Achtentwintig jaar geleden won Eddy Merckx zijn tweede en laatste Ronde van Vlaanderen. Tachtig kilometer lang scheurde hij met een stervende Frans Verbeeck in het wiel over puntige kasseien en nijdige hellingen, om met één tempoversnelling net voor de streep zijn metgezel achter zich te laten. Na afloop stamelde een uitgeputte Verbeeck dat hij het zich beklaagde met Merckx te zijn meegegaan. Het was de grootste wielrenner aller tijden zoals we hem kenden: een terriër op de fiets die de concurrenten net zolang terroriseerde tot ze kraakten.
...

Achtentwintig jaar geleden won Eddy Merckx zijn tweede en laatste Ronde van Vlaanderen. Tachtig kilometer lang scheurde hij met een stervende Frans Verbeeck in het wiel over puntige kasseien en nijdige hellingen, om met één tempoversnelling net voor de streep zijn metgezel achter zich te laten. Na afloop stamelde een uitgeputte Verbeeck dat hij het zich beklaagde met Merckx te zijn meegegaan. Het was de grootste wielrenner aller tijden zoals we hem kenden: een terriër op de fiets die de concurrenten net zolang terroriseerde tot ze kraakten. Vandaag praat Eddy Merckx maar sporadisch meer over de grote nummers die hij vroeger heeft opgevoerd. Hij leeft niet in het verleden. Het fietsenbedrijf dat hij 23 jaar geleden uit de grond heeft gestampt, houdt hem nog dagelijks in de wurggreep van de stress. Al slaagt Eddy Merckx er in deze tijd van economische recessie behoorlijk in zich te verdedigen in een branche die kreunt onder een steeds groter wordende (internationale) concurrentie. 'Onze omzet is vorig jaar met vijftien procent gestegen', zegt hij. 'Het is er mij nooit om gegaan de grootste constructeur te worden. Wel de beste. We exporteren in zestien landen, we stellen zevenentwintig mensen te werk, dat is niet niets. Maar vooral: we streven naar topkwaliteit.'Daarom test Eddy Merckx nog steeds zelf de fietsen ('Ze moeten me echt niets leren over de nieuwste legeringen') zoals hij dat vroeger als renner ook op het maniakale af deed. In het peloton duikt hij niet meer zo vaak op. Maar de Ronde van Vlaanderen, het met zoveel epiek en lyriek omgeven monument, wil hij niet aan zich voorbij laten gaan. Zondag fungeert Merckx als chauffeur van de koersdirecteur. Het wordt een nieuwe rodeo door Vlaanderen. 'Ik word achtenvijftig, misschien moeten ze voor de toekomst maar eens naar iemand anders uitkijken', bedenkt hij. Enige somberheid heeft altijd deel uitgemaakt van Merckx' persoonlijkheid. Eddy Merckx: 'De Ronde van Vlaanderen was nu niet bepaald de klassieker die me het best lag. Ik vond te weinig stroken in het parcours waar ik het verschil kon maken, te weinig strategische punten. Er zijn natuurlijk die kasseien en die opeenvolging van hellingen. Alleen: een spurter die in vorm is, kan die ook heel gemakkelijk verteren. Uiteindelijk gaat het op die hellingen om explosiviteit. Als je naar boven rijdt, is dat in wezen één langgerekte sprint. Veel kracht komt daar niet bij kijken. Neem bijvoorbeeld Eric Leman, die heeft de Ronde van Vlaanderen drie keer gewonnen. Maar in de meeste andere klassiekers kwam hij er nauwelijks aan te pas. Dat heeft te maken met de eigenheid van de koers, ze is veel acrobatischer dan gelijk welke andere wedstrijd. Van de andere kant: als je er met kop en schouders bovenuit steekt, win je natuurlijk ook.'EDDY MERCKX: Ik herinner me die wedstrijden nog goed. In 1969 raakten we heel snel met achtentwintig man voorop, het was een verschrikkelijke wedstrijd, met veel regen en wind. Op zeventig kilometer van het einde ben ik alleen weggegaan. En in 1975 was er dan die lange ontsnapping met Verbeeck. Ik wilde altijd winnen, dat zat in mij. En dat vond ik ook zo fascinerend: als je de beste was, dan won je ook. Terwijl ik nu veel meer afhankelijk ben van dingen die ik zelf niet in de hand heb. Achteraf bekeken, vind ik dat ik als renner één grote fout heb gemaakt: ik heb veel te weinig van mijn overwinningen genoten. Als ik mezelf op het podium zag staan: zo gespannen. Maar hoe was het in mijn tijd? Ze schreven je af als je niet goed reed. Terwijl ze je nu al bejubelen als je één keer wint. MERCKX: Ik ben niet meer zo vaak op de wedstrijden, al lever ik het materiaal voor drie ploegen. Maar ik volg het uiteraard wel van heel nabij. Er is natuurlijk veel veranderd. Vroeger moest je heel veel koersen om iets te verdienen, je was bijvoorbeeld verplicht om een hele rist criteriums af te werken. Nu rij je weinig en strijk je nog een gigantisch salaris op. Pas op, ik veroordeel dat niet. Ik vind dat de renners vroeger onderbetaald waren voor de inspanningen die ze leverden. Er wordt nu ook heel anders gereden dan in mijn tijd. In die zin dat de kracht steeds meer gaat primeren, die krijgt stilaan de bovenhand op het uithoudingsvermogen. Die evolutie zie je ook in andere sporttakken. Kijk naar het tennis met de zusjes Williams. Je mag technisch nog zo goed zijn, je moet in de eerste plaats over power beschikken om tegen hen een bal terug te slaan. MERCKX: Ik vind het toch goed dat het nu wat rustiger is. Want wat er de afgelopen jaren is gebeurd, dat leek echt op een heksenjacht. Alsof er alleen in de wielersport doping wordt gebruikt. MERCKX: Er zijn zoveel verhalen over doping, er zijn zoveel beschuldigingen geuit. Maar waar is uiteindelijk het concrete bewijsmateriaal? Het bleef bij veronderstellingen. Terwijl je alleen iemand mag beschuldigen als er harde bewijzen zijn. Pas op: ik ben radicaal tegen doping. Ik vind: als je je gezondheid op het spel zet, dan houdt het op. Daarom vind ik het ook goed dat er dopingcontroles zijn. Om mensen tegen zichzelf te beschermen. Alleen is het zo dat wedstrijden als de Ronde van Frankrijk zoveel van het lichaam vragen dat de renners de kans moeten krijgen te recupereren. Als er middelen zijn die hen daarbij kunnen helpen, die ervoor zorgen dat ze geen schade ondervinden van de inspanningen die ze hebben geleverd, dan moet je die toelaten. Je moet niet alles als doping zien. Alleen is de grens tussen het bevorderen van gezondheid en doping steeds moeilijker te definiëren. Hoe bepaal je of een middel je gewoon helpt om van een bepaalde kwaal af te raken dan wel prestatiebevorderend werkt? MERCKX: Maar daarover zijn de meningen verdeeld. Neem nu de Spanjaard Igor Gonzales de Galdeano die vorig jaar in de Ronde van Frankrijk positief werd bevonden na het gebruik van het product salbutamol. Hij kon daarvoor een geldig medisch voorschrift presenteren. Voor de UCI was er dan ook niks aan de hand. Alleen wil de Franse antidopingraad Gonzales de Galdeano nu een schorsing van zes maanden aansmeren. Dan vraag ik me af: hoe kan dat nu? Er moet gewoon een wet komen die voor alle sportdisciplines en instanties van toepassing is. Er moet een duidelijke lijn zijn. Jacques Rogge is in die richting aan het werken. En dat is maar goed ook. MERCKX: De ploeg Quick Step-Davitamon heeft natuurlijk heel goed gepresteerd. Johan Museeuw die het gewoon blijft doen, al is het buiten hem wat de Belgen betreft mager geweest. En dan Paolo Bettini die in Milaan-Sanremo een enorme indruk heeft gemaakt, hij is duidelijk nog gegroeid. Ik denk dat dit seizoen zal blijken dat er in Italië heel veel talent zit. Ik zal niet zeggen dat ze daar bij de jongeren beter werken dan bij ons, al vind ik dat de Belgische Wielrijdersbond wel meer inspanningen zou mogen leveren om de Beloften naar het buitenland te sturen. Nu vallen ze daarvoor uitsluitend op de clubs terug. We mogen natuurlijk straks niet in een gat vallen, Museeuw is tenslotte al zevenendertig. MERCKX: Aan de klasse van Vandenbroucke heb ik nooit getwijfeld. Verder spreek ik me niet over hem uit. Hij heeft gezegd dat zijn terugkeer gepaard zal gaan met vallen en opstaan, en dat is gebleken: hij was goed in de Omloop Het Volk en in Milaan-Sanremo is hij daadwerkelijk gevallen. Afgezien daarvan wacht ik met spanning op de komende weken. En Tom Boonen kan het natuurlijk, al was ik niet zo gelukkig met zijn overstap van US Postal naar Quick Step-Davitamon. Ik vind dat een renner zijn contract moet uitdienen. Als een renner een overeenkomst zomaar kan opzeggen, dan kan een werkgever dat eigenlijk ook. Bovendien is het in het geval van Boonen zo dat die mensen al met hem bezig waren van in de tijd dat hij nog bij de amateurs reed. Ik heb daarover iets gezegd in de kranten en toen riep Patrick Lefevere meteen dat ik destijds mijn overeenkomst met Solo-Superia niet uitdeed en naar Peugeot ben overgestapt. Terwijl dat pertinent onwaar is. MERCKX: Ik had met een krant telefonisch contact over iets heel anders. Toen zei ik dat terloops. Dat werd meteen uitvergroot. Zo werken de media nu eenmaal tegenwoordig. Het gaat om titels en uitspraken, ze willen mekaar daarmee aftroeven. Ze kloppen er maar op los. Ik verbaas me daar telkens weer in hoge mate over. De manier waarop er iets wordt geschreven, zonder te controleren, ik vind dat eigenlijk erg. Lefevere zegt: Merckx diende vroeger zelf eens zijn contract niet uit en meteen is dat een slogan. Niemand die zich de vraag stelt: is dat wel waar wat Lefevere vertelt? Let wel, ik wil daar geen zaak van maken, ik heb Patrick daarover gebeld, daarmee was de affaire voor mij gesloten. MERCKX: Tja, bij mij moet het in het leven vooruitgaan. Zoals in de koers. Als ik merk dat ik in vergaderingen aan de kar probeer te trekken, maar dat het allemaal niet helpt, wat moet ik daar dan nog? Het nieuwe bestuur veranderde de statuten om verjonging te brengen, maar ze gingen wel door op de oude manier. Je had als bestuurslid gewoon niets te zeggen. En als je een opmerking had, dan verschoven ze dat gewoon naar de volgende vergadering. Dat is voor mij tijdverlies. Ik heb wel andere dingen te doen. MERCKX: Dat is natuurlijk onzin. Ze zeggen zoveel. Toen ik me onlangs opwond over Roger Moens die vertelde dat Stefan Everts de Trofee voor Sportverdienste niet verdiende omdat hij in Monaco verbleef, zeiden ze: Merckx is kwaad omdat zijn zoon in Monaco woont. Terwijl het mij gewoon om het principe ging. MERCKX: Ik begrijp niet dat de woonplaats van een sportman een criterium kan zijn bij de toekenning van de Trofee voor Sportverdienste. Dat is toch absurd. Als Everts in Monaco woont, dan heeft hij daar zijn redenen voor. Misschien kan hij daar beter trainen, wordt hij daar meer met rust gelaten, ik weet het niet. Ik weet wel: hij prestéért. En daar gaat het om. Ik snap nog altijd niet wat Moens bezielde, hij sleurde er zelfs Boris Becker bij omdat die belastingen zou hebben ontdoken. Wat heeft dat nu met de sportverdienste in België te maken? Natuurlijk betaalt Everts minder belastingen in Monaco, maar is het verboden om uit je sportcarrière het maximale te halen? En zou Roger Moens in de periode dat hij nog liep nooit eens een uurtje hebben getraind tijdens zijn werkuren? Trouwens, Marc Wilmots, die de prijs uiteindelijk kreeg, woont ook in het buitenland. Omdat hij daar voetbalt, ik weet het wel. Ik wil alleen maar zeggen: het speelt toch absoluut geen rol waar je woont. Ik heb overigens heel veel respect voor Wilmots. Iemand die zo tot het uiterste gaat, die zoveel van zijn lichaam vraagt, daarin herken ik mezelf. MERCKX: Absoluut. Ik vind het onvoorstelbaar wat die heeft gedaan. Ik ben met hem gaan fietsen, toen hij twee weken na zijn hersenoperatie weer op de fiets mocht. Hij zei toen dat hij maar vijftig procent kans had om te overleven. Niet eens een jaar later startte hij weer in koersen. En nu heeft hij vier keer na mekaar de Ronde van Frankrijk gewonnen. En straks pakt hij gegarandeerd die vijfde zege. Want wie gaat hem kloppen? MERCKX: Die kan het natuurlijk. Alleen: talent volstaat niet. Waarom is Armstrong zo goed? Omdat hij meer klasse heeft dan de anderen. En omdat hij er ook nog een keer meer voor doet dan eender wie. MERCKX: Zo ongeveer. MERCKX: Ik heb altijd gereden om te winnen. Of beter: om mezelf te bewijzen. Dat wil ik nu ook. Alleen is het nu veel moeilijker. Omdat de stress je blijft achtervolgen. Ik word in juni achtenvijftig, soms denk ik: het wordt tijd om het wat rustiger aan te doen. Van de andere kant: ik ben met die fabriek begonnen zonder dat ik één bestelbon op zak had, in een economisch ongunstige tijd. Ik heb in Italië een cursus lassen gevolgd om van alles op de hoogte te zijn, dat kan ik niet zomaar achterlaten. Als het me eens te veel wordt, dan ga ik zwemmen. Of ik rijd met de fiets. En het vreemde is: aan vroeger denk ik dan nooit. De tijd als wielrenner was de mooiste van mijn leven. Maar achteraf heb ik die carrière geen seconde gemist. Jacques Sys'Een spurter in vorm kan de hellingen van de Ronde van Vlaanderen makkelijk verteren.''Bij mij moet het in het leven vooruitgaan. Zoals in de koers.'