De controle op onderzoek naar genetisch gemodifieerde organismen in ons land is, naar goede gewoonte, ingewikkeld. De gewestelijke ministeries van Leefmilieu zijn bevoegd voor alles wat er in serres en laboratoria gebeurt, hoewel op het kabinet van minister Theo Kelchtermans (CVP) niet iedereen dat schijnt te weten.
...

De controle op onderzoek naar genetisch gemodifieerde organismen in ons land is, naar goede gewoonte, ingewikkeld. De gewestelijke ministeries van Leefmilieu zijn bevoegd voor alles wat er in serres en laboratoria gebeurt, hoewel op het kabinet van minister Theo Kelchtermans (CVP) niet iedereen dat schijnt te weten. Het federale ministerie van Landbouw verzorgt de controle op de veldproeven. "In 1998 keurden we dertien veldexperimenten met genetisch gemodifieerde gewassen goed, voor een totale oppervlakte van bijna twintig hectare", zegt Harry Arys van het kabinet van landbouwminister Karel Pinxten (CVP). "Het betreft proeven met koolzaad, bieten, maïs, cichorei en tarwe. Het aantal gevraagde hectare neemt elk jaar toe. De afspraken houden onder meer in dat de oogsten na afloop van het experiment vernietigd worden." België heeft een sterke traditie in onderzoek met gentechnieken. Eind van de jaren zeventig ontdekten de Vlaamse professoren Marc Van Montagu en Jozef Schell hoe de bacterie Agrobacterium tumefaciens een stukje van zijn eigen genetische informatie in een plant kon smokkelen. Het handig gebruikmaken van deze kennis leidde tot de oprichting van Plant Genetic Systems (PGS), een boegbeeld van de Derde Industriële Revolutie in Vlaanderen. Het bedrijf werd twee jaar geleden voor 24 miljard frank verkocht aan het Duitse AgrEvo. PGS heeft al een aantal realisaties op zijn actief. In zijn "portefeuille" steken onder meer genen die planten weerstand bieden tegen insecten en bepaalde onkruidverdelgers. Het bedrijf beschikt over een gegeerde genetische techniek om hybride rassen van koolzaad te maken, die momenteel een meeropbrengst van twintig procent garanderen. Het werkt aan een systeem om de naden van koolzaadpeulen harder te maken, zodat ze minder gemakkelijk openbarsten, wat zaadverlies moet beperken. Bittere koolzaadvariëteiten kunnen na genmanipulatie geschikt worden voor consumptie. "Binnen tien jaar zullen we planten produceren waarvan de oliën veel gezonder zijn voor de mens dan nu", zegt Henk Joos van PGS. "We zullen de vetzuursamenstelling in koolzaadolie zo modifiëren dat problemen met hart en bloedvaten verminderen. In de toekomst zullen we met genetische ingenieurstechnieken steeds meer via de voedselsamenstelling preventief ingrijpen op potentiële problemen rond de volksgezondheid. Daarom is het jammer dat de huidige toepassingen van gentechnologie in de plantenwereld op het eerste gezicht niet veel voordelen voor de consument hebben." De strijd om de markt is er natuurlijk een van het grote geld. PGS is momenteel verwikkeld in een aantal juridische oorlogen om de eigendomsrechten op genproducten. Zo eist het 6,4 miljard frank van Novartis, dat bewust een van zijn octrooien op genetisch gemodifieerd graan genegeerd zou hebben. Het betreft een synthetisch nagemaakt gen uit de Bacillus thuringiensis, dat functioneert als een natuurlijk insecticide. De markt hiervoor zou op jaarbasis kunnen doorgroeien tot zevenhonderd miljard frank. Datzelfde gen wordt nog uit een andere hoek onder vuur genomen. In de Verenigde Staten sleepten Greenpeace en biologische boeren de overheid voor de rechtbank, omdat ze onzorgvuldig te werk gegaan zou zijn bij het toelaten van het gebruik van het gen in maïs, katoen en aardappelen. Een grootschalige toepassing zou tot snelle resistentie van insecten leiden. Dan heeft niemand nog iets aan het gif. Biologische boeren gebruiken de bacterie zelf al lang als natuurlijk bestrijdingsmiddel. Ze dreigen die mogelijkheid nu te verliezen. Dirk Draulans