Je moet er even naar zoeken, wanneer je aan de boorden van de Miljacka door Sarajevo wandelt. De rivier die de inwoners graag met de Seine vergelijken maar nauwelijks groter is dan een overmoedige beek, loopt niet meteen door het meest bruisende deel van de stad. Toch werd net hier de geschiedenis van de vorige eeuw in zijn noodlottige plooi gelegd. Honderd jaar geleden weerklonk op deze plek het beroemdste pistoolschot van de eeuw. Op 28 juni 1914 schoot de jonge nationalist Gavrilo Princip aartshertog Frans Ferdinand en zijn echtgenote Sophie Chotek neer, het kroonprinselijk paar van de Oostenrijks-Hongaarse Donaumonarchie.
...

Je moet er even naar zoeken, wanneer je aan de boorden van de Miljacka door Sarajevo wandelt. De rivier die de inwoners graag met de Seine vergelijken maar nauwelijks groter is dan een overmoedige beek, loopt niet meteen door het meest bruisende deel van de stad. Toch werd net hier de geschiedenis van de vorige eeuw in zijn noodlottige plooi gelegd. Honderd jaar geleden weerklonk op deze plek het beroemdste pistoolschot van de eeuw. Op 28 juni 1914 schoot de jonge nationalist Gavrilo Princip aartshertog Frans Ferdinand en zijn echtgenote Sophie Chotek neer, het kroonprinselijk paar van de Oostenrijks-Hongaarse Donaumonarchie. Het is natuurlijk niet onmiddellijk een gebeurtenis waar je als stad graag mee uitpakt. Een klein museum is zowat het enige spoor dat Princip in het straatbeeld heeft achtergelaten. De moord op het hertogelijk paar vormde de directe aanleiding voor de Eerste Wereldoorlog, een conflict dat aan meer dan 15 miljoen mensen het leven zou kosten. Oostenrijk-Hongarije zou de moord kort daarna aangrijpen om een oorlog met Servië uit te lokken. In nauwelijks enkele weken tijd raakt zowat elke Europese grootmacht in het conflict betrokken. Toch zal het schot ook in Sarajevo herdacht worden, zij het dan in gescheiden kolonne. Sinds de Joegoslaviëoorlog van de jaren negentig houden de verschillende etnieën van Joegoslavië er hun eigen lezing van de vaderlandse geschiedenis op na. De tentoonstellingen, concerten en manifestaties die het fatale schot moeten herdenken, worden georganiseerd langs de etnische breuklijnen. Zelfs de academische congressen waarin over de figuur van Princip gedebatteerd wordt, verlopen strikt gescheiden. Vooral bij de Serviërs worden de festiviteiten groots opgevat. Metropoliet Amfilohije, een van de leiders van de Servische Orthodoxe Kerk, riep Princip begin deze maand uit tot nationale held. In Belgrado wordt op de historische citadel een standbeeld ter ere van Princip onthuld. Ook in het door Serviërs gedomineerde Oost-Sarajevo krijgt hij een standbeeld. De Bosnische Serviërs houden hun eigen herdenkingen in Visegrad, in de Servische deelrepubliek, onder leiding van de bekende regisseur Emir Kusturica. In contrast met de verstrekkende gevolgen moet de aanslag op Frans Ferdinand zowat de knulligst uitgevoerde politieke moord van de eeuw geweest zijn. Niet minder dan zes samenzweerders hebben zich die dag gewapend opgesteld bij het parcours waarlangs het aartshertogelijk paar doorheen de stad gevoerd wordt. De eerste drie schutters durven op het beslissende moment niet toe te slaan. Tot de open wagen van het vorstenpaar de negentienjarige student Nedeljko Cabrinovic passeert. Cabrinovic werpt een nogal onhandig in elkaar geknutselde granaat in de wagen. De ontploffing verwoest een van de auto's van het gevolg en verwondt tientallen omstanders. Jammer genoeg voor de nationalisten is het de verkeerde wagen. De granaat is tien seconden te laat afgegaan. Aartshertog Frans Ferdinand en zijn vrouw hebben niet het minste schrammetje. Cabrinovic probeert tevergeefs zelfmoord te plegen door cyaankali in te nemen en zich in de Miljacka te verdrinken. In tegenstelling tot de Seine is de Miljacka eind juni evenwel nog geen meter diep, en ook de cyaankali blijkt niet te werken. Normaal gezien was het hier opgehouden. Dat Princip zichzelf die dag toch de geschiedenisboeken inkogelt, is te wijten aan stom toeval, en een onwaarschijnlijke blunder in de prinselijke entourage. Wanneer het prinselijk paar de rest van zijn officiële bezoek wil afwerken, rijdt de chauffeur per ongeluk een verkeerde straat in. Net op dat moment komt Gavrilo Princip toevallig uit het café gestapt waar hij zonet zijn zenuwen na de mislukte aanslag onder controle heeft proberen te krijgen. Hij kan zijn ogen niet geloven. Frans Ferdinand, de enige erfgenaam van de Oostenrijks-Hongaarse troon, zit op nauwelijks anderhalve meter van hem te foeteren op zijn gevolg. De auto staat stil: hij hoeft zelfs niet te mikken. Met zijn enige twee kogels schiet hij zowel Sophie als Frans Ferdinand zelf neer. Zelfs dat ging niet geheel volgens plan, zo blijkt later. Tijdens het proces zal Princip verklaren dat hij in plaats van Sophie medepassagier Oskar Potorek wilde raken, de militaire gouverneur van Bosnië. De beruchtste schutter van de vorige eeuw was niet in de wieg gelegd voor het heldendom. Gavro wordt geboren in Obljaj, een armetierig gehucht in het westen van wat vandaag Bosnië heet. Hij groeit op als een wat ziekelijke en schriele jongen in een gezin van negen. Zoals zowat elk Bosnisch plattelandsgezin leeft Princip in stuitende armoede. Nauwelijks drie van de negen kinderen bereiken een volwassen leeftijd. Princip zelf lijdt vanaf zijn tienerjaren aan tuberculose, wat zijn levensverwachting drastisch inkort. Op veertienjarige leeftijd wordt duidelijk dat hij in zijn geboortedorp geen toekomst heeft, waarop hij naar Sarajevo trekt, bij zijn broer Jovo. In die dagen maakt Bosnië deel uit van de Donaumonarchie, die reikt van Tirol tot in het huidige noorden van Roemenië. Ondanks het uitgestrekte territorium is het rijk in verval. De plattelandsbevolking bestaat nog steeds voor een groot deel uit arme pachters, die in een feodaal systeem overgeleverd zijn aan de willekeur van grootgrondbezitters. Ondanks haar organisatie als unitaire staat was er in de dagelijkse praktijk weinig sprake van eenvormigheid. In grote delen van Oostenrijk-Hongarije werd nog steeds links gereden, en de lokale heersers hadden net als in de Ottomaanse tijden alle vrijheid om de lokale bevolking extra belastingen op te leggen. Het maakt de Oostenrijkers, die hun annexatie van Bosnië als een daad van liefdadigheid zien, op korte termijn even gehaat als de Ottomanen, die er voordien de plak zwaaiden. Princip is een idealist die geen voet aan de grond krijgt in de maatschappij waarin hij opgroeit. De zelfmoord van zijn neef, die zich verhangt omdat hij niet meer aan zijn Oostenrijkse schuldeisers kan voldoen, maakt een diepe indruk op hem. Hij wordt ook van school gestuurd wegens 'ongepast gedrag'. Wanneer in 1912 de Eerste Balkanoorlog uitbreekt, wordt hij bij de Servische rebellen wegens zijn slechte longen geweigerd. Nergens kan de jonge Gavrilo zijn onstuimige idealisme kwijt. Het verhaal van Princips jeugd moet herkenbaar zijn voor onze hedendaagse blik. Als schoolverlater met een moeilijke sociaal-economische achtergrond die er niet in slaagt een plaats te vinden in een maatschappij die hij als verdrukkend en vijandig ervaart, is hij vatbaar voor radicalisering. Onder invloed van het stedelijke milieu wordt Princip atheïst. Wanneer zijn broer hem bezweert dat ongelovigen naar de hel gaan, is zijn laconieke antwoord: 'Ik ben een Bosnische Serviër. Daar ben ik al.' In 1911 ontdekt Princip Mlada Bosna ('Jong Bosnië'), een culturele vereniging die nauwe banden onderhoudt met Ujedinjenje ili Smrt ('Eenheid of Dood', ook bekend als 'De Zwarte Hand'). Die geheime militaire organisatie wilde de Zuid-Slavische volkeren vrij van Oostenrijkse invloeden samenbrengen in een Groot-Servische staat en vermoordde in 1903 het pro-Oostenrijkse Servische koningspaar. Mlada Bosna bestaat als beweging vooral uit studenten, die in steden als Praag en Wenen studeren. Het zijn voornamelijk Servische nationalisten, maar ook Kroaten en Bosnjakken. Een van de grote voorbeelden van de beweging is de Belgische dichter Emile Ver-haeren. 'Voor de aanhangers van Mlada Bosna was België een voorbeeld van hoe een jonge democratie zich hoorde te organiseren', zegt Milos Vojinovic, onderzoeker aan de universiteit van Belgrado. Als organisatie is Mlada Bosna voor de hedendaagse lezer moeilijk te peilen. Ze was ontstaan als louter culturele vereniging, maar de leden grepen snel naar de wapens. Toch was de beweging geen terroristische organisatie, vindt Vojinovic. 'Mlada Bosna was nooit een echte politieke organisatie, waarvan je bijvoorbeeld een lidkaart kon kopen. Er was geen manifest dat je moest onderschrijven. Veel leden zagen politieke moorden als een legitiem politiek drukmiddel, omdat dat in die tijd nu eenmaal courant was in Europa. Ze vonden dat dat geoorloofd was, omdat er toch geen parlement was waarlangs je actie kon ondernemen.' Politieke aanslagen waren overigens bijzonder courant in die tijd. Volgens de Britse journalist Misha Glenny werden tussen 1900 en 1913 maar liefst veertig politieke leiders en diplomaten vermoord. De combinatie van persoonlijke ontberingen en de anarchistische literatuur van Russische schrijvers als Bakoenin en Kropotkin doet bij enkele Jonge Bosniërs het idee rijpen om zelf een aanslag op touw te zetten. Princip wordt geïnspireerd door Bogdan Zerajic, die in 1910 tevergeefs en op nogal onhandige wijze de Oostenrijkse gouverneur van Bosnië probeert te vermoorden. Wanneer Princip verneemt dat de enige troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije naar Sarajevo komt, rijpt algauw het plan de aartshertog te vermoorden. Hij is ervan overtuigd dat de Donaumonarchie zonder troonopvolger ten dode is opgeschreven, en dat zijn moord de Bosniërs tot een staatsgreep zal bewegen. 'Ik ben Joegoslavisch nationalist', zal Princip tijdens zijn proces verklaren. 'Het is mijn doel om alle Joegoslaven in wat voor soort staatsvorm dan ook bij elkaar te brengen, en Oostenrijk te vernietigen. (...) Het belangrijkste motief dat me daartoe heeft aangezet is het verzachten van het lijden van mijn volk onder de Oostenrijkse bezetting.' Ondanks het politieke gewicht van de aanslag krijgt Princip een opvallend evenwichtig gevoerd proces. In tegenstelling tot drie van zijn kompanen wordt hij niet ter dood veroordeeld en krijgt hij 'maar' twintig jaar gevangenisstraf (wat gezien de erbarmelijke staat van de gevangenissen in die tijd ongeveer op hetzelfde neerkwam). Dat hij niet geëxecuteerd wordt, dankt hij aan zijn vermoedelijke minderjarigheid. Omdat de rechtbank niet met zekerheid kan vaststellen wanneer hij exact geboren werd, krijgt Princip het voordeel van de twijfel. Het zou zijn lot evenwel niet verzachten. Princip wordt weggevoerd naar de gevangenis van Theresienstadt (Terezín), waar hij in 1918 volledig door tuberculose weggeteerd sterft. Nauwelijks enkele maanden na zijn dood houdt ook het door hem zo gehate Oostenrijk-Hongarije op te bestaan. Princip zal het eerste koninkrijk van Serviërs, Kroaten en Slovenen niet meer meemaken. Hoe moeten we Princip nu inschatten? Honderd jaar later zijn ze er op de Balkan nog altijd niet over uit. Doorheen de troebele voorbije eeuw op de Balkan is geen enkele figuur zo afwisselend behandeld als Gavrilo Princip. Onmiddellijk na het beslissende schot stelden de Oostenrijkers alles in het werk om de herinnering aan de schutter volledig uit te wissen. Op 28 juni 1917 krijgt het overleden prinselijk paar een bombastisch monument op de plaats van de moord, bij wijze van provocatie ingewijd met een katholieke eredienst. Het monument werd een jaar later alweer neergehaald, bij de oprichting van het koninkrijk van Serviërs, Kroaten en Slovenen. Pas in 1930 kwamen de verschillende groepen overeen om een gedenkplakkaat te plaatsen. Nauwelijks een decennium later is Princip weer een paria. Wanneer nazi-Duitsland in 1941 Sarajevo binnenvalt, trekt een smaldeel van de Duitse troepen linea recta naar de gedenktekst. Het plakkaat wordt verwijderd en dient nauwelijks vijf dagen later als verjaardagsgeschenk voor de Führer. Op die manier is de schande van 1914 uitgewist. Wanneer de nazi's weer verjaagd zijn, schiet de ster van Princip als een komeet de lucht in. In het Joegoslavië van Tito na de Tweede Wereldoorlog wordt hij opgenomen in het pantheon van de Joegoslavische helden, omdat hij met zijn schot de fundering legde voor communistisch Joegoslavië. Gavrilo Princip was plotseling een socialist, hoewel hij gedurende zijn leven niet ééen socialistische sympathie heeft geuit. In 1953 opende Sarajevo het officiële Principmuseum. Het armetierige huisje waarin Princip opgroeide, wordt uitgeroepen tot nationaal erfgoed. Op de plek waar Princip zijn schot afvuurde, wordt zijn voetafdruk vereeuwigd in het trottoir. Wanneer eind jaren tachtig de etnische spanningen tussen Serviërs, Kroaten en Bosnjakken onder president Slobodan Milosevic toenemen, vervelt Princip van een Joegoslavische tot een Servische volksheld. Wanneer Sarajevo in 1992 omsingeld en beschoten wordt door de troepen van de Bosnisch-Servische generaal Ratko Mladic, koelen de ontredderde burgers hun woede onder andere op het museum en de graftombe, als symbolen van een Joegoslavië dat zich tegen hen gekeerd had. Het ziet er niet naar uit dat het binnenkort tot een consensus komt. In Bosnië en Kroatië krijgen kinderen te horen dat Princip een nationalistische moordenaar was, die met expliciete steun van Belgrado Europa in een totale oorlog heeft gestort. Schoolboeken benadrukken er zijn Servische afkomst en verzwijgen zijn pro-Joegoslavische sympathieën. Kroatische handboeken noemen Servië vandaag nog steeds de grote aanstoker van de eerste wereldbrand. Hun Servische leeftijdsgenoten krijgen dan weer te horen dat Princips schot louter een uitvlucht was voor Duitsland en Oostenrijk-Hongarije om het Koninkrijk Servië aan te vallen en te annexeren. Gavro zelf streed en stierf voor de goede zaak. Zoals in zowat elke historische gebeurtenis bestaat er op de Balkan meer dan één waarheid. Princip zou zijn rol in de geschiedenis overigens tot het einde van zijn leven blijven minimaliseren. In zeldzame gesprekken met de gevangenisarts zou hij zijn vermeende schuld voor de Eerste Wereldoorlog blijven afwijzen. DOOR JEROEN ZUALLAERTDe aanslag op Frans Ferdinand moet zowat de knulligst uitgevoerde politieke moord van de eeuw geweest zijn. Als schoolverlater met een moeilijke sociaal-economische achtergrond is Princip vatbaar voor radicalisering.