Voorbij mooi en lelijk: Marlene Dumas lokt u naar Venetië

Black Drawings, 1991-1992, inkt op papier en leisteen, 279 bij 333 cm. Detail. Collectie Museum De Pont, Tilburg. Courtesy Zeno X Gallery
Eric Rinckhout

Ze is een van de meest gevierde schilders van het moment. Haar weerbarstige werk verbaast, verleidt en choqueert. In Palazzo Grassi in Venetië loopt nu een overzicht met meer dan honderd werken van 1984 tot nu. Knack koos vijf sleutelwerken uit het werk van Marlene Dumas.

Lichaam en kleur spelen een cruciale rol in het oeuvre van Marlene Dumas. Hoe kan het ook anders? Ze werd in 1953 in Kaapstad geboren. In Zuid-Afrika heerste toen de apartheid, het regime dat mensen verdeelde op basis van huidskleur en ras. Zwarten waren tweede- of zelfs derderangsburgers, meedogenloze wreedheid tegen hen was dagelijkse kost.

Dumas groeide op in een Afrikaanstalig gezin op een boerderij in Kuilsrivier, een toentertijd landelijk gebied tussen Kaapstad en Stellenbosch. Ze studeerde kunstgeschiedenis aan de University of Cape Town, waar ze voor het eerst in contact kwam met gekleurde mensen. Een nieuwe wereld ging voor haar open: ze leerde de gedichten van Allen Ginsberg en Dylan Thomas kennen en de filosofie van Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir. Haar blik werd aangescherpt door de fotografie van Diane Arbus, met haar aandacht voor mensen aan de rafelrand van de samenleving, en van David Goldblatt, die het dagelijkse raciale onrecht in Zuid-Afrika in beeld bracht. Ook de ontwrichtende toneelstukken van Jean Genet en van antiapartheidsactivist Athol Fugard hebben haar beïnvloed.

Dumas is geïnteresseerd in lichamen en erotiek, maar ze laat ook de schaduwkant zien: beelden van vrouwen als geëtaleerde vleeswaren.

Omdat haar ouders een afkeer hadden van de vroegere Britse kolonisator van Zuid-Afrika, besloot Dumas niet in Londen maar in Amsterdam te gaan studeren. In augustus 1976 vertrok ze. ‘Afgezien van de taalverwantschap met het Afrikaans, beschouwde ik Nederland als een tolerante provincie van Europa’, zei ze daar over. ‘Het was zomer in Europa. De townships stonden in brand. Toch voelde ik me volslagen incompetent en niet bij machte om het politieke systeem van apartheid in mijn werk aan de orde te stellen.’

Dumas relativeerde, op gespeeld onschuldige wijze, haar politieke inzicht. ‘Ik weet eigenlijk niet veel van racisme, mijn kennis ervan gaat niet dieper dan de huid.’ Een opmerkelijke uitspraak, waarmee ze het discours van de apartheid aan de kaak stelt. Het mag nauwelijks verrassen: Marlene Dumas schildert en tekent niet alleen, ze leest veel, schrijft zelf en trekt zich verbazend goed uit de slag met woorden.

Op het sensueel geschilderde portret lijkt Ulrike Meinhof meer levend dan dood. Thanatos en Eros.

Uitgerekend de huid en het lijf heeft ze uitputtend afgetast in haar schilderijen en inkttekeningen. Ze heeft de grens tussen het schone en het lelijke uitgewist in een ontregelend oeuvre, waar de dreiging en het groezelige nooit ver weg zijn. Haar schilderijen zijn sensueel, maar schuren en schrijnen ook: onophoudelijk stelt Dumas het werkelijkheidsgehalte, de geloofwaardigheid en de betrouwbaarheid van beelden ter discussie. ‘De kunstenaar is een derde persoon die het slechte huwelijk tussen kunst en leven gadeslaat’, zei ze ooit.

1. Black Drawings (1991-1992)

Een jaar nadat Nelson Mandela vrijgelaten werd, na 27 jaar gevangenschap, schilderde Dumas Black Drawings: een wandvullend tableau met meer dan honderd portretten van zwarten, steevast in close- up, telkens op A4-formaat. Ze smokkelde er ook een portret van zichzelf in.

Elk portret van Black Drawings is gebaseerd op een foto. Dumas vertrekt nooit van een levend model: daar heeft ze het geduld niet voor en eigenlijk interesseert het haar ook niet om de textuur van huid exact weer te geven of de psychologie van het model te doorgronden. Het gaat haar, telkens weer, om een onderzoek van een beeld – een afbeelding – en de blik waarmee dat beeld gemaakt is.

Behalve een politiek statement is het een eerbetoon aan de kleur zwart.

Haar uitgangspunt voor Black Drawings was een boek met een collectie prentbriefkaarten die lieten zien hoe Europese kolonialen naar de Afrikanen keken. Vaak waren de gelaatsuitdrukkingen van de geportretteerden allesbehalve vriendelijk of vrolijk. De foto’s waren doorgaans tegen hun wil genomen.

Dumas zet de onderlinge verschillen tussen de geportretteerden in de verf en laat zien dat er diverse soorten schoonheid bestaan. Tegelijk is ze zich ervan bewust dat de aandacht voor fysionomie in het verleden tot allerhande verwerpelijke theorieën heeft geleid. Zo werkte de Italiaanse arts en criminoloog Cesare Lombroso aan de hand van gezichten typologieën van misdadigers uit, terwijl de nazi’s de ariër met blond haar en blauwe ogen idealiseerden.

Voor Dumas betekenden de Black Drawings ‘een bevrijding van de apartheid, geen reactie erop’. Op beroemde schilderijen uit de westerse kunstgeschiedenis, zoals Edouard Manets Olympia, spelen zwarte mensen een bijrol als bediende. Daar wilde Dumas met dit werk tegen ingaan. Behalve een politiek statement is het een eerbetoon aan de kleur zwart. Het is ronduit meesterlijk hoe ze in deze serie met alle mogelijke nuances van zwart speelt.

2. The Painter (1994)

Dumas voert haar eigen dochter op in het werk The Painter. Een klein, heel bloot meisje kijkt de toeschouwer – en in de eerste plaats haar moeder, die haar fotografeerde en vervolgens schilderde – enigszins beteuterd en nors aan. Uit haar blik spreekt vastberadenheid en zelfs ingehouden woede. In haar iets te grote hoofd zitten twee donkere, vurige ogen. Een duivelse blik. Het meisje heeft met haar handen zitten schilderen en is vervolgens betrapt en berispt, zo lijkt het wel. Heeft ze haar handen tot over haar polsen in de verf gedoopt? Haar ene hand is vuurrood, haar andere diepblauw, alsof het om de kleur van het bloed in slagaders en aders gaat. Beangstigend en beklemmend.

The Painter, 1994, olieverf op doek, 200 bij 100 cm. Foto Peter Cox, Collectie MoMA New York. Courtesy Zeno X Gallery
The Painter, 1994, olieverf op doek, 200 bij 100 cm. Foto Peter Cox, Collectie MoMA New York. Courtesy Zeno X Gallery

Haar witte gezicht – bijna een masker – en de lichtblauwe kleur van haar buik zwemen naar dood en versterving. Toch lijkt Dumas met die ‘onrealistische’ kleuren eerder te willen benadrukken dat het hier om een schilderij gaat, verf en doek: kijk maar, dit is verf, ceci n’est pas un enfant. Bernard Dewulf vertelt over Dumas in zijn bundeling Toewijdingen (2014) dat iemand naar aanleiding van een ander portret van een naakt jong kind haar de enigszins verwijtende vraag stelde hoe oud het kind wel was. Ze antwoordde toen: ‘Het is geen kind, het is een schilderij.’

Dumas heeft dit portret niet toevallig The Painter genoemd. Wie is die ‘schilder’? De moeder of de dochter? Of allebei? De ‘schilder’ staat immers op én voor het doek: het is twee keer een vrouw. In de geschiedenis van de schilderkunst wilde het wel eens anders zijn: daar is de vrouw heel lang uitsluitend model geweest. Of wil Dumas ons vertellen dat schilderen een poging is om de kinderlijke, onschuldige blik te behouden? Wil ze zeggen dat schilderen handwerk is?

Hoe het ook zij: in The Painter slaagt ze erin tederheid aan agressie te koppelen en onschuld aan voyeurisme.

3. Dorothy D-lite (1998)

Het brutaalst en meest confronterend gaat Marlene Dumas te werk in haar vrouwelijke naakten. In de jaren 1990 trok ze eropuit met een polaroidcamera om foto’s te maken van strippers. Het leidde tot een tentoonstelling samen met fotograaf Anton Corbijn en tot schilderijen als Dorothy D-Lite (1998). Die showt haar geslachtsdeel, terwijl in Fingers (1999) een vrouw resoluut haar schaamlippen opentrekt en Miss Pompadour (1999) eigenlijk het portret van een kont is. Het zijn lichamen, geschilderd in vlekkerig roze en zwart, alsof ze desintegreren. Soms zijn de contouren van kont en billen in een fluorescerend neongroen en -blauw geverfd.

Dorothy D-lite, 1998, inkt en acrylverf op papier 125 bij 70 cm. Foto Peter Cox, Collectie Museum De Pont, Tilburg. Courtesy Zeno X Gallery
Dorothy D-lite, 1998, inkt en acrylverf op papier 125 bij 70 cm. Foto Peter Cox, Collectie Museum De Pont, Tilburg. Courtesy Zeno X Gallery

Natuurlijk is Dumas geïnteresseerd in lichamen en erotiek, maar tegelijk laat ze de schaduwkant zien: handelswaar en vulgariteit, beelden van vrouwen als geëtaleerde vleeswaren.

Dorothy D-lite, een pin-up met een gratuit dubbelzinnige naam, mag dan levensgroot geschilderd zijn, alle leven is uit het beeld verdwenen. Op de plaats waar je normaal het hoofd verwacht, heeft Dumas kont en kut van de naaktdanseres geschilderd. Dát is de focus van het schilderij, mede door de nadrukkelijke zwarte inktlijn die vanuit het geslacht helemaal naar beneden loopt. Dorothy’s onmogelijke pose is uitdagend maar niet opwindend. Dumas zei daarover dat er ‘een pornografische neiging is om alles zichtbaar te maken, en een erotische neiging om datgene waarover het eigenlijk gaat geheim te houden.’

Er ontstaat mogelijk enige verwarring of gêne bij de toeschouwer, misschien vinden sommigen het schilderij choquerend. Maar Dorothy is overduidelijk een beeld: vervormde verf. Kijk naar het levenloze armpje en de uitgezakte borst. Tegelijk kijkt Dorothy ook terug: toeschouwer en model kijken elkaar aan. De een bestaat alleen door de blik van de ander.

Stern, 2004, olieverf op doek, 110 bij 130 cm.Foto Peter Cox, Collectie Tate Gallery Londen. Courtesy Zeno X Gallery & Frith Street Gallery
Stern, 2004, olieverf op doek, 110 bij 130 cm.Foto Peter Cox, Collectie Tate Gallery Londen. Courtesy Zeno X Gallery & Frith Street Gallery

4. Stern (2004)

In 1976, wanneer Marlene Dumas in Europa neerstrijkt, wordt Ulrike Meinhof, terroriste van de Rote Armee Fraktion, dood in haar cel aangetroffen. Voor dit monumentale doek heeft de schilder zich gebaseerd op de schokkende foto waarmee het Duitse magazine Stern toen over twee pagina’s uitpakte. Vandaar ook de titel van het werk.

De foto toont de dode Ulrike Meinhof, die net losgesneden is van de handdoekstrop waarmee ze zichzelf van het leven had beroofd of waarmee ze was vermoord – na eerst (mogelijk) te zijn verkracht in haar cel in de Stammheim- gevangenis van Stuttgart. De juiste doodsoorzaak is nooit opgehelderd en de manier waarop politie en justitie de zaak hebben aangepakt was voer voor veel speculaties.

Alleen al door de afmetingen van het portret is Ulrike Meinhof nadrukkelijk aanwezig, maar evengoed door de grote, platte oppervlakte die het lijkwitte gezicht, omgeven door een onpeilbare duisternis, inneemt. Het litteken in haar hals is zwart, het bloed dat uit de wonde lijkt te lekken is zwart, het haar is ravenzwart. Ulrikes mond, in duister bruinzwart geschilderd, lijkt een diepe wonde te zijn. Haar kin en neus zijn afgezoomd met groenzwart.

Dit schilderij is een eerbetoon aan de modernistische meester van het zwart, Edouard Manet. Maar er is meer. Het dwingt ons na te denken over wat er is gebeurd. Want Dumas heeft Meinhof met dit sensueel geschilderde doodsbeeld ‘incontournable’ gemaakt, alsof ze paradoxaal genoeg meer levend dan dood is. Thanatos en eros. Een adembenemend portret.

5. Charles Baudelaire (2020)

Marlene Dumas is een gretige lezer. Het wekte dan ook weinig verwondering dat ze in 2015 samenwerkte met de Marokkaans-Nederlandse schrijver en lyrische taalvirtuoos Hafid Bouazza. Ze kende zijn vertaling van Arabische pornografische gedichten Om wat er nog komen moet: pornografica uit 2006. Een van die gedichten had ze opgenomen in de catalogus van haar retrospectieve tentoonstelling The Image as Burden, het indrukwekkende overzicht dat in 2014 en 2015 in Stedelijk Museum Amsterdam, Tate Modern in Londen en Fondation Beyeler in Bazel te zien was.

Charles Baudelaire, 2020, olieverf op doek, 40 bij 30 centimeter Foto Peter Cox. Courtesy Zeno X Gallery
Charles Baudelaire, 2020, olieverf op doek, 40 bij 30 centimeter Foto Peter Cox. Courtesy Zeno X Gallery

Bouazza vroeg haar zijn vertaling van Shakespeares erotische gedicht Venus and Adonis te illustreren. Een moeilijke opdracht, vond Dumas. Daarna kwam de vraag van Bouazza om ook zijn vertaling van Le Spleen de Paris, de controversiële dichtbundel van Charles Baudelaire, van beelden te voorzien.

Hun intensieve samenwerking leidde tot de tentoonstellingen Double Takes in galerie Zeno X in Antwerpen (2020) en Le Spleen de Paris in Musée d’Orsay in Parijs (eind 2021). Dumas schilderde enkele scènes die aanknoopten bij de vijftig prozagedichten van Baudelaire, waaronder het bijna abstracte en hartverscheurende oude vrouwtje (Le Désespoir de la Vieille) en enkele indringende portretten van Baudelaire en Bouazza, waarin de nadruk komt te liggen op de priemende blik van de twee schrijvers. Baudelaire kijkt genadeloos met toegeknepen lippen. Toch zit er een zekere schuchterheid in het portret dat Dumas opbouwt in grijs- en blauwtonen met hier en daar een vlek okergeel. Ook in het portret van Bouazza overheersen de ijzige blauw- en grijstinten.

Vorig jaar sloeg helaas het onheil toe in het leven van Marlene Dumas. In augustus 2021 overleed haar levenspartner, de Nederlandse schilder Jan Andriesse. Enkele maanden daarvoor had ze ook afscheid moeten nemen van Hafid Bouazza. Hij overleed op z’n 51e, geveld door mateloos drank- en drugsgebruik. In het Nederlandse tijdschrift HP/De Tijd schreef Dumas: ‘Misschien ben jij niet dood, maar zijn wij nu dood voor jou. Wij die jou wilden bezitten, redden of veranderen. Jij bent verlost van ons. Wij saaie stervelingen die zo bang zijn om niet aanwezig te zijn.’

Voorbij mooi en lelijk: Marlene Dumas lokt u naar Venetië
© Getty Images

Marlene Dumas

– 1953: geboren in Kaapstad

– 1972-1975: studeert kunstgeschiedenis, University of Cape Town

– 1976: verhuist naar Nederland

– 1976-1978: studeert aan de Ateliers ’63 in Haarlem

– 1982 en 1992: deelname aan Documenta, Kassel

– 1993: samenwerking start met Zeno X Gallery, Antwerpen

– 1995: deelname aan Nederlands Paviljoen Biënnale Venetië

– 2001: Nom de Personne in Centre Pompidou Parijs

– 2008-2009: Measuring Your Own Grave in MoMA New York

– 2014-2015: The Image as Burden in Stedelijk Amsterdam, Tate Modern Londen en Fondation Beyeler Bazel

– 2018: Myths & Mortals in David Zwirner Gallery, New York

– 2019: Moonrise. Marlene Dumas & Edvard Munch in The Munch Museum, Oslo

– 2020: Le Spleen de Paris in Musée d’Orsay, Parijs

Partner Content