra het water weer wegtrekt. Dichtbevolkte kuststeden zullen ambitieuzere projecten nodig hebben. Die houden best rekening met het worstcasescenario. Regeringen moeten het idee laten varen dat ze hun hele kustlijn kunnen beschermen. In Monaco of Singapore is dat een optie, elders niet. Verhuizen naar hoger gelegen gebieden biedt mogelijk wel een uitkomst. Bangladesh verplaatst op dit eigenste moment 250.000 gezinnen. Zoiets vereist coördinatie tussen overheidsniveaus, tussen individuen en bedrijven. Anders stroomt het water van de ene dijk zo het perceel van een onvermogende buur op. Ontwikkelingslanden werd jaarlijks 100 miljard dollar klimaathulp beloofd. Slechts 70 miljard is werkelijk betaald. Het geld gaat naar symptoombestrijding, want middelen om toekomstgerichte oplossingen uit te werken, zijn er niet. Elke euro die vandaag wordt geïnvesteerd in klimaatbestendigheid, bespaart morgen 5 euro. Rijke landen zouden dwaas zijn om zulke investeringen niet te doen, al kunnen ze zich de toekomstige verliezen waarschijnlijk veroorloven. Ontwikkelingslanden hebben die luxe niet.