Al 50 jaar lang geven verzorgenden hulp bij het eten, drinken, wassen, kleden, verplaatsen en bij alle andere aspecten van de basiszorg. Vandaag zijn ze in groten getale in de thuiszorg en de rusthuizen aan de slag en soms zelfs in ziekenhuizen. Persoonsverzorging behoort tot de kerntaken van de verzorgenden, naast de hulp in het huishouden. Ze zijn hier ook goed voor opgeleid. Het probleem nu is dat het wassen, eten en drinken geven van mensen eveneens behoort tot de bij de wet bepaalde taken van de verpleegkundige.
...

Al 50 jaar lang geven verzorgenden hulp bij het eten, drinken, wassen, kleden, verplaatsen en bij alle andere aspecten van de basiszorg. Vandaag zijn ze in groten getale in de thuiszorg en de rusthuizen aan de slag en soms zelfs in ziekenhuizen. Persoonsverzorging behoort tot de kerntaken van de verzorgenden, naast de hulp in het huishouden. Ze zijn hier ook goed voor opgeleid. Het probleem nu is dat het wassen, eten en drinken geven van mensen eveneens behoort tot de bij de wet bepaalde taken van de verpleegkundige. Dat probleem dacht de groene minister van Volksgezondheid Jef Tavernier op te lossen door de creatie van een nieuwe beroepstitel: zorgkundige. 'Al jaren doen verzorgenden verpleegkundige handelingen. Volgens het KB 78 is dat onwettelijk', zegt kabinetsadviseur Luc Rosseel. 'We hebben naar een oplossing gezocht via de introductie van de zorgkundige. De zorgkundige zal deze verpleegkundige handelingen wel mogen stellen onder het toezicht van en bij delegatie door een verpleegkundige. Juridisch gezien was dit de enige uitweg.''Met het nieuwe beroep van zorgkundige willen we tevens voorbereid zijn op de vergrijzing die op ons afkomt. Naast de verpleegkundigen hebben we ander voldoende gekwalificeerd personeel nodig om aan de zorgvraag te voldoen. De verzorgenden van vandaag worden de zorgkundigen van morgen als ze voldoende opleiding en bijscholing hebben genoten. Ze zullen gestructureerd samenwerken met verpleegkundigen in een equipe. Voor de zorgsector is dit een meerwaarde.''Waarom moet minister Jef Tavernier een nieuw beroep creëren? De verzorgenden bestaan, op het niveau van de gemeenschappen', zegt Agnes Bode, algemeen directeur van Familiehulp. Deze grote gezinszorgorganisatie stelt 5500 verzorgenden tewerk, maar zoals de andere gezinszorgorganisaties werd ze niet bij de creatie van het nieuwe beroep betrokken. 'De verzorgenden krijgen een goede opleiding. Ze lopen stage. In het dagonderwijs kiezen veel studenten zelfs voor een zevende jaar. De beroepsopleiding van de diensten voor gezinszorg beantwoordt aan het strenge Vlaamse kwaliteitsdecreet. Die mensen zijn zeer gegeerd, ook in de rusthuizen. Het beroep van zorgkundige holt het beroep van verzorgende uit en dat is erg.''Eigenlijk doen verpleegkundigen net als verzorgenden aan basiszorg en uiteraard verrichten ze ook technisch verpleegkundige handelingen', aldus Agnes Bode. 'Nu doen verpleegkundigen alsof basiszorg hun exclusief terrein is. Dat is nonsens en een voorbeeld van corporatisme. Veel basiszorg die verpleegkundigen uitvoeren, kunnen perfect door niet-medische beroepen gebeuren. Ons land telt het hoogste aantal verpleegkundigen per inwoners in Europa.'Het nieuwe beroep van zorgkundige werd in de technische commissie van verpleegkundigen uitgedokterd, zonder overleg met de verzorgenden. In die commissie zitten voornamelijk verpleegkundigen en artsen. Het scenario is niet ongewoon. Zonder overleg met de verpleegkundigen beslissen bijvoorbeeld de artsen welke taken ze aan verpleegkundigen willen delegeren. Het kabinet van Tavernier heeft wel oren gehad naar de wensen van de Vlaamse Federatie van Verzorgenden (VFvV), die 1177 leden telt. Het VFvV is tevreden met de nieuwe ontwikkeling. Christine Vanuytven: 'Verzorgenden doen taken die ze niet mogen doen. Dat zou ons drie maanden cel kunnen kosten! Eindelijk geraken wij uit de onwettelijkheid. Ons beroep wordt paramedisch erkend en wettelijk beschermd. De realiteit is dat verplegenden en verzorgenden toch al samenwerken. Onder toezicht werken, is voor ons geen probleem.''De nieuwe regelgeving is een gemiste kans', beklemtoont Bernadette Van den Heuvel, coördinator ouderenzorg bij de Groep Gasthuiszusters van Antwerpen. 'Verzorging is een volwaardig beroep. Het vergt specifieke kennis, attitudes, vaardigheden en verantwoordelijkheden die niet zijn afgeleid van de verpleegkunde. Verzorgenden zijn opgeleid om buitengewoon goed te zijn in basiszorg. De nieuwe regelgeving plaatst het beroep in een hiërarchisch-medisch model. Dit ontneemt de verzorgenden de kans om in de polydisciplinaire rusthuiswereld een volwaardig beroep uit te bouwen. Binnen het hiërarchisch model staat de verzorgende bijna onderaan de ladder. De geïntegreerde warme zorg aan de bewoner is hier ver zoek.''Al jaren stappen wij af van de medicalisering. Een rusthuis is een woongelegenheid, géén ziekenhuis! De nieuwe regelgeving voert de medicalisering via de achterdeur opnieuw in.''De nieuwe regelgeving beoogt het gestructureerd samenwerken met verpleegkundigen in een equipe. Maar in de rusthuizen is vandaag teamwerk reeds de regel. We willen de thuissituatie zoveel mogelijk benaderen, zodat de bewoner zich bij ons thuis voelt. Cruciaal is de band tussen de bewoners en de begeleiders.'Ook minister van Welzijn Mieke Vogels zet vraagtekens achter de plannen van haar groene collega. 'De bedoelingen waren nobel: een oplossing te vinden voor het tekort aan verpleegkundigen. Maar we willen geen medicalisering. We willen geen hiërarchie bij de mensen thuis. Verzorgenden zijn opgeleid om aan persoonsverzorging te doen. Het is een apart beroep. Het definiëren van de zorgkundige binnen KB 78 leidt tot perverse neveneffecten in de thuiszorg. Zo kan een zorgkundige een verzorgende aanklagen voor de onwettelijke uitoefening van het beroep! Minister Tavernier heeft hier oren naar. In het besluit willen we formuleren dat het de gemeenschappen zijn die beslissen of zorgkundigen in de thuiszorg worden ingeschakeld. We weten niet of dat juridisch haalbaar is.'Er is duidelijk géén eensgezindheid over de concrete invulling van de titel van zorgkundige. Misschien moeten de architecten van de nieuwe beroepstitel eerst wat meedraaien in een rusthuis of een dienst voor gezinszorg alvorens de definitieve invulling in een besluit te gieten. Marleen Teugels