Vele neerlandici moeten in het water geworpen worden. Tot geen andere dan deze vaststelling kun je komen als je naar de resultaten kijkt die hun bemoeienissen met onze spelling de afgelopen vijftig jaar hebben opgeleverd. Wat er ook mis was met de spelling die we voor 1995 hadden, je hoefde je taalgevoel toen in elk geval niet permanent te bezeren aan bêtises als 'pannenkoek', 'zielenpoot', 'aktetas', 'gedachtegang' en 'haikutje' (jazeker - die Japanse gedichtjes zijn toch klein?).
...

Vele neerlandici moeten in het water geworpen worden. Tot geen andere dan deze vaststelling kun je komen als je naar de resultaten kijkt die hun bemoeienissen met onze spelling de afgelopen vijftig jaar hebben opgeleverd. Wat er ook mis was met de spelling die we voor 1995 hadden, je hoefde je taalgevoel toen in elk geval niet permanent te bezeren aan bêtises als 'pannenkoek', 'zielenpoot', 'aktetas', 'gedachtegang' en 'haikutje' (jazeker - die Japanse gedichtjes zijn toch klein?). Een pannenkoek, die moet wel érg groot zijn, dat hij niet in één pan past. En zielenpoot, dat lijkt toch al te grofstoffelijk uitgedrukt - 'de zielenpoot van de NV Vaticaan is dit jaar weer goed voor een miljardenomzet'. Aktetas: wat een verspilling van materiaal om één zo'n aktetje in op te bergen. En een gedachtegang is wat je na een lobotomie nog hebt, als het meevalt. Wat was er dan eigenlijk mis, voor 1995? Naar het aanvoelen van nogal wat mensen die écht met taal bezig waren - dus niet de principieel verveelde scholier noch de onge-interesseerde onderwijzer - had je toen één, welgeteld één wezenlijk probleem: de in 1954 ingevoerde dubbelspelling van de zogeheten bastaardwoorden. De c/k-, t/th-kwestie, kort samengevat. Van die dwaasheid werden we tien jaar geleden verlost door de afschaffing van de ooit 'progressief' genoemde spellingvariant - hartelijk dank, commissie-Geerts! Deze equipe van taalgeleerden en professionele taalgebruikers, vernoemd naar haar voorzitter, de toenmalige Leuvense hoogleraar Nederlands en hoofdredacteur van Van Dale Guido Geerts adviseerde ook, opnieuw 'West-Vlaams' te schrijven (in plaats van 'Westvlaams'), zoals ook voor 1954 al gebruikelijk was. Verder werd de schrijfwijze van enige bastaardwoorden als 'produkt' en 'insekt' in overeenstemming gebracht met de c-spelling. En was het daar in 's hemelsnaam maar bij gebleven! Niet dus. Ongetwijfeld tot grote vreugde van alle school- en handboekenuitgevers, die meteen hopen titels mochten gaan herdrukken, besloten Geerts en de zijnen tot een even drastische als krankjorume als iedere goede leerbaarheid krachtig tegenwerkende ingreep in de beregeling van de tussen-e(n)/-s in samenstellingen. Als echte autisten keken ze daarbij wel naar formele factoren van hooguit ondergeschikte relevantie ('indien eerste deel van samenstelling alleen meervoud op -en, schrijf dan zus, maar indien ook meervoud op -s, schrijf dan toch zo, behalve wanneer westenwind en volle maan, dan moet het nóg weer anders'), maar hardnekkig niet naar inhoudelijke: ons taalgebied moet de enige linguïsten ter wereld bezitten die bij het spellen van een samenstelling met álles rekening willen houden behalve met de mogelijke betekenis(sen) ervan. Het zenit der onzinnigheid werd bereikt in de beruchte 'kattedoornregel': schrijf in samenstellingen waarvan eerste deel dierennaam en tweede deel 'plantkundige aanduiding' tóch geen tussen-n. Dus 'paardenhorzel', maar toch 'paardebloem'. En al is het 'kattedoorn', toch is het weer wél 'kattenklauw', hoewel ook dat een plant is. Héél logisch allemaal, ja. Stukken eenvoudiger ook om aan de schoolgaande jeugd uit te leggen. We zijn ondertussen tien jaar later, en met de net beschreven nonsens worden nu eindelijk korte metten gemaakt: 'kattendoorn' en 'paardenbloem' zal het voortaan zijn. Maar verder, deelt men van Taaluniezijde mee, wordt er niets aan de spelling gewijzigd. Nu is dat laatste in principe toe te juichen. Maar om te beginnen is het, zoals wel vaker bij de Taal-unie, een mededeling met de nodige spin: niets blijkt toch nog altijd 2,7 procent van het integrale corpus van het nieuwe groene boekje te zijn. Dat wil zeggen dat zo'n 2500 woorden een nieuw uitzicht zullen krijgen. Dat is verdomd veel, als u het mij vraagt. En twee: ook al betekent elke spellingwijziging dat iedere voor die wijziging geschreven of gedrukte tekst op slag verouderd is, reden waarom op dit gebied altijd rigoureus voorrang moet worden gegeven aan continuïteit - moet de taalgemeenschap dan voortaan maar berusten in het vandalisme dat tien jaar geleden op de spelling is gepleegd? De vraag stellen is ze beantwoorden. En tot het zover is: wég met het groene boekje! - dat veile bastaardproduct (alleen in Vlaanderen al worden er jaarlijks gemiddeld een kleine 50.000 van gesleten), ontsproten aan de heilloze vereniging van commerciële overwegingen met dorknoperij. (O ja: het wordt ook 'haiku'tje', vanaf nu. Je zou erom kunnen lachen, maar niet heus.)