Ook al worden er nog volop haiku's en tanka's geschreven, het Japan van Yasunari Kawabata en Kenzaburo Oë behoort al een tijdje tot het verleden. Zonder een grondige kennis van het strenge familiesysteem of de rol van het shintoïsme in de samenleving begrijp je als westerling in feite niet veel van romans als Sneeuwland of De dag dat de keizer hoffelijk mijn tranen droogt. En niet alleen hier voelen deze boeken wereldvreemd aan, voor de jonge inwoner van Tokyo komen ze stilaan al even gedateerd over. De oude tradities worden net zoals elders mondjesmaat losgelaten en met een nieuw wereldbeeld komt er ook een nieuwe literatuur mee.
...

Ook al worden er nog volop haiku's en tanka's geschreven, het Japan van Yasunari Kawabata en Kenzaburo Oë behoort al een tijdje tot het verleden. Zonder een grondige kennis van het strenge familiesysteem of de rol van het shintoïsme in de samenleving begrijp je als westerling in feite niet veel van romans als Sneeuwland of De dag dat de keizer hoffelijk mijn tranen droogt. En niet alleen hier voelen deze boeken wereldvreemd aan, voor de jonge inwoner van Tokyo komen ze stilaan al even gedateerd over. De oude tradities worden net zoals elders mondjesmaat losgelaten en met een nieuw wereldbeeld komt er ook een nieuwe literatuur mee. De peetvader van die vernieuwing heet Haruki Murakami, de man die van zijn nieuwste roman, het naar Sophocles' Oedipus Rex gemodelleerde Kafka op het strand, in twee maanden tijd zo- maar eventjes 460.000 exemplaren heeft verkocht. Het jonge volkje verslindt zijn boeken als waren het voortbrengsels van de nieuwste trendy sushibar en herkent zichzelf in de personages: nihilistisch, gefascineerd door seks en dood, levend in een absurde, al een decennium durende economische deflatie en vooral op zoek, naar een toekomst of een ideaal, naar iets wat de leegte achtergelaten door de keizer en shinto-priester kan opvullen. Maar hoe westers geïnspireerd Murakami's literatuur soms ook mag zijn, hij blijft een Japanner. Begin jaren negentig woonde hij vier jaar in de VS. Hij vond het prachtig, maar toen Kobe door een aardbeving met de grond werd gelijkgemaakt en Aum Shinrikyo ook nog eens een gasaanval op de Tokyose metro uitvoerde, besefte hij dat hij terug naar huis moest. Over beide gebeurtenissen schreef hij een boek, het ene fictie, het andere non-fictie. En door beide, net zoals door zijn ander werk, loopt een voor de Japanse literatuur klassieke thematiek: de fascinatie voor de aftakelende mens, voor het religieuze en voor de geest die ons allen verbindt. Eenzelfde inspiratie vinden we ook terug bij Ryu Murakami, overigens geen familie van Haruki. In Coin Locker Babies laat hij de tweeling Kiku en Hashi te vondeling gelegd worden. Omdat ze in het weeshuis uitgroeien tot gevaarlijke gekken worden ze overgebracht naar een psychiatrische instelling. Daar horen ze een vreemd uitnodigend geluid, waar ze de rest van hun leven naar op zoek gaan. De een wordt polsstokspringer, de ander popster, en samen zullen ze in een orgie van drugs en geweld Tokyo de vernieling in blazen. Ryu Murakami schrijft fantasie- rijke, gewelddadige, maar vooral ook diepzinnige boeken, want wat de nieuwe generatie eveneens met de oude gemeen heeft is haar filosofische interesse. Een derde lid van de nieuwlichtersbende is Banana Yoshimoto die met haar N.P. de hele wereld versteld deed staan. Dit is zogezegd een verzameling van 97 verhalen die door een Japanner in het Engels werden geschreven. Toen hij aan het 98e bezig was, pleegde hij opeens zelfmoord. De man die het boek naar het Japans vertaalde, deed hetzelfde. Rest zijn vriendin, de vertelster van het boek die ontdekt waar dit 98e verhaal om draait en dit ook nog moet zien te overleven. Welk een uitstraling de recente Japanse literatuur wel heeft, mag blijken uit het werk van de Engelse David Mitchell, een van Granta's twintig meest beloftevolle auteurs van het decennium en die Haruki Murakami zijn grote inspiratiebron noemt. In zijn eerste roman, De geestverwantschap, presenteerde hij een de hele aarde omspannend verhalennetwerk dat op een of andere manier een betekenisvolle samenhang vertoonde. Number9dream, zijn tweede en goed voor een plaatsje op de Booker-shortlist van 2001, bleek een reis door de eigen geest te zijn, vermomd als een hallucinante trip door het hedendaagse Tokyo. Nadat Japan een paar eeuwen lang op Shakespeare, Voltaire en Goethe heeft zitten kauwen, spuwt het ons nu de Murakami-generatie in het gezicht, en daar kunnen we alleen maar blij om zijn. Marnix Verplancke