Vóór de afreis naar Peking werd in en rond de Belgische olympische delegatie een beetje neerbuigend gedaan over de olympische voetbalploeg. Die zou de sporters die zich in alle stilte en voor weinig geld vier jaar keihard voorbereidden de enige media-aandacht ontnemen die ze één keer om de vier jaar krijgen. Dat sommige voetballers, al dan niet onder druk van hun clubs, aarzelden om mee te gaan, kon er niet in bij de andere sporters, voor wie de Spelen de hoogmis van de topsport zijn. Alleen voor voetbal is dat al heel lang niet meer zo: sinds in 1930 de wereldbeker werd ingevoerd, bleven de beste voetballers...

Vóór de afreis naar Peking werd in en rond de Belgische olympische delegatie een beetje neerbuigend gedaan over de olympische voetbalploeg. Die zou de sporters die zich in alle stilte en voor weinig geld vier jaar keihard voorbereidden de enige media-aandacht ontnemen die ze één keer om de vier jaar krijgen. Dat sommige voetballers, al dan niet onder druk van hun clubs, aarzelden om mee te gaan, kon er niet in bij de andere sporters, voor wie de Spelen de hoogmis van de topsport zijn. Alleen voor voetbal is dat al heel lang niet meer zo: sinds in 1930 de wereldbeker werd ingevoerd, bleven de beste voetballers van het olympisch voetbaltoernooi weg. In '88 werd beslist dat de clubs alleen spelers moesten afstaan die nog geen 23 waren. In 2008 contesteerden clubs die afspraak voor het eerst. En ze kregen zelfs gelijk van het internationaal erkende Tribunal Arbitral du Sport (TAS) in Lausanne. De verbazing bij de wereldvoetbalbond (FIFA) was groot, hij moet na Peking met het Internationaal Olympisch Comité (IOC) een oplossing vinden voor de volgende Spelen. In afwachting smeekte FIFA-voorzitter Sepp Blatter de clubs om de spelers die al op het toernooi waren in Peking te laten. Het gevolg was dat topspelers als Lionel Messi, Rafinha en Diego afgelopen zaterdag meevoetbalden met Argentinië en Brazilië, hoewel hun clubs (Barcelona, Schalke 04 en Werder Bremen) naar het TAS waren gestapt en daar gelijk hadden gekregen. Terwijl Vincent Kompany niet meer meedeed bij de Belgen maar wél bij zijn club HSV, die nota bene géén klacht had ingediend. Kompany bewoog hemel en aarde om bij de olympische ploeg te kunnen blijven, maar de Belgische bond (KBVB) had, uit schrik voor een dure schadeclaim, voordien met HSV een schriftelijk akkoord gemaakt dat de speler na twee wedstrijden zou terugkeren. Daarom steunde de bond Kompany niet in zijn pogingen om toch in het toernooi te blijven. In zijn volgende contract laat Kompany ongetwijfeld een clausule opnemen die zijn club verplicht hem vrij te geven als hij nog eens met België naar de Spelen kan, in dat geval als een van de drie spelers ouder dan 23. Sterk is dat België zonder sterspelers Kompany en Marouane Fellaini stuntte tegen Italië. Daardoor was het eerder verguisde voetbalteam plots Belgiës medaillehoop in moeilijke dagen. Die prestatie is ook een compliment voor bondscoach Jean-François De Sart, die niet helemaal au sérieux genomen wordt in België: de bankdirecteur uit Luik doet geen sterke uitspraken, houdt een laag profiel aan, en zou volgens sommigen zijn troepen te weinig in de hand hebben. Toch voetbalt zijn team al een heel toernooi sterk, gedisciplineerd, en zit het tactisch goed ineen. De spelers, afkomstig uit beide taalgroepen, vormen een mooie afspiegeling van wat de bevolkingssamenstelling in België tegenwoordig is. Ze knokken voor elkaar en behalen resultaten. Uiteindelijk is dat in de situatie waarin het Belgische voetbal zich bevindt het enige wat telt. Als het Belgisch voetbal na dit toernooi De Sart niet meer nodig heeft, kan hij zo aan de slag als koninklijk bemiddelaar.