Het polderstadje Damme wordt een Boekendorp, voor altijd. Een Vlaams Redu ? Mooier, breder en beter voorspellen de aanstichters van het initiatief.
...

Het polderstadje Damme wordt een Boekendorp, voor altijd. Een Vlaams Redu ? Mooier, breder en beter voorspellen de aanstichters van het initiatief.De ochtendlijke opening op 1 mei van wat een feestelijke vierdaagse moet worden, zal naar beloofd worden opgefleurd door de Vlaamse en Belgische regeringsleiders, cultuurminister Luc Martens (CVP), veel prominenten (ook uit Nederland), rijke fanfaregeluiden en een zee van vijftig esthetisch ogende verkoopskramen. Zeven vaste en voortaan definitief gevestigde boekhandels, aan de inrichting waarvan de voorbije weken druk werd getimmerd, openen hun deuren. De Plukvogel, Diogenes, Standaard en het antiquariaat Cursief zijn erbij. Ook De Slegte zit niet stil en zal alvast tijdens de aanloopdagen zijn ramsj slijten in de hallen van het stadhuis zelf. Mettertijd moet het aantal het hele jaar door aanloopbare winkels toenemen tot een twintigtal. Dit ingrijpende cultuurproject gaat van start terwijl de schattige Jacob van Maerlant-tentoonstelling nog altijd haar kostbare manuscripten en miniaturen etaleert in het subliem gerestaureerde pand ?Huyse de Grote Sterre?. In de literatuurgeschiedenis heeft Damme echter dubbel wortel geschoten : niet alleen met ?vader? Van Maerlant maar ook Charles De Coster en zijn legendarische Tyl Ulenspieghel. Die twee schrijvers en er ligt een eeuw of zeven tussen beide hebben op een eigenaardige manier met elkaar te maken. Van huize uit heette Maerlant óók De Coster en hij zette nota bene op zijn gigantische wereldkroniek de titel ?Spieghel Historiael?. Twee kosters en twee spiegels in één Damme, daar zit dus stof in. De gedachte lag voor de hand : dit stemmige stadje met (fusiegemeenten niet meegerekend) nog geen achthonderd inwoners kan zijn naam en faam voorgoed laten uitstralen door de begrippen ?letterkunde, boek, lectuur, antiek? en wat daarmee samengaat zoals kunstgalerijen, smulkroegen en handelaars in leuke oude rommel. Het beschikt trouwens nu al over een speciaal aangelegde, naar wilde bloemen geurende ?poëzietuin? waar evenementen voor of met rebellen, dromers en dichters naar believen kunnen plaatsvinden. Hopelijk zal het beminnelijke Watou, dat in de Westhoekse heuvelstreek al jaren met publiekspoëzie bezig is, niet te veel last krijgen van het Damme-effect. BUITENLANDSE VOORBEELDENHet concept ?boekendorp? is bij ons bekend en aanstekelijk geworden door de wedergeboorte van het Ardense boerengat Redu (niet ver van Bertrix) dat vijftien jaar geleden haast geen inwoner meer had. Vandaag is er vrijwel geen garage, schuur of voorkamer meer vrij. Alles puilt daar uit van vooral tweedehandsboeken, stripverzamelingen, pulp, trouvailles en curiosa. Het ten dode opgeschreven plaatsje kreeg met zijn nu meer dan een miljoen voorradige boeken een nieuwe toekomst en bevolking. In Damme liggen de zaken uiteraard anders. Hier zal het erop aankomen de bestaande, florissante gemeenschap (goed thuis in toerisme en gastronomische dienstverlening) harmonisch of tenminste zonder overlast naar het komende boekentijdperk met straks een paar honderdduizend bezoekers per jaar te loodsen. Daarvoor moet onder meer cultuurschepen Joachim Coens (CVP) zorgen. Hij kan zich bij zijn aanpak laten leiden door buitenlandse voorbeelden. In heel Europa en daarbuiten kruipen de boekendorpen immers uit de grond. Het oudste, in 1963 opgestarte Hay-on-Wye (Wales, Groot-Brittannië) zette de toon. Het offreert vandaag niet minder dan twintig miljoen boeken en is een magneet voor bezoekers van overal. Nadien kwamen onder meer Montolieu (bij het Franse Carcassonne), Fontenoy-la Joûte (Vogezen), Bécherel (Bretagne), Saint-Pierre-de-Clages (Zwitserland), Fjaerland (Noorwegen), Stillwater (VS), Kembuchi-Miyagawa (Japan) en waarschijnlijk nog veel meer andere, niet zo bekende snuisterplekken. Wat Damme aangaat, was Bruggeling Rik Decan de vader van de gedachte. Hij is een typische duizendpoot in de bedrijfstak ?ontwikkeling?, zowel van (rendabele) ideeën en communicatie als van bedrijfsplanning. Twintig jaar geleden verraste hij de goegemeente met een om de vijf jaar vernieuwbare Wie is wie in Vlaanderen ?, een naslagwerk waarin vele duizenden aan de openbare weg timmerende Vlamingen met hun adres, telefoon en curriculum vitae staan opgenomen. Begin jaren negentig had Decan al een internationaal onderzoek gedaan naar het fenomeen ?boekendorp?. De formule leek zo aantrekkelijk dat sommige Nederlandse buurgemeenten er ook lucht van kregen. Die wou hij alvast vóór zijn. Bij Joachim Coens en Damme kreeg hij snel gehoor voor zijn plan. Op 12 december 1996 kondigde het Belgisch Staatsblad dan ook de oprichting aan van ?Damme Boekendorp?, vereniging zonder winstoogmerk en zondermeer gevestigd in het stadhuis. Onder de oprichters vinden we naast voorzitter Coens, onder meer Luc Demeester (uitgeverij Lannoo) die de afgelopen jaren in de kijker stond als advocaat van het Vlaamse boekbedrijf. Tot de vele doelstellingen van de nieuwe VZW behoort ?de ontwikkeling van Damme als blijvend nationaal en internationaal boekencentrum.? In de toekomstige praktijk moet dat dus uitdraaien op een thuishaven en pleisterplaats voor al wie iets wil doen met onze en andermans schone letteren. Van ver boven de wolken kijken Maerlant en De Coster toe. F.V. Het geschreven woord woont voortaan in Damme.