De Nederlandse Rekenkamer en het Belgische Rekenhof vrezen dat de verdieping van de Westerschelde geen 10 maar 11,3 of zelfs 13,7 miljard frank zal kosten. Het Vlaamse gewest maakte geen kosten-batenanalyse en er moeten meer scheepswrakken worden geruimd dan verwacht. Het bericht over de fikse meerkosten bleef geen twee dagen in het nieuws. De Scheldeverdieping is nu eenmaal een oude Antwerpse eis en zolang het goed gaat met de haven, zeurt niemand. Bovendien is er de boerenwijsheid dat studies in dit geval de kosten alleen opdrijven. Maar vooral: de Schelde laat bijna iedereen Siberisch koud.
...

De Nederlandse Rekenkamer en het Belgische Rekenhof vrezen dat de verdieping van de Westerschelde geen 10 maar 11,3 of zelfs 13,7 miljard frank zal kosten. Het Vlaamse gewest maakte geen kosten-batenanalyse en er moeten meer scheepswrakken worden geruimd dan verwacht. Het bericht over de fikse meerkosten bleef geen twee dagen in het nieuws. De Scheldeverdieping is nu eenmaal een oude Antwerpse eis en zolang het goed gaat met de haven, zeurt niemand. Bovendien is er de boerenwijsheid dat studies in dit geval de kosten alleen opdrijven. Maar vooral: de Schelde laat bijna iedereen Siberisch koud.Dat een aardig polderdorpje als Doel helemaal onleefbaar wordt omdat ter hoogte van de kerktoren een immense containerkade komt, lokt vooral lokaal verzet uit. De betogingen tegen de kerncentrales konden destijds de publieke opinie meer beroeren. De aangekondigde teloorgang van Doel bracht vooral veel ramptoeristen op de been. Misschien treedt er ook gewenning op. Voor de uitbouw van de huidige Antwerpse haven op de rechteroever werd een halve eeuw geleden meer dan één polderdorp van de kaart geveegd (zie kaart havenuitbreiding). In het Wase Kruibeke betoogden op 15 januari enkele honderden landbouwers, vissers, jagers en andere verontruste burgers tegen het aangekondigde natuurgebied in de polders. Wat vroeger de 'potpolder' heette, is voor Antoine Denert een politiek geschenk uit de hemel. In de verkiezingsjaren 1994 en 2000 zette de Vlaamse overheid de polders telkens hoog op de agenda. De populaire, tot populisme geneigde burgemeester van Kruibeke rouwt er niet om. Met grote consequentie en de jongste tijd met minder argumenten staat hij al vijfentwintig jaar aan het hoofd van het verzet. Kruibeke wil niet weten van de ingreep die in de eerste plaats overstromingen wil voorkomen. De man die voor elke gemeenteraad God aanroept en een goedemensenpolitiek zegt te voeren, dreigde er zelfs mee om de autoweg E17 te slopen als het gecontroleerde overstromingsgebied er zou komen. Maar hoe snel Denert zijn eigen kiezers ook kan mobiliseren, buiten Kruibeke, Bazel en Rupelmonde liggen weinig mensen wakker van zijn polders. De Schelde laat hen onverschillig. Of er aan natuurontwikkeling of -vernietiging wordt gedaan, maakt daarbij weinig verschil.HOOGWATER OP DE NETE"Tienduizenden Antwerpenaren danken hun broodwinning aan de rivier, maar het is onvoorstelbaar hoe slecht ze de Schelde kennen. In het beste geval wandelden ze al eens in het verdronken land van Saeftinghe. Eerder betalen ze een toegangsticket voor het Zwin, dan oog te hebben voor hun eigen rivier met zijn vele slikken en schorren. Zelfs kleine gemeenschappen als Mariekerke en Sint-Amands, die altijd van de Schelde leefden, keerden de stroom goeddeels de rug toe", zegt professor Patrick Meire (universiteit Antwerpen). "Tot voor tien jaar hadden zelfs de biologen en ecologen amper interesse voor de Schelde. Dat had veel met de waterkwaliteit te maken. Biologen onderzoeken nu eenmaal liever een rivier met zuiver water dan een open riool. Bijna niemand schat de ecologische en cultuurhistorische rijkdom van deze rivier naar waarde." Bioloog Patrick Meire behoort zelf tot de schaarse uitzonderingen. Hij noemt zich een Schelde-fanaat. Van kindsbeen af trok de Bruggeling eropuit naar de Waddenzee en de Oosterschelde, gefascineerd als hij was door getijdengebieden. Nu stampte hij het Scheldefonds uit de grond, een Vlaams-Nederlandse vereniging van het bedrijfsleven, de milieubeweging en de overheid. Doel is de kennis over en het draagvlak voor de Schelde te vergroten. Het fonds verzamelt geld waarop verenigingen een beroep kunnen doen. Bedrijven die meedoen, moeten, bijvoorbeeld, hun personeel de Schelde leren kennen. Het doctoraal proefschrift van Patrick Meire handelde over de effecten van de Nederlandse stormvloedkering op het ecosysteem van de Oosterschelde. Voor het Instituut voor Natuurbehoud van het Vlaamse gewest bestudeerde Meire de Zeeschelde (160 km tussen Gent en de Nederlandse grens, zie kader). "De Oosterschelde is fenomenaal en schitterend. Maar welke superlatieven ik voor de Oosterschelde ook zou bedenken, die moet het afleggen tegen het estuarium van Zee- en Westerschelde. Weinig Europese rivieren zijn namelijk zo spectaculair divers. Het estuarium is uniek door de ritmiek van de zee, die zeer diep landinwaarts te voelen is. In ons vlakke land laten de getijden zich nog honderd zestig kilometer ver voelen, tot aan de sluizen van Gent." Zelfs op zijrivieren als Rupel of Nete is er nog een metershoog verschil tussen hoog en laag water. Uitzonderlijk is ook dat het getij er op een natuurlijke wijze stopt. In het stroombekken is de volledige gradiënt van zout tot zoet aanwezig. "Het zoutgehalte van elke schor langs de Schelde is anders en tot in Dendermonde liggen er overal slikken en schorren, meestal op de twee oevers, in Antwerpen nog op één", zegt Meire. Vooral het zoetwatergetijdengebied stroomopwaarts van Antwerpen, noemt Meire erg zeldzaam. Zeker na de afsluiting van de Haringvliet en het wegvallen van het getij in de Nederlandse Bieschbos.EEN FILTER VOOR DE ZEEPatrick Meire is gematigd optimistisch over de toekomst van de Schelde. Op voorwaarde dat het met de waterkwaliteit de goede kant blijft opgaan. "De waterkwaliteit is nog altijd slecht, maar ze verbetert. Als we er niet van uitgaan dat dit ook de komende jaren het geval is, kunnen we beter verhuizen naar Nieuw-Zeeland", zegt de professor. Meire put zijn optimisme ook uit de ommezwaai bij ambtenaren en politici. In tien jaar tijd zetten die grote stappen naar integraal waterbeheer. De rivier heeft niet langer de functie van alleen maar een waterweg en een open riool. Er wordt ook rekening gehouden met de natuur. "Het is ook niet van hier is plaats voor ecologie en daar voor waterbouw. Nee, waterveiligheid kan worden gekoppeld aan slib-berging en ecologisch herstel." De resultaten van deze stille revolutie zullen pas in de toekomst zichtbaar zijn. Het ecologisch systeem herstelt zich intussen langzaam. "De vegetatie blijft onveranderd, maar er komen al wel meer bodemdieren en vissen in het water voor. Ook zeldzame vogels als de bruine kiekendief of de blauwborst worden weer waargenomen." Zuiver water is dus een voorwaarde voor herstel, maar dat alleen is niet voldoende. "Zonder slibben en schorren stroomt straks betrekkelijk zuiver water veel te snel tussen de dijken naar de zee. Daar heeft niemand iets aan. Deze habitats zijn belangrijk voor de levensgemeenschappen en vormen de laatste verzamelplaats voor het water van het hele Scheldebekken definitief de zee ingaat en we de gevolgen van de vervuiling alleen nog kunnen constateren. Alle mestactieplannen en waterzuiveringsinstallaties ten spijt zullen er in een zo dichtbewoond gebied als het onze, altijd vervuilende stoffen in het water terechtkomen. De slikken en schorren verwijderen stikstof uit het water en vangen sedimenten op die anders in de vaargeul terechtkomen. Ze maken organische koolstof aan, die in het water levensgemeenschappen van bodemdieren en vissen in stand houdt. Kortom, het estuarium is de laatste natuurlijke filter voor de Noordzee."EEN KWESTIE VAN VEILIGHEIDMeire vindt dat burgemeester Denert een aantal argumenten heeft, maar de bal ook geregeld misslaat. Om te beginnen, vergeet de burgervader van Kruibeke dat het overstromingsgebied er in de eerste plaats kwam omwille van de veiligheid. De idee om aan natuurontwikkeling te doen, volgde later. Tenslotte legde Vlaanderen decretaal vast om het natuurareaal met 38.000 ha uit te breiden. Maar voor elke hectare moet worden gevochten, ook als die natuur een uitloper is van een andere functie. "Burgemeester Denert heeft gelijk dat Kruibeke, Bazel en Rupelmonde betalen voor de nieuwe ringdijk waarop ze zullen uitkijken. Maar er is een voorstel om in de buffer tussen de dorpen en de dijk een park en visvijvers aan te leggen. De vissers die niet meer in hun vissershuisjes in de polder terechtkunnen, kunnen daar hun hobby uitoefenen. Destijds had burgemeester Denert ook een argument toen hij niet wilde dat de potpolder volliep met vuil Scheldewater. Dat was ook het argument van de milieubeweging in de jaren tachtig. Intussen is de waterkwaliteit opmerkelijk verbeterd en de kennis over de koppeling van natuurbehoud en waterbeheer enorm toegenomen." Meire vindt nog andere zwakke argumenten bij de tegenstanders van het overstromingsgebied. Het is niet zo dat de huidige polder grote natuurkundige waarde heeft. "Denert beweert dat er in heel Europa nergens zo'n gebied van 750 hectare ligt. Ik vrees dat hij nog maar weinig heeft gereisd. De polder is belangrijk wegens de open ruimte. Biologisch is hij heel wat minder waard door de teelt van maïs en populieren. Door de vervuiling afkomstig van Métallurgie Hoboken zou de landbouw er op sommige plaatsen al verboden moeten zijn. Dat komt uit een onverdachte studie van Stabo (Boerenbond). In minder dan twintig jaar tijd verloor een derde van de ecologisch waardevolle gebieden zijn waarde. De waarde van de weilanden is beperkt en er kwamen maïs en populieren. De elzenbossen tegen de cuesta zijn wel waardevol." Denert heeft gelijk als hij zegt dat de polder op de rivier is gewonnen en al eeuwen een historisch landschap vormt. Hij hád gelijk. Dat was namelijk tot niet zo lang geleden het geval. "De polder zoals we hem nu kennen, is recent. Dat is belangrijk, omdat veel natuurgebieden zoals bossen hun waarde precies halen uit hun ouderdom. Was dat in de polder ook zo geweest, dan zouden we daar niet aan mogen raken." Meire vindt dat de polders in Kruibeke, Bazel en Rupelmonde erg geschikt zijn voor natuurontwikkeling. "Er is de koppeling met de veiligheid. Het gaat om marginale landbouwgrond waarvan de waterhuishouding niet deugt. En het is een groot gebied met enorme mogelijkheden voor natuurontwikkeling. De ligging in een dichtbevolkte omgeving verhoogt de recreatieve waarde. De waarde van het gebied zal zeker stijgen. Maar vergeet niet dat als er geen veiligheidsprobleem was, er van natuurontwikkeling ook geen sprake was."Peter Renard