DOOR FRANS VERLEYEN
...

DOOR FRANS VERLEYEN In Dublin ging de schatkamer open en zag de Europese mens een mysterieuze verschijning : zijn eerste bankbriefjes, kunstig versierd met de afbeelding van bruggen en poorten. Ten laatste na 1 januari 2002 lopen ruim driehonderd miljoen burgers met datzelfde geld in hun zakken. Zo worden ze meer dan ooit tevoren elkaars lotgenoot, economische en politieke familie. Kopen en verkopen, of dat nu op een kerstmarktje in Helsinki dan wel in de Provence gebeurt, zal door het gebruikte betaalmiddel niet langer aan iets van ?eigen land? doen denken. Op die manier Europeaan worden, is en blijft een waardevol project omdat het vóór alles een einde maakt aan de kans op conflicten of oorlog. Het in al die natiestaten (en tevoren in feodale bastions) opgedeelde continent bezorgde aan letterlijk èlke generatie haar militair bloedbad of volkerenmoord. Die tijd van massaal vechten voor een of ander nationaal belang is nu voorbij. Vooral de intense verzoening van Frankrijk met Duitsland is een historisch wonder dat zich op het einde van de twintigste eeuw voltrok. Dat verdient zonder meer lof en dankbaarheid. Toch moeten de burgers van de Unie een zware prijs betalen voor hun nieuwe, Europese manier van leven. Ze hebben namelijk geen zicht meer op het supranationale gezag dat zich met veel van hun dagelijkse belangen bezig houdt. Wordt het een federale autoriteit, een soort uitvergroot België met deelstaten onder één machtige koepel ? Of blijven we bij een verbond van los met elkaar samenwerkende maar uiteindelijk toch nog souvereine lidstaten ? Zo willen het de Britten, maar eerlijk gezegd : zij niet alleen. De twijfel aan de bruikbaarheid van een op de Verenigde Staten van Amerika geënt model groeit ook elders. Dat komt onder meer door de twaalf inwendige taal- en dus ook culturele barrières, want op dat gebied blijft Europa een lapjeskat. Maar een veel grotere moeilijkheid is de niet meer te ontwarren bestuurlijke mechaniek van de Unie. ?Brussel? (net zoals het Maastricht-verdrag) is een cocktail van supranationale en intergouvernementele ingrediënten. Geen enkele democraat vindt in dat kluwen zijn weg, laat staan dat hij iets kan controleren. Het Europarlement heeft immers geen echte zeggenschap. Het lijkt meer op een rondreizende Staten-Generaal, een permanent Congres dat veel danst maar niet vooruitgaat. Het blijft de schaamlap voor een Unie waarin democratie niet het hoogste goed is. Omdat de Belgische natie wellicht in de eindfase van haar bestaan is beland, zetten haar regeringen (en de monarchie) al hun kaarten op de uitbouw van Europa. Zeker wanneer de muntunie er zal zijn, kunnen geen grote ongelukken meer gebeuren. Dan wordt het feitelijke uiteenvallen van een kleine verzorgingsstaat rustig opgeslorpt door die hogere, veilige structuur : de Unie. Die redenering is correct en zelfs menslievend. Wat er ook met België gebeurt, zijn inwoners zullen altijd een politiek dak boven hun hoofd hebben. Vandaar de stilaan vervelende maar juiste boutade die wil dat premier Dehaene en zijn voorgangers altijd ?de beste leerlingen van de Europese klas? zijn geweest. Daarom stonden ze ook als één man achter de monetaire eenmaking, de euro dus. Van hun regeerders en andere politieke leiders krijgen de Belgen elke dag te horen dat die een grote zegen zal zijn, zoeter dan manna. Klopt dat ? Niets is minder zeker. De euro zal voor Amerikaanse en andere buitenstaanders immers een sterke, dure munt worden. Dat komt omdat de centrale banken van de Unie-lidstaten straks veel minder behoefte zullen hebben om dollars in hun kluizen vast te houden. Die hadden ze tot dusver ruim nodig voor de internationale handel (vandaag wordt veel import in dollars afgehandeld) en als reserve tegen vlagen van speculatie tegen hun eigen munt. In dat geval konden ze die met dollars ?opkopen? om de waarde ervan opnieuw te doen stijgen. Met de komst van een monetaire unie (EMU) zullen veel minder dollar-facturen worden aangeboden. Tussen de Zweedse poolcirkel en Athene of Lissabon en Sicilië ligt dan nog slechts een ?thuismarkt? waar alles in de eigen munt wordt afgerekend. Zestig procent van Europa's internationale handel wordt ?binnenlands?. De nood aan dollars daalt dus gevoelig. Ook de nu nog ?vreemd? genoemde munten die de nationale bankiers van elkaar in de kous hebben (Parijs bezit een hoop Duitse marken), worden automatisch omgezet in euro's. Daardoor stijgt in de Europese muntreserves het aandeel van de dollar samen met het dollarproduct goud tot ongeveer 90 procent. Dat is nergens voor nodig. Er zijn dus twee redenen waarom de Unie straks een deel van haar dollars zal kwijtwillen : de vrees voor speculatie wordt minder en de Amerikaanse munt weegt veel te zwaar door in de spaarpotten voor vreemd geld. De leden van de Unie zullen hun deviezen willen spreiden en geleidelijk dollars gaan ruilen voor yens of Zwitserse franken. Gevolg : de uitverkochte dollar wordt goedkoper. Van de weeromstuit zullen Japan en het voormalige Oostblok gaan beleggen in (door het ?stabiliteitspact? stevig gehouden) euro's. Die stijgen mettertijd in waarde. Daardoor zien exportlanden zoals België hun producten nog duurder worden dan ze vandaag al zijn. Samen met de hoge belastingdruk en het verbod op serieuze begrotingstekorten kan daar allen meer werkloosheid van komen. EEN BLIJK VAN SYMPATHIEAan de vooravond van Kerstmis, lijkt deze wat koude les in monetaire politiek misplaatst. Geen sfeer. De ware aard ervan is nochtans goedhartig. Het is immers niet prettig te zien en te horen hoe weerloos onze bevolking naar het weliswaar veelbelovende maar ook riskante euro-avontuur wordt geleid. Haar gezagsdragers rekenen erop dat het hele verhaal te technisch en dus te moeilijk klinkt om enige twijfel of kritiek uit te lokken. Ze stellen de euro liefst voor als een toeristische attractie, ?want over de grens moet geen geld meer gewisseld worden.? Zo teren ze met zwier op de zorgvuldig in stand gehouden argeloosheid van hun onderdanen. Elk tegenbericht dat een gaatje in die bluf wil boren, is dus een blijk van sympathie voor het volk.