Hét gebeuren van de week in de oorlog, die zijn derde maand ingaat, was de aanklacht van het Internationaal straftribunaal voor ex-Joegoslavië, het zogenoemd Joegoslavië-tribunaal van de Verenigde Naties, tegen de Joegoslavische president Slobodan Milosevic en vier van zijn topmedewerkers voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid. Het tribunaal in Den Haag, waar de Canadese Louise Arbour hoofdaanklaagster is, vroeg meteen de opsporing en arrestatie van de vijf aangeklaagden, om voor de rechtbank te verschijnen. Het is mogelijk dat de Servische dictator daar nog moet om lachen. Het Joegoslavië-tribunaal is er totnogtoe niet in geslaagd méér dan een paar kleine beulen uit het in oorlogsmisdadigers toch ruim voorziene ex-Joegoslavië voor de rechter te slepen. De echte kopstukken zoals Radovan Karadzic en Ratko Mladic zijn wel al jaren aangeklaagd maar lopen ongehinderd vrij rond tussen de VN-troepen die hen zogenaamd moeten aanhouden.
...

Hét gebeuren van de week in de oorlog, die zijn derde maand ingaat, was de aanklacht van het Internationaal straftribunaal voor ex-Joegoslavië, het zogenoemd Joegoslavië-tribunaal van de Verenigde Naties, tegen de Joegoslavische president Slobodan Milosevic en vier van zijn topmedewerkers voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid. Het tribunaal in Den Haag, waar de Canadese Louise Arbour hoofdaanklaagster is, vroeg meteen de opsporing en arrestatie van de vijf aangeklaagden, om voor de rechtbank te verschijnen. Het is mogelijk dat de Servische dictator daar nog moet om lachen. Het Joegoslavië-tribunaal is er totnogtoe niet in geslaagd méér dan een paar kleine beulen uit het in oorlogsmisdadigers toch ruim voorziene ex-Joegoslavië voor de rechter te slepen. De echte kopstukken zoals Radovan Karadzic en Ratko Mladic zijn wel al jaren aangeklaagd maar lopen ongehinderd vrij rond tussen de VN-troepen die hen zogenaamd moeten aanhouden. Maar de aanklacht van Louise Arbour tegen Milosevic zou op een veranderende atmosfeer kunnen wijzen. Ook al is ze lang niet overal op gejuich onthaald. Milosevic aanklagen als oorlogsmisdadiger, zegt men, maakt het immers veel moeilijker met hem te onderhandelen over een vredesregeling. Het zet de dictator met zijn rug tegen de muur, en dit juist op een ogenblik dat, via de goede zorgen van Moskou, vredesvoorstellen op tafel beginnen te komen. Anderzijds is het Joegoslavië-tribunaal onafhankelijk. En Louise Arbour zegt dat het moment van zo'n aanklacht altijd wel ongunstig is: voor de enen te vroeg, voor de anderen te laat, en zeker niet goed voor de beklaagde. Maar dat het ook niet zou gaan om te wachten tot de schuldigen een of ander vrijgeleide bemachtigd hebben in onderhandelingen over het einde van de oorlog. Daarbij, zegt ze, "bestaat er geen duurzame vrede zonder gerechtigheid".NAMEN EN FEITEN EN BEWIJZENDe aanklacht, een document van een zestigtal bladzijden, behelst dat de vijf het volgende gepland, bevolen, begaan of voorbereid hebben: ten eerste deportatie, een misdaad tegen de mensheid; ten tweede moord, een misdaad tegen de mensheid; ten derde moord met schending van de wetten en gebruiken van de oorlog; ten vierde vervolging, een misdaad tegen de mensheid. Dit zijn niet zomaar beschuldigingen in het abstracte weg. Het tribunaal beweert over zoveel namen en feiten, bewijsmateriaal van massadeportatie, moord, vervolging en plundering, te beschikken dat de aanklager wel twee maanden nodig zou hebben om het allemaal te presenteren - gesteld dat het tot een proces komt. Graham Blewitt, hulpaanklager bij het Joegoslavië-tribunaal, zei dat nog meer bewijsmateriaal verzameld zou worden eens een VN-vredesmacht Kosovo binnentrekt. De aanklacht tegen Milosevic voor misdaden in Kosovo viel gemakkelijker hard te maken dan voor wandaden in Bosnië en Kroatië tussen 1991 en 1995, omdat de Joegoslavische regering hier de oorlog verklaard had, zodat hij direct verantwoordelijk werd voor het gebeurde. Maar men geeft wel toe dat er iets veranderd is. Ten tijde van de oorlog in Bosnië, tot en met de Dayton-akkoorden, beschouwden de westerse regeringen - vooral de Amerikanen maar zeker niet alleen zij - Milosevic als een onmisbare factor voor een regeling in de Balkan. En dus moesten zij met hem kunnen blijven onderhandelen. Daar zit natuurlijk ook een groot stuk verklaring voor de onthutsende onaanraakbaarheid van Karadzic en Mladic. Als zij opgepakt werden, zouden zij de rechtbank zeker naar Milosevic geleid hebben, en die had men dus nog nodig. Nu zou dat dus veranderd zijn. En misschien om niet alleen een symbolisch aangeklaagde president te hebben (die eventueel toch nog de dans zou kunnen ontspringen), heeft men meteen zijn vier kompanen aangeklaagd. Dat zijn Milan Milutinovic, sinds december 1997 president van Servië; Vlajko Stojiljkovic, sinds april 1997, toen zijn voorganger vermoord werd, minister van Binnenlandse Zaken; generaal Dragoljub Ojdanic, sinds november 1998 stafchef van de Joegoslavische strijdkrachten, voordien actief in de Bosnische burgeroorlog; en Nikola Sainovic, vice-premier van Joegoslavië. Voor deze lieden, die tot vorige week internationaal van alle prerogatieven en privileges van ministers en regeringsleiders genoten, betekent de aanklacht meer concreet dat zij niet meer met een gerust hart op reis kunnen gaan. In principe worden alle lidstaten van de VN geacht hen te arresteren zodra zij er een voet aan de grond zetten. Milosevic, met andere woorden, is tot internationale paria verklaard, en kan in principe nergens meer komen.EEN POTJE OP HET VUURVooral in Moskou werd de aanklacht tegen Slobodan Milosevic zeer slecht onthaald. "Een politieke aanklacht", werd dat daar genoemd. Een zet die erop gericht was een vreedzame regeling met Milosevic onmogelijk te maken, net nu de Russische gezant Viktor Tsjernomyrdin een bijna aanvaardbaar compromisvoorstel van de Serviër in handen had. Voor de eerste keer immers ging Milosevic in het algemeen akkoord met de eisen van de G-8 (de zeven grote rijken plus Rusland), en valt er zelfs te praten over eventuele Navo-troepen in Kosovo. De Navo stond al dadelijk erg wantrouwig tegenover deze, ook door het Joegoslavische persbureau verspreide berichten. Maar het bondgenootschap wou wellicht ook een herhaling voorkomen van het affront aan Rusland bij het begin van de oorlog. Toch lijkt het niet evident dat een voorstel zoals het momenteel overkomt - met een geïmpliceerde verdeling van Kosovo, Russische troepen in het noorden, troepen van niet meevechtende Navo-landen in het zuiden, troepen van strijdende Navo-landen alleen in Albanië en Macedonië (die het UCK zouden moeten neutraliseren) - in de richting van een echt akkoord zou kunnen evolueren. De Kosovaarse vluchtelingen zullen wellicht niet geneigd zijn om terug te keren naar een streek die door Russische troepen alleen beschermd wordt. Bovendien is de opdeling van Kosovo in het "nuttige" noorden met de orthodoxe kloosters en de mijnen voor Servië en het verwoeste platteland voor de Kosovaren, al een paar keer afgewezen, hoewel het meer dan plausibel lijkt dat daarover gepraat wordt. Vergeleken met de huidige oorlogstaal zou zo'n voorstel een tikje bizar overkomen. Dat "voorstel" van Milosevic heeft dus weinig kans, al zal de alliantie wel alles doen om de Russische medewerking te behouden. Zeker in het licht van andere, moeilijker waarneembare wijzigingen in het algemene beeld van de oorlog. Want intussen gaan de bombardementen van de alliantie onverdroten voort. Beschietingen van elektriciteitscentrales hebben de Joegoslavische steden zonder stroom en zonder water gezet. In bepaalde gebieden lijkt de bevolking ontevreden te worden, terwijl op weer andere plekken massale deserties uit het leger gemeld worden. Een zekere oppositie tegen Milosevic lijkt de kop op te steken. Men kan zich voorstellen dat de alliantie die oppositie met argusogen bestudeert, in de hoop er een opvolger voor Milosevic tussen te vinden. Dat is alles tezamen nog niet veel, maar misschien is de dictator van Belgrado zijn door de Navo-bombardementen zo toegenomen populariteit nu weer aan het verliezen. Anderzijds is de westerse alliantie erin geslaagd om, na een week van tegenstrijdige geruchten en uitspraken, weer min of meer een eensgezinde façade te vertonen. De uitspraken van de Britse premier Tony Blair voor een snel sturen van grondtroepen, die vorige week voor verdeeldheid zorgden, zijn intussen omzwachteld en bedekt door Amerikaanse beloften (van wat meer Amerikaanse soldaten in de uiteindelijke vredesmacht) en Duitse discretie. Kan men op zijn klompen aanvoelen dat er een opbouw van grondtroepen in de maak is (bijvoorbeeld in Macedonië zou het VN-contingent naar 50.000 man opgeschroefd worden), het lijkt erop dat in de hogere Europese regionen een diplomatiek potje op het vuur staat waar men resultaten van verwacht. Sus van Elzen