De popmuziek begint oud te worden. Ze is ondertussen al een flinke veertiger. En net als in een mensenleven leidt dat tot heimwee naar jonge jaren. Zo valt er vandaag meer Abba en punk te horen dan toen die nog onder ons waren.
...

De popmuziek begint oud te worden. Ze is ondertussen al een flinke veertiger. En net als in een mensenleven leidt dat tot heimwee naar jonge jaren. Zo valt er vandaag meer Abba en punk te horen dan toen die nog onder ons waren.Popmuziek omarmt het verleden en maalt niet om de bijbehorende creatieve status-quo. Hoewel de technologische en commerciële mogelijkheden schier onbeperkt zijn, stokt de drang tot vernieuwing. En de opmars van de dansmuziek dan? Ook daar staart men almaar nadrukkelijker naar de eigen navel en wordt er flink gedweept met archeologisch materiaal als disco en new wave. De canon van grote namen groeit nog nauwelijks aan en het beste kruit van The Chemical Brothers, Underworld en Massive Attack lijkt ondertussen verschoten. Het valt dezer dagen trouwens niet mee om een ster te zijn. En nog minder om het te worden. Carrières worden korter en de lijst met nieuwe namen steeds langer. Die snelle draaimolen levert echter nauwelijks spanning en sensatie op. Wie wil winnen, speelt op veilig. De hitparade wordt bevolkt door dezelfde liedjes waar een ander gezicht wordt op geplakt. Misschien is dat altijd wel zo geweest. Maar de uitwassen van het klonen worden almaar schrikbarender. Popgroepjes ontstaan niet langer spontaan maar worden op maat gefabriceerd. Als Take That sputtert, nemen Boyzone, Westlife of Five de rol over. In de dansmuziek speelt zich een al even merkwaardig fenomeen af. Daar is de man of vrouw die de muziek draait belangrijker geworden dan de muziek zelf. Men weet in de verste verten niet meer waarop men staat te bewegen en legt zijn lot en wezen in de handen van de dj. De nostalgische reflex, de eeuwige herhaling en de verhoogde anonimiteit hebben een veelkoppig kind gebaard. Dit zijn de jaren van het verzamelalbum. Het ruikt naar koopmanskunst, er staat niets nieuws op en toch vliegt het de winkel uit. Waarom verkopen de "Greatest hits" van een artiest vaak zoveel beter dan de reguliere albums? De echte fans hebben alles toch al. Om hen te paaien, stopt men er wat live-werk of nieuwe versies van nummers bij. Dus die zijn al mee. Waarom haakt echter ook de grote massa plotseling in? De regel van drie. Een album stoot meestal door naar een nieuw en groter publiek als er drie bekende nummers of hits op staan. Kwestie van de investering te laten renderen. Erg populair is ook de aanschaf van compilaties waarop verschillende artiesten verzameld staan die ze hooguit voor dat ene nummer vertrouwen. Of die ervoor zorgen dat we niet alles moeten aanschaffen. Ze geven een gevoel van overzicht in tijden waarin we met muziek worden overspoeld. MET BRANIE EN LIEFDEDe opmars van de dansmuziek gaf de verzameldrang nieuwe vleugels. In dat segment schreeuwt iedereen voortdurend om nieuw, nieuw, nieuw. En graag ook goed in het oor liggend en liefst een beetje exclusief. Het is een tempel waar het parcours van een hit vaak begint met een gelimiteerd aantal exemplaren op vinyl voor dj's en snobs met centen. Eens het nummer doorbreekt naar het grote publiek, kan dan weer de jacht beginnen op speciale remixes. Het is een hyperactief circuit waar het maximum uit de grondstoffen wordt gehaald en waar het accent veeleer op nummers dan op albums ligt. Ideale humus voor een compilatiecultuur. De kunst wordt er ettelijke malen drukker beoefend dan in rockkringen. Maandelijks verschijnen er haast evenveel verzamelaars als gewone langspelers. De gegadigden zijn talrijk. Platenlabels willen hun artiestenrooster voorstellen. Radiozenders en bladen ruiken snelverdiend geld. Clubs vullen hun merchandisinglijn aan met een eigen compilatie. DJ's breien de beste momenten van zichzelf of van anderen aan elkaar. En dan zijn er nog speciale reeksen - Tech House Phenomena, Paradise Garage... - die bepaalde deelgebieden volgen en is er nog een lange voorgeschiedenis die gereanimeerd moet worden. Vooral de Britten zijn bedreven parelvissers. Voortdurend melden zich nieuwe idealisten met branie en liefde voor muziek, die tekeergaan alsof er historische fouten moeten worden rechtgezet. Elk geldgewin lijkt hen vreemd. Alles wordt geluidstechnisch netjes in ere hersteld en zo fraai mogelijk verpakt. Het gaat dus vooral om de sport. Hoewel die ontzettend veel disciplines en niches lijkt te hebben, zit er wel degelijk een lijn in. De beste archivarissen proberen vast te leggen wat de actuele dansmuziek van ver en dichtbij gevormd heeft. Alles wat iedereen die nu zestien is, heeft gemist. Maar ook hopen hoogstaande muziek die iedereen die veel ouder is nooit te horen heeft gekregen. Op enkele fanatiekelingen na natuurlijk. Het gaat dan vooral om zwarte muziek die in Europa nooit helemaal naar waarde is geschat. Soul, funk, latin en reggae zijn altijd bijzaak geweest. Alleen de top van de ijsberg was en is zichtbaar. Een treffend voorbeeld is de Dynamite-reeks van Soul Jazz. Het Londense huis interesseert zich sterk voor alle muzikale bewegingen in en tussen de beide Amerika's. Het plukt in Brazilië opzwepende ritmes van de straat en laat horen hoe die in New York fuseren met jazz en funk. Op Dynamite wordt ondertussen al drie afleveringen lang aangetoond dat reggae niet die ene monotone en voorspelbare dreun is. Jamaica is geen eiland maar een zeef die knappe dingen doet met de Amerikaanse elementen die komen aanspoelen. Reggae is genetisch bepaald door jazz en rhythm'n'blues en evolueerde door ook soul en funk te slikken. Het beste daarvan is ons al bekend, omdat het in stukken en brokken is gerecupereerd in de westerse muziek. Het is dan ook niet meer dan logisch dat nu ook de geestelijke vaders en de oorspronkelijke versies erkend worden.BIJBEENCURSUSSENMet het sterke Afrika funk leek Harmless zich even op te werpen als de Afrikaanse pendant van Soul Jazz, maar dat spoor liep al snel dood. Het waarom is ondertussen duidelijk. De terreinspecialist zette namelijk een eigen winkel op die met Club Africa meteen zijn bedoelingen duidelijk maakte. Het jonge Strut bevestigde onlangs de gestelde hoop met de nieuwe serie Grass roots. Die port de gangmakers van vandaag aan om een afspiegeling van hun ziel te laten horen. De aftrap is voor producer/muzikant/labelbaas Ashley Beedle die voor de eer bedankt met een uur dansbare en vrijwel onvindbaar geworden schoonheid van namen als Son Of Bazerk, Rufus en Lafayette Afro Rock Band. Bij Harmless beantwoorden ze de lichte kaakslagen met de reeks Pulp fusion - gettofunk en -jazz uit de jaren zeventig - en vooral het essentiële Stand up and be counted. Op de hoes staat de beroemde foto van de zwarte atleten Tommie Smith en John Carlos die tijdens de Olympische Spelen in Mexico (1968) strijdbaar de vuist omhoogstaken. Het album bevat de beste muzikale uitingen van het Black Power-tijdperk en brengt hopelijk een nieuwe generatie binnen de invloedskring van Gil Scott-Heron, The Last Poets en Nina Simone. Voor mensen met een heel kort geheugen is er sinds kort Hed Kandi dat zich richt op iedereen die zijn muzikale opvoeding heeft gekregen in clubland. Zij die jong waren toen house en techno de kop opstaken. Die generatie is ondertussen op weg naar de dertig en wil meer van hetzelfde, maar liefst iets rustiger en subtieler. Samensteller en labelbaas Mark Doyle zorgt voor verwenning met modieus verpakte dubbelaars die de huiskamer veranderen in een discotheek voor zittende mensen. Bij gelegenheid verzamelt hij oude hits voor het gevoel van toen. De hoofdmoot van de catalogus bestaat echter uit bijbeencursussen voor wie nog zelden het huis uit komt. Titels als Winter chill en Serve chilled spreken in dat verband boekdelen. Zeer beschaafd, maar minstens even aangenaam. "300 % dynamite" (SJRCD43/Soul Jazz)/ "Grass roots: Ashley Beedle" (STRUTCD004)/ "Stand up and be counted" (HURTCD020)/ "Serve chilled" (HEDK002/Hed Kandi)/ "Winter chill" (HEDK006/Hed Kandi) Informatie: Hed Kandi, www.hedkandi.com; Harmless, www.vci.co.uk; Soul Jazz, www.soundsoftheuniverse.com.Jan Delvaux