Duizenden Afghanen die zich een weg banen over het luchthaventarmac van Kaboel, mensen die landingsgestellen beklimmen als wanhopige poging om vergeldingen te voorkomen, wanhopige telefoontjes op de radio van zij die geen vluchtroutes uit het Afghanistan van de taliban in zicht hebben.

Al deze gebeurtenissen van de afgelopen dagen staan op ons netvlies gebrand. Het is duidelijk dat de schokkende zaken die zich in Afghanistan afspeelden ons alweer voor een belangrijk debat plaatsen. Een fundamenteel debat; met name dat over de bescherming van Afghaanse vluchtelingen, het aanbieden van levenslijnen aan mensen in uiterste nood.

Laat ons eerst terugblikken op de voorbije weken. Begin juli stuurde de Afghaanse regering een dringend verzoek naar de EU om de terugkeer van asielzoekers naar Afghanistan tijdelijk stop te zetten. De opmars van de taliban en het toenemende geweld maakten dat er onmogelijk in hun veiligheid kon worden voorzien. Het pleidooi viel in dovemansoren. Immers, op 5 augustus, toen al duidelijk was dat de regering in Kaboel de controle volledig aan het verliezen was, vond de Belgische Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Sammy Mahdi het nodig om samen met enkele Europese collega's een brief te richten aan de Europese commissie. De boodschap van die brief stond haaks op de Afghaanse realiteit: er was een 'urgente noodzaak' de gedwongen terugkeer naar Afghanistan blijvend te organiseren. Een opschorting van de terugkeer zou een 'verkeerd signaal' zijn en meer mensen 'motiveren om het land te verlaten.' Hoe kijken de briefschrijvers nu terug op hun woorden na het zien van de beelden van de luchthaven van Kaboel en mensen die zich vastklampten aan het landingsstel van een opstijgende C-17?

Afghaanse vluchtelingen: we moeten opletten voor schijnoplossingen.

De brief is tekenend voor het beleid dat veel EU-lidstaten de laatste jaren ontwikkelden met een blinde focus op terugkeercijfers en ontrading. De duurzaamheid van die terugkeer en de kansen voor mensen om hun leven terug op te bouwen waren nooit een prioriteit. Onderzoek geeft aan dat meer dan 70% van de mensen die terugkeerden naar Afghanistan opnieuw ontheemd raakten door het geweld. Het beleid creëerde onnoemelijk veel bijkomend leed.

Ook nu focust de eerste bezorgdheid zich niet op bescherming te bieden voor mensen in nood. De Griekse minister van migratie maakte snel duidelijk dat Griekenland 'geen toegangspoort' zou worden voor Afghaanse vluchtelingen en dat het land "klaar is om de grenzen te beschermen". Ook de Franse president Macron wees in zijn toespraak op de noodzaak om de EU te beschermen tegen grote, irreguliere migratiestromen. Oostenrijk, dat zelfs na de val van Kaboel bleef volharden in haar pleidooi voor terugkeer, stelde de oprichting voor van deportatiecentra in de regio. Het gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel was schrijnend.

In hetzelfde rijtje past het riedeltje 'opvang in eigen regio'. Wat pleidooibezorgers daarbij niet vermelden is dat die werkwijze nu reeds de norm is. 90% van de vijf miljoen Afghaanse vluchtelingen worden opgevangen in Pakistan en Iran. In juni nog lanceerde de VN Vluchtelingenorganisatie een oproep voor fondsen omdat slechts 8% van de benodigde middelen in Iran voor 2021 was toegezegd. De zogenaamde eigen regio moet vluchtelingen opvangen, maar solidariteit van anderen is vaak ver zoek wat betreft daadwerkelijke steun.

Schijnoplossingen

Er is op zich niets mis met betere opvang en bescherming van vluchtelingen in de regio. Maar we moeten opletten voor schijnoplossingen. Denk bijvoorbeeld aan voorstellen voor een nieuwe versie van de EU-Turkije deal die in 2016 werd ingevoerd om Syrische vluchtelingen terug te sturen naar Turkije en daar op te vangen in ruil voor Europees geld.

Staatssecretaris Mahdi pleitte terecht voor een uitbreiding van het beschermingsbeleid in Turkije zodat Afghanen er ook onder vallen. Afghanen in Turkije kunnen vandaag nauwelijks aanspraak maken op bescherming en een verblijfsstatus.

Een blinde kopie van de Turkije-deal maar dan voor Afghaanse vluchtelingen is echter geen goed idee. We trekken beter de juiste lessen uit de realiteit waarin de Syriërs in Turkije zich vandaag bevinden. Terreinonderzoek van 11.11.11 in 2019 en een bevraging bij honderden Syriërs in Turkije bracht de pijnpunten in beeld. Na vele jaren hebben de meeste Syriërs geen toestemming om te werken. Uitbuiting, armoede en misbruik zijn wijdverspreid. Syriërs worden opgepakt en terug de Syrische grens over gestuurd. Ook de sociale cohesie staat onder enorme druk als gevolg van een gebrekkig integratiebeleid. Peilingen bij de Turkse bevolking laten zien dat het anti-vluchtelingensentiment in de lift zit.

Vluchtelingen die bescherming in de EU zoeken, komen meer dan ooit obstakels op hun weg tegen. Na Griekenland, Cyprus, Hongarije, Bulgarije en Kroatië zijn Litouwen en Letland de laatste landen in het rijtje die pushbacks aan de buitengrenzen invoerden om te beletten dat vluchtelingen de EU bereiken.

Hekken

Het Europese voorbeeld van pushbacks en hekken wordt ondertussen vlot opgepikt door andere landen. Turkije legt de laatste hand aan een hek aan de grens met Iran om Afghaanse vluchtelingen te stoppen. Ook Pakistan maakte al duidelijk dat het niet bereid is om extra vluchtelingen op te vangen. In die race to the bottom komen mensen op de vlucht, afgeschilderd als 'irreguliere migranten', steeds vaker voor gesloten deuren te staan. Dat de 'irreguliere kanalen' hun enige weg naar bescherming zijn en dat legale toegangswegen voorbestemd zijn voor de lucky few wordt niet vermeld.

Op 28 juli 'vierde' de internationale gemeenschap de zeventigste verjaardag van het VN-Vluchtelingenverdrag. Er is echter geen plaats voor vreugde wanneer steeds meer lidstaten hemel en aarde bewegen om aan hun verplichtingen onder het verdrag te ontsnappen. De Belgische regering toonde zich in haar regeerakkoord een voorvechter van internationale solidariteit en de bescherming van vluchtelingen. Het blijft wachten of ze die woorden zal waarmaken. Zo bespreekt de regering op dit moment de hervestigingsengagementen voor 2022 en zal dus duidelijk worden hoeveel mensen in nood we een duurzame toekomst zullen bieden, via deze veilige toegangsweg.

De crisis in Afghanistan plaatst die discussie in een nieuw daglicht. Vanuit het middenveld vragen we om volgend jaar minstens 2.000 vluchtelingen te hervestigen als onderdeel van een groeipad naar 2024. Een stevig engagement voor de hervestiging van vluchtelingen uit de buurlanden van Afghanistan dringt zich duidelijk op. We zijn dan ook benieuwd of ons land de mooie en terechte voornemens uit het regeerakkoord ook daadwerkelijk in de praktijk zal omzetten.

Duizenden Afghanen die zich een weg banen over het luchthaventarmac van Kaboel, mensen die landingsgestellen beklimmen als wanhopige poging om vergeldingen te voorkomen, wanhopige telefoontjes op de radio van zij die geen vluchtroutes uit het Afghanistan van de taliban in zicht hebben. Al deze gebeurtenissen van de afgelopen dagen staan op ons netvlies gebrand. Het is duidelijk dat de schokkende zaken die zich in Afghanistan afspeelden ons alweer voor een belangrijk debat plaatsen. Een fundamenteel debat; met name dat over de bescherming van Afghaanse vluchtelingen, het aanbieden van levenslijnen aan mensen in uiterste nood. Laat ons eerst terugblikken op de voorbije weken. Begin juli stuurde de Afghaanse regering een dringend verzoek naar de EU om de terugkeer van asielzoekers naar Afghanistan tijdelijk stop te zetten. De opmars van de taliban en het toenemende geweld maakten dat er onmogelijk in hun veiligheid kon worden voorzien. Het pleidooi viel in dovemansoren. Immers, op 5 augustus, toen al duidelijk was dat de regering in Kaboel de controle volledig aan het verliezen was, vond de Belgische Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Sammy Mahdi het nodig om samen met enkele Europese collega's een brief te richten aan de Europese commissie. De boodschap van die brief stond haaks op de Afghaanse realiteit: er was een 'urgente noodzaak' de gedwongen terugkeer naar Afghanistan blijvend te organiseren. Een opschorting van de terugkeer zou een 'verkeerd signaal' zijn en meer mensen 'motiveren om het land te verlaten.' Hoe kijken de briefschrijvers nu terug op hun woorden na het zien van de beelden van de luchthaven van Kaboel en mensen die zich vastklampten aan het landingsstel van een opstijgende C-17? De brief is tekenend voor het beleid dat veel EU-lidstaten de laatste jaren ontwikkelden met een blinde focus op terugkeercijfers en ontrading. De duurzaamheid van die terugkeer en de kansen voor mensen om hun leven terug op te bouwen waren nooit een prioriteit. Onderzoek geeft aan dat meer dan 70% van de mensen die terugkeerden naar Afghanistan opnieuw ontheemd raakten door het geweld. Het beleid creëerde onnoemelijk veel bijkomend leed. Ook nu focust de eerste bezorgdheid zich niet op bescherming te bieden voor mensen in nood. De Griekse minister van migratie maakte snel duidelijk dat Griekenland 'geen toegangspoort' zou worden voor Afghaanse vluchtelingen en dat het land "klaar is om de grenzen te beschermen". Ook de Franse president Macron wees in zijn toespraak op de noodzaak om de EU te beschermen tegen grote, irreguliere migratiestromen. Oostenrijk, dat zelfs na de val van Kaboel bleef volharden in haar pleidooi voor terugkeer, stelde de oprichting voor van deportatiecentra in de regio. Het gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel was schrijnend. In hetzelfde rijtje past het riedeltje 'opvang in eigen regio'. Wat pleidooibezorgers daarbij niet vermelden is dat die werkwijze nu reeds de norm is. 90% van de vijf miljoen Afghaanse vluchtelingen worden opgevangen in Pakistan en Iran. In juni nog lanceerde de VN Vluchtelingenorganisatie een oproep voor fondsen omdat slechts 8% van de benodigde middelen in Iran voor 2021 was toegezegd. De zogenaamde eigen regio moet vluchtelingen opvangen, maar solidariteit van anderen is vaak ver zoek wat betreft daadwerkelijke steun. Er is op zich niets mis met betere opvang en bescherming van vluchtelingen in de regio. Maar we moeten opletten voor schijnoplossingen. Denk bijvoorbeeld aan voorstellen voor een nieuwe versie van de EU-Turkije deal die in 2016 werd ingevoerd om Syrische vluchtelingen terug te sturen naar Turkije en daar op te vangen in ruil voor Europees geld. Staatssecretaris Mahdi pleitte terecht voor een uitbreiding van het beschermingsbeleid in Turkije zodat Afghanen er ook onder vallen. Afghanen in Turkije kunnen vandaag nauwelijks aanspraak maken op bescherming en een verblijfsstatus. Een blinde kopie van de Turkije-deal maar dan voor Afghaanse vluchtelingen is echter geen goed idee. We trekken beter de juiste lessen uit de realiteit waarin de Syriërs in Turkije zich vandaag bevinden. Terreinonderzoek van 11.11.11 in 2019 en een bevraging bij honderden Syriërs in Turkije bracht de pijnpunten in beeld. Na vele jaren hebben de meeste Syriërs geen toestemming om te werken. Uitbuiting, armoede en misbruik zijn wijdverspreid. Syriërs worden opgepakt en terug de Syrische grens over gestuurd. Ook de sociale cohesie staat onder enorme druk als gevolg van een gebrekkig integratiebeleid. Peilingen bij de Turkse bevolking laten zien dat het anti-vluchtelingensentiment in de lift zit. Vluchtelingen die bescherming in de EU zoeken, komen meer dan ooit obstakels op hun weg tegen. Na Griekenland, Cyprus, Hongarije, Bulgarije en Kroatië zijn Litouwen en Letland de laatste landen in het rijtje die pushbacks aan de buitengrenzen invoerden om te beletten dat vluchtelingen de EU bereiken. Het Europese voorbeeld van pushbacks en hekken wordt ondertussen vlot opgepikt door andere landen. Turkije legt de laatste hand aan een hek aan de grens met Iran om Afghaanse vluchtelingen te stoppen. Ook Pakistan maakte al duidelijk dat het niet bereid is om extra vluchtelingen op te vangen. In die race to the bottom komen mensen op de vlucht, afgeschilderd als 'irreguliere migranten', steeds vaker voor gesloten deuren te staan. Dat de 'irreguliere kanalen' hun enige weg naar bescherming zijn en dat legale toegangswegen voorbestemd zijn voor de lucky few wordt niet vermeld. Op 28 juli 'vierde' de internationale gemeenschap de zeventigste verjaardag van het VN-Vluchtelingenverdrag. Er is echter geen plaats voor vreugde wanneer steeds meer lidstaten hemel en aarde bewegen om aan hun verplichtingen onder het verdrag te ontsnappen. De Belgische regering toonde zich in haar regeerakkoord een voorvechter van internationale solidariteit en de bescherming van vluchtelingen. Het blijft wachten of ze die woorden zal waarmaken. Zo bespreekt de regering op dit moment de hervestigingsengagementen voor 2022 en zal dus duidelijk worden hoeveel mensen in nood we een duurzame toekomst zullen bieden, via deze veilige toegangsweg. De crisis in Afghanistan plaatst die discussie in een nieuw daglicht. Vanuit het middenveld vragen we om volgend jaar minstens 2.000 vluchtelingen te hervestigen als onderdeel van een groeipad naar 2024. Een stevig engagement voor de hervestiging van vluchtelingen uit de buurlanden van Afghanistan dringt zich duidelijk op. We zijn dan ook benieuwd of ons land de mooie en terechte voornemens uit het regeerakkoord ook daadwerkelijk in de praktijk zal omzetten.