'Het Europees Parlement zal dit jaar zo'n 1,7 miljard euro uitgeven', zegt Matthijs. Tien jaar geleden was dat nog maar 1 miljard, dus in die tijd is het totale prijskaartje met 70 procent gestegen. Dat heeft zeker te maken met de uitbreiding die de EU ondertussen heeft gekend. 'Een groot deel van die 1,7 miljard, namelijk 420 miljoen of bijna 25 procent, gaat naar alle lonen en kosten voor de verkozen Europees Parlementsleden en hun medewerkers. Het personeel van het EP, zoals de tolken, ambtenaren enzovoorts, slorpt in totaal meer dan 700 miljoen of 40 procent van de uitgaven op. En alle logistiek, gebouwen en meubilair, kosten bijna 350 miljoen of 20 procent van de totale kostprijs. Samen is dit goed voor 85 procent van de totale uitgaven van het Europees Parlement.'
...

'Het Europees Parlement zal dit jaar zo'n 1,7 miljard euro uitgeven', zegt Matthijs. Tien jaar geleden was dat nog maar 1 miljard, dus in die tijd is het totale prijskaartje met 70 procent gestegen. Dat heeft zeker te maken met de uitbreiding die de EU ondertussen heeft gekend. 'Een groot deel van die 1,7 miljard, namelijk 420 miljoen of bijna 25 procent, gaat naar alle lonen en kosten voor de verkozen Europees Parlementsleden en hun medewerkers. Het personeel van het EP, zoals de tolken, ambtenaren enzovoorts, slorpt in totaal meer dan 700 miljoen of 40 procent van de uitgaven op. En alle logistiek, gebouwen en meubilair, kosten bijna 350 miljoen of 20 procent van de totale kostprijs. Samen is dit goed voor 85 procent van de totale uitgaven van het Europees Parlement.' Het EP subsidieert ook de politieke partijen op Europees niveau. Matthijs: 'Een politieke fractie met minstens 25 verkozenen uit minimaal vijf lidstaten kan erkend worden en krijgt dan geld voor haar werking. In totaal wordt er dit jaar 27,7 miljoen aan die fracties uitbetaald, in 2005 was dat nog maar 8,3 miljoen. In minder dan tien jaar tijd is dat bedrag dus meer dan verdrievoudigd.' Het bedrag dat elke fractie krijgt, is afhankelijk van het aantal verkozenen dat ze telt. De European People's Party, waartoe CD&V en CDH behoren, kreeg in 2012 met 6,4 miljoen het meest. De European Green Party, met Groen en Ecolo als leden, ontving toen 1,3 miljoen. Het Europees Parlement geeft niet alleen geld aan de politieke fracties, maar ook aan politieke stichtingen die gelinkt zijn aan de fracties. Het doel van zo'n stichting is die fractie te ondersteunen met studies, conferenties, seminaries, trainingen en dergelijke. 'Dit jaar is voorzien dat de stichtingen in totaal 13,4 miljoen zullen ontvangen. Toen deze subsidiëring in 2008 werd ingevoerd, was dat nog maar 4,2 miljoen. Hier zien we dus in vijf jaar tijd al een verdrievoudiging.' De stichting die verbonden is met de European People's Party, het Centre for European Studies, kreeg vorig jaar 4,2 miljoen. Met de stijging van de totale kostprijs van het Europees Parlement valt het al met al nogal mee, vindt Matthijs: 'Ik heb berekend wat de kostprijs is per verkozen lid. Het is zinvol om dat pas te doen vanaf 2009, want tot dat jaar moesten de nationale staten hun Europese volksvertegenwoordigers betalen, pas sinds 2009 is dat ten laste van de Europese begroting. Vijf jaar geleden kostte het Europees Parlement ons 1939 euro per parlementslid, nu is dat 2338 euro. Dat is een stijging van 20 procent, wat zeker niet overdreven is.' En hoe komt het Europees Parlement aan haar geld? 'Het EP heeft een aantal eigen inkomsten, zoals de opbrengsten van de belastingen op de salarissen, lonen en vergoedingen van de leden en de ambtenaren die 81 miljoen in het laatje brengen. En de ambtenaren betalen ook pensioenbijdragen, nog eens goed voor 73 miljoen euro. Maar die eigen inkomsten van pakweg 155 miljoen staan maar in voor 6 procent van de totale uitgaven die meer dan 1,7 miljard bedragen. Die andere 94 procent, pakweg 1,6 miljard, krijgt het EP uit de begroting van de Europese Unie. Die 1,6 miljard is maar 1,25 procent van het totale budget waarmee de EU werkt. Het Europees Parlement is dus in het geheel van de Europese begroting maar een zeer kleine uitgavenpost.' Matthijs ziet wel mogelijkheden om het prijskaartje van het EP te verminderen. 'Het Europees Parlement bestond tot nu toe uit 766 leden en dat worden er na de verkiezingen 751. Dat is nog steeds een omvangrijke vergadering en je zou dat aantal nog verder kunnen verminderen. Zo zou je kunnen besparen op het vlak van salarissen, medewerkers en pensioenen. Ook de spreiding van het parlement over de steden Brussel, Straatsburg en Luxemburg is een uitgavenpost. Als beslist zou worden maar op één plaats te vergaderen, zou dat ook een besparing zijn. Ik denk wel niet dat dit snel zal gebeuren, want voor zo'n beslissing is een gekwalificeerde meerderheid nodig en dat is er met 28 lidstaten niet makkelijker op geworden.'