Meg Stuart, de Amerikaanse choreografe die sinds 1994 vanuit Brussel opereert, maakt dans die geen dans wil zijn. In haar werk is het lichaam stilgevallen, ver splinterd, van elke psychologie ontdaan en op zichzelf teruggeworpen. Het bewegende lichaam wekt met andere woorden geen schoonheid op en dat is even wennen. Het onwillige en afstandelijke lijf laat zich niet meer door het hoofd bevelen. De eenheid van lichaam en geest is verbroken, de ledematen gaan een eigen...

Meg Stuart, de Amerikaanse choreografe die sinds 1994 vanuit Brussel opereert, maakt dans die geen dans wil zijn. In haar werk is het lichaam stilgevallen, ver splinterd, van elke psychologie ontdaan en op zichzelf teruggeworpen. Het bewegende lichaam wekt met andere woorden geen schoonheid op en dat is even wennen. Het onwillige en afstandelijke lijf laat zich niet meer door het hoofd bevelen. De eenheid van lichaam en geest is verbroken, de ledematen gaan een eigen leven en logica leiden. Lijf en leden wringen zich letterlijk in allerlei bochten en dansers hanteren het eigen of andermans lichaam als Fremdkörper. Vanaf "No Longer Readymade" (1993) en "No One is Watching" (1995) kijkt Stuart ook hoe dat "naakte" lichaam reageert in het sociale verkeer van alledag. Kleine voorvalletjes met grote symboolwaarde zijn dan aan de orde. In recente producties werd die thematiek verder uitgediept in confrontatie met beeldende kunst. Vier jaar geleden maakte ze voor het Gentse Museum van Hedendaagse Kunst een dansinstallatie op "This is the show and the show is many things". Maar met "Insert Skin" (1996) en "Splayed Mind Out" (1997) - een samenwerking met de Amerikaanse videokunstenaar Gary Hill - werd de symbiose van dans en beeldende kunst compleet. Voor haar nieuwe werkstuk "appetite", dat zopas bij het Kaaitheater in première ging, werkte Meg Stuart samen met landgenote Ann Hamilton, de kunstenares die volgend jaar de VS op de Biënnale van Venetië zal vertegenwoordigen. In tegenstelling tot het vroegere werk van Stuart, heeft de scenografische ruimte waarin de zeven dansers zich bewegen aan belang gewonnen. Een met gedroogde modder bedekt speelvlak, een achterdoek dat iets van een lang en breed deken heeft en kostuums die tijdens de voorstelling door de dansers met stof worden opgevuld (tot ze Michelin-mannetjes lijken) of leeggehaald. Dat zorgt voor een kruising tussen een onbestemd braakland waarin de dansers - want beweging is er dit keer wel degelijk - letterlijk en figuurlijk op hun bek gaan en een abstracte circusring waarin ze potsierlijk als clowns onderuitgaan. Er zit veel humor in de voorstelling en dat zijn we van Meg Stuart niet gewoon. Het maakt "appe tite" tot een van haar meest optimistische producties. Andere voorstellingen in België pas volgend voorjaar: op 11-12/2/'99 in Leuven (Klapstuk) en 25-26/3 in Gent (Vooruit).Paul Verduyckt