Welke effecten hebben de stijgende concentraties aan broeikasgassen op het leven in de oceanen? Marien bioloog Jeroen Ingels van de UGent werkte mee aan een grootschalige studie in Public Library of Science Biology die het antwoord daaropin kaart bracht. De aanhoudende uitstoot van broeikasgassen veroorzaakt veranderingen in het oceaanwater, zowel qua temperatuur, zuurtegraad en zuurstofconcentratie als qua productiviteit. Die beïnvloeden uiteraard het leven in het zeewater, én het welzijn van de n...

Welke effecten hebben de stijgende concentraties aan broeikasgassen op het leven in de oceanen? Marien bioloog Jeroen Ingels van de UGent werkte mee aan een grootschalige studie in Public Library of Science Biology die het antwoord daaropin kaart bracht. De aanhoudende uitstoot van broeikasgassen veroorzaakt veranderingen in het oceaanwater, zowel qua temperatuur, zuurtegraad en zuurstofconcentratie als qua productiviteit. Die beïnvloeden uiteraard het leven in het zeewater, én het welzijn van de naar schatting een miljard mensen die, vooral in arme regio's, voor hun overleving van dat oceaanleven afhankelijk zijn. Ingels' Gentse collega Lisbeth Van Cauwenberghe en haar ploeg melden in Environmental Pollution dat ze voor het eerst microscopisch kleine plastic korreltjes in de diepzee hebben gevonden - op dieptes tussen een en vijf kilometer. De onderzochte stalen kwamen uit de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan, wat bevestigt dat het microplastic wijd en zijd verspreid is. De bolletjes zijn kleiner dan een millimeter en dus is het niet ondenkbaar dat dieren ze massaal inslikken. Omdat plastic drijft, werd ervan uitgegaan dat het probleem zich tot het oppervlaktewater zou beperken. Dat blijkt dus niet het geval te zijn. Materiaal aan het oceaanoppervlak kan via stromingen naar de diepzee getransporteerd worden. De implicaties van de aanwezigheid van het microplastic op grote diepte kunnen nog niet worden ingeschat. Het weinige goede nieuws dat de laatste tijd uit het oceaanonderzoek komt, heeft ook betrekking op menselijke activiteiten, maar dan van een andere orde. Jan Reubens van de UGent heeft een analyse gemaakt van de effecten van windmolenparken op het leven in de zee. Blijkt dat de molens als een kunstmatig rif fungeren. Vissen als kabeljauw worden erdoor aangetrokken. Ze voeden zich met kreeftjes en krabbetjes, die op en tussen de artificiële structuren leven en er vaak groter zijn dan elders. Tussen de windmolens mag niet worden gevist, wat de biotoop nog aantrekkelijker maakt. Hopelijk blijft dat zo, want de druk om er een passieve vorm van visserij toe te laten, neemt toe. De mens kan dat rif trouwens nog een handje helpen. In september werden vanuit Oostende 33 zogenaamde rifballen naar de windmolenparken voor onze kust gebracht: klokvormige betonstructuren die extra ruimte bieden voor leven. Wieren kunnen erop groeien en beestjes kunnen erin schuilen. Die trekken dan weer andere soorten aan. Microscopisch plastic afval is wijd en zijd verspreid in zee.