Er kan maar weinig twijfel over bestaan dat vice-premier en minister van Begroting Johan Vande Lanotte tot de meest getalenteerde politici van zijn generatie behoort. Die stelling kan getoetst worden op basis van diverse criteria. Geslepenheid hoort daar zonder meer bij, getuige de repliek van de minister op de tekst over de vier wetten van het begrotingsfundamentalisme. Zijn antwoord oogt gevat en stevig, maar bevat bij nader toezien geen enkele concrete weerlegging van de vier wetten.
...

Er kan maar weinig twijfel over bestaan dat vice-premier en minister van Begroting Johan Vande Lanotte tot de meest getalenteerde politici van zijn generatie behoort. Die stelling kan getoetst worden op basis van diverse criteria. Geslepenheid hoort daar zonder meer bij, getuige de repliek van de minister op de tekst over de vier wetten van het begrotingsfundamentalisme. Zijn antwoord oogt gevat en stevig, maar bevat bij nader toezien geen enkele concrete weerlegging van de vier wetten. De tweede wet luidde 'maak vergelijkingen die even opvallend als onzinnig zijn'. Ons punt was dat Vande Lanotte de mensen misleidt als hij stelt dat België qua begrotingsresultaat, op Finland na, het beste euroresultaat neerzet. De misleiding bestaat erin de budgettaire problematiek te herleiden tot het begrotingsresultaat van één jaar. Ernstige commentaren inzake de publieke financiën houden minstens ook rekening met de uitstaande staatsschuld - om van de hoogte van de belastingdruk nog maar te zwijgen. Ons argument blijft dan ook onverkort overeind. Binnen euroland presteren op budgettair vlak, naast Finland, ook minstens Spanje, Ierland en Oostenrijk beduidend beter dan België. En ja, we blijven ook zonder nuance herhalen dat Nederland met 3,5 procent lopend deficit en 56 procent overheidsschuld er, onder meer door de structurele maatregelen die de huidige Nederlandse regering in de steigers zet, beter voorstaat dan België met zijn evenwicht op de lopende begroting en een overheidsschuld van 96 procent. Inzake de derde wet, 'kies steeds uw eigen waarheid', suggereert Vande Lanotte behoorlijke domheid van onzentwege als we niet begrijpen dat er zich in 2004 nog eenmalige ingrepen opdrongen ondanks de sterke economische groei. Het effect van die sterkere groei speelt immers pas met vertraging, aldus de minister van Begroting. Dat is onzin: de effecten van een toename (of afname) van de groei op overheidsontvangsten en -uitgaven van hetzelfde jaar zijn bekend en aanzienlijk. Verder stelt Vande Lanotte dat we het in 'het "slechte" 2001 goed deden door het effect van 2000'. Neen, we deden het in 2001 goed omdat er naar rato van 0,4 procent van het bruto binnenlands product (1 miljard euro) eenmalige maatregelen werden doorgevoerd. Dat cijfer staat op pagina 88 van het jongste jaarverslag van de Nationale Bank. De vierde wet luidde 'over echt kiese ingrepen vertel je een hocus-pocusverhaal of zwijg je'. Die discussie spitste zich toe op het Belgacom-pensioenfonds. Vande Lanotte wil niet van 'leegroven' horen. Wat gebeurde er? De overheid eigende zich de activa van dat pensioenfonds toe en gebruikte die om haar lopende begroting in evenwicht te brengen. De pensioenverbintenissen die in het Belgacom-pensioenfonds zaten, werden, zo zegt Vande Lanotte heel correct, ook overgenomen. Concreet betekent dit dat de regering die pensioenverplichtingen heeft bijgeschreven bij die andere miljarden euro's aan ongedekte pensioenverplichtingen. We staan open voor suggesties, maar blijven inzake de transacties rond het Belgacom-pensioenfonds de terminologie 'leegroven' toch gepast vinden. We laten het tot slot ook aan de lezer om te oordelen wie nu de echte misleider is over de publieke financiën in België. Johan Van Overtveldt