De overdrijving toont vaak de achterkant van de werkelijkheid. Zoals de volgende anekdote, ooit door Gaston Durnez opgetekend in De Standaard. Het voorval speelt zich af in volle oorlogstijd. VNV-leider Hendrik Elias, voor de gelegenheid in zwart paramilitair uniform, schouwt de Dietse Militie. Onder trommelgebeuk marcheert militiecommandant Joris Vansteenland krijgshaftig op de VNV-voorman af, knalt de hakken tegen elkaar en blaft: ' Leider, de Dietse Militie staat aangetreden!' Waarop Elias vooroverbuigt, minzaam glimlachend: ' Ik zie het Joris, jongen, ik zie het... '
...

De overdrijving toont vaak de achterkant van de werkelijkheid. Zoals de volgende anekdote, ooit door Gaston Durnez opgetekend in De Standaard. Het voorval speelt zich af in volle oorlogstijd. VNV-leider Hendrik Elias, voor de gelegenheid in zwart paramilitair uniform, schouwt de Dietse Militie. Onder trommelgebeuk marcheert militiecommandant Joris Vansteenland krijgshaftig op de VNV-voorman af, knalt de hakken tegen elkaar en blaft: ' Leider, de Dietse Militie staat aangetreden!' Waarop Elias vooroverbuigt, minzaam glimlachend: ' Ik zie het Joris, jongen, ik zie het... ' Pieter Jan Verstraete haalt Durnezs anekdote aan in zijn tweedelige biografie Hendrik Jozef Elias. De auteur laat in het midden of het voorval ook werkelijk plaatsvond. Doch het verhaal tekent Hendrik Elias, een man die voorbestemd was om aan de Leuvense universiteit geschiedenis te doceren maar die, zoals historicus Bruno De Wever ooit schreef, verdwaalde in de politiek. Pieter Jan Verstraete, die eerder de biografieën van Reimond Tollenaere en Odiel Spruytte in het licht gaf, schreef naar eigen zeggen zijn biografie van Elias 'met een koel hoofd en een warm hart'. Toch denkt de auteur dat het erg moeilijk was om met deze man een warme relatie op te bouwen. Elias liet weinigen toe tot zijn intiemste kring. Op Piet Wyndaele, de VNV-secretaris, diens voorganger Ernest Van den Berghe en de volksvertegenwoordiger en latere secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken Gerard Romsée na, had hij geen raadgevers. Elias liet zich niet beïnvloeden. Hij was nogal ijdel en doceerde altijd, want hij had de wijsheid in pacht. Hendrik Jozef Elias werd in 1902 in Machelen, bij Brussel, geboren. Hij was de oudste van zeven kinderen. Zijn vader was een ambtenaar bij de posterijen, die zich naderhand, tijdens de Eerste Wereldoorlog, aan het activisme zou verbranden. De haat van Hendrik Elias voor alles wat met België te maken had, dateerde uit die jaren. Met de steun van een diocesane inspecteur trekt hij naar de universiteit van Leuven, waar hij met brille geschiedenis studeert. Hoewel hij wordt gesteund door een aantal gezaghebbende historici krijgt hij niet de verhoopte leerstoel. De Belgische bisschoppen vertrouwen hem niet. Elias is ze te flamingant. Nadien gaat de ontgoochelde Elias rechten studeren in Gent en loopt stage bij de bekende Paul Orban, in Sint-Niklaas. Orban als senator voor de katholieke partij en Hendrik Elias als volksvertegenwoordiger voor het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) stappen in 1932 het parlement binnen. Voor Elias wordt het de eerste fase in een bijzonder tragische politieke loopbaan. Want van bij de aanvang ligt Elias bij het VNV op ramkoers met de extreme vleugel, waartoe propagandaleider Reimond Tollenaere, die in 1941 aan het oostfront zou sneuvelen, en de dichter Wies Moens behoren. Zij dwepen dan al met de Nieuwe Orde. Elias had tijdens een studieverblijf in Italië het fascisme van dichtbij aan het werk gezien en een afkeer opgedaan voor Benito Mussolini en zijn volgelingen. En toch drijft Elias, aanvankelijk een voorstander van de parlementaire democratie, onstuitbaar richting extreem rechts en finaal naar de afgrond. Pieter Jan Verstraete rapporteert in zijn tweedelige biografie dat politieke drama heel minutieus, bijna van dag tot dag. Pieter Jan Verstraete: 'Elias wil tegen elke prijs het VNV bijeenhouden. Wanneer hij in 1935 de opdracht krijgt een VNV-programma uit te schrijven, eisen Tollenaere en andere Groot-Nederlanders de schrapping van een passus over het federalisme. Elias dreigt met ontslag. De sluwe Staf De Clercq, die de zwakke kant van Elias kent, stelt voor een datum vast te leggen om tot de ontbinding van het VNV over te gaan. Waarop Elias terstond inbindt. 'Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog luidt het ordewoord: geen tweede activisme. Niettemin volgt Elias Staf De Clercq in de collaboratie. Elias wil geen oorlogsburgemeester van Gent worden. En toch wordt hij oorlogsburgemeester van Gent. 'Na de dood van De Clercq in oktober 1942 weigert Elias hem op te volgen. Want De Clercq heeft er een potje van gemaakt en Elias wil niet opdraaien voor diens collaboratiedaden Maar Gerard Romsée en Ward Leemans dringen aan. Waarom? Omdat ze vrezen dat de Duitsers een eigen mannetje installeren? Zij vreesden in elk geval een mogelijke invloed van de SS met een verdere radicalisering van de collaboratie tot gevolg. Met Elias weten ze welk vlees ze in de kuip hebben. En dus neemt Elias de leiding van het VNV.'Maar die partij is intussen grondig verdeeld. De jongeren verwijten de partijleiding dat ze zonder de minste waarborg de partij in de collaboratie met de Duitsers heeft gesleept. De partijleiding wil in de collaboratie blijven, omwille van de machtsposities die ze bezet. Elias zit tussen hamer en aambeeld. In de zomer van 1943 weigerde hij nog te laten ronselen voor de Waffen SS. Maar de VNV-krant Volk en Staat had al contracten gesloten voor het plaatsen van wervingsadvertenties. Die moeten geplaatst worden. 'We zullen werven, maar voor de Kriegsmarine', zegt Elias. Hij blijkt niet te weten dat buitenlandse vrijwilligers voor de Kriegsmarine door de Waffen SS werden opgeleid. In oktober 1943 decreteert Elias dat het lidmaatschap van het VNV niet verenigbaar is met dat van de nog extremere DeVlag van Jef van de Wiele, die de aansluiting van Vlaanderen bij het Duitse Rijk voorstaat. Allerlei provocaties volgen. Elias laat betijen. Er volgt een ontmoeting in Berlijn met Heinrich Himmler. Elias, die dacht de SS-aanvoerder onder vier ogen te kunnen spreken - wat niet lukt -, hoopt tenminste voor het VNV het politieke monopolie in Vlaanderen te verwerven. Himmler antwoordt dat de sterkste zal winnen. En dus wordt DeVlag voort gesteund door de Waffen SS. Een ontgoochelde Elias wil de collaboratie afbreken, maar gaat dan toch weer door. Want nu stoppen zou betekenen dat DeVlag het voor het zeggen krijgt. In juli 1944 zou Hendrik Elias zijn partijleden nog oproepen om te blijven vechten voor de Duitse eindzege. Nog geen jaar later wordt hij op 2 mei 1945 in Duitsland door Franse soldaten opgepakt. In die dagen schrijft Elias nog aan zijn latere advocaat Frans Van der Elst: 'Ik geloof aldus dat wij gelijk hadden in onze stellingname met Duitschland voor Europa.' Zijn eigen opstelling tekende hij als volgt: 'Mijn eigen opvatting van het leven en van zijn betekenis en waarde berust op de grondslagen van de christelijk-humanistische ethiek met een zeer nadrukkelijke waardering van de menselijke waarde en waardigheid.' Dat laatste klinkt bijzonder pijnlijk, want in geen van de 1238 bladzijden die de biografie van Pieter Jan Verstraete telt, stelt Elias zich vragen bij het naziregime waarmee hij had gecollaboreerd en dat als een lijkwade over heel Europa had gelegen. Na zijn veroordeling blijft Elias tot 1959 in de gevangenis, in Gent en in Sint-Gillis. De kreet 'Elias Vrij' begeleidt in de jaren 1950 de opmars van de Volksunie, die hij via zijn advocaat en oprichter van de partij, Frans Van der Elst, van dichtbij zal volgen. Elias is dan een icoon. Zijn veeldelige geschiedenis van de Vlaamse Beweging wordt bekroond en is verplichte lectuur voor al wie in de Vlaamse Beweging actief is. Maar na zijn dood, begin 1973, twisten oude compagnons over de vraag of Elias een Groot-Nederlander was en dus af wilde van België, of niet. Het is een ruwe woordenstrijd, waarin vaak het woord verraad valt. Frans Van der Elst, die volhoudt dat zijn gewezen cliënt aan een Belgische ruimte vasthield, wordt ervan beschuldigd in een historische bijdrage een Elias naar eigen beeld en gelijkenis te hebben geschapen. Kniediep in het dispuut staat historicus Albert de Jonghe, die fel inbeukt op Van der Elst, en tegelijk alles doet om zijn eigen DeVlag-verleden en zijn banden met de SS onder de mat te houden. Elias heeft, naar eigen zeggen, nooit het VNV-volk rondom zich vertrouwd. Uit de polemiek na zijn dood blijkt dat zijn wantrouwen gegrond was. P.J. VERSTRAETE, HENDRIK JOZEF ELIAS, KORTRIJK, 2005, 2DL., A 70.VAN GINDERACHTER,MAARTEN. HET RODE VADERLAND. DE VERGETEN GESCHIEDENIS VAN DE COMMUNAUTAIRE SPANNINGEN IN HET BELGISCHE SOCIALISME VOOR WO I. TIELT, GENT, LANNOO, AMSAB, 2005. 29,95 EURO Ook Vlaamse socialisten zoals Emile Moyson en Edward Anseele geraakten in de ban van de Vlaamse mythomoteur. Zo legt Anseeele in Voor 't volk geofferd, zijn roman over diens leven, in de mond van Emile Moyson: 'Ik bewonder u, Vlaams Volk, voorvechter der Vrijheid! Gegroet lichtzuil der middeleeuwen...' In Het rode vaderland tekent Van Ginderachter de communautaire spanningen tussen Vlaamse en Franstalige socialisten. Vooral de Gentse volgelingen van Edward Anseele identificeerden zich tot voor WO I meer met Vlaanderen dan tot vandaag in de geschiedschrijving van de Vlaamse Beweging werd aangenomen. STYNEN, ANDREAS, EEN GEHEUGEN IN FRAGMENTEN. HEILIGE PLAATSEN VAN DE VLAAMSE BEWEGING. LANNOO, 2005. 29,95 EURO. De eerste die bij ons voorstelde de lieux de mémoire van de Vlaamse Beweging te bestuderen was de Leuvense professor Jo Tollebeek. Een geheugen in fragmenten van Andreas Stynen is een eerste, vrij omvangrijk onderzoek naar de dragers van de herinnering van het flamingantisme. Zijn boek brengt ons van de Groeningekouter in Kortrijk, naar het Campo Santo in Sint-Amandsberg en Het Schoonselhof in Antwerpen. WETENSCHAPPELIJKE TIJDINGEN OP HET GEBIED VAN DE GESCHIEDENIS VAN DE VLAAMSE BEWEGING. Driemaandelijks tijdschrift. December 2005. 6 euro. Het nummer bevat een belangwekkend artikel van Raf de Mey over Charles Rogier, de liberale voorman en held van 1830, en de Vlaamse Beweging. FILIP DE PILLECYN. STUDIES I. 2005. 15 EURO. Het eerste nummer van Filip de Pillecyn Studies bevat een interessante bijdrage van Etienne Van Neygen over Filip de Pillecyn als soldaat en antimilitarist, alsook een aantal belangwekkende stukken uit zijn collaboratiedossier. Rik Van Cauwelaert